Verwondering
Uni- en bivariaat onderzoek
- Verwondering over een fenomeen (univariaat onderzoek)
o Bv. hoe vaak komt ‘probleemgedrag’ bij jongeren voor?
- Verwondering over de relatie tussen 2 variabelen (bivariaat onderzoek)
o Bv. is ‘ouderschapstress’ gerelateerd aan ‘probleemgedrag jongeren’?
o Positieve, negatieve of nul relatie
- Verwondering over de relatie tussen meerdere variabelen (multivariaat onderzoek)
o Bv. is ‘ouderschapstress’ gerelateerd aan ‘probleemgedrag’, rekening houdend met
het SES van gezin
Kwalitatief-kwantitatief
- Kwantitatief onderzoek richt zich op verklaring en causaliteit (met wortels in positivisme)
- Kwalitatief onderzoek richt op in-depth informatie mbt een topic (exploratief onderzoek)
- Complementair – niet contradictorisch
o Verschillend onderzoeksobject en onderzoeksvragen
o Verschillend benadering voor zelfde onderzoeksvragen (methodologische
triangulatie)
- Kwantitatief onderzoek is niet de vijand van kwalitatief onderzoek
o Bv. kwantitatief onderzoek: wat is de invloed van zakgeld, studiebelasting, slaap,… op
het welbevinden van studenten?
o Bv. kwalitatief onderzoek: welke factoren kunnen onderscheiden worden, die een
impact hebben op het welbevinden van studenten?
- Ze zijn complementair
Kwalitatief
- Kwalitatief onderzoek is een benadering waarbij de interviewer
o Een key-fenomeen onderzoekt
o Participanten brede, algemene vragen stelt (holistische benadering, erkenning dat
menselijke realiteit complex is)
o Gedetailleerde standpunten van de geïnterviewde verzameld (woorden en/of
beelden)
o Deze data analyseert en codeert
o De betekenis van de informatie interpreteert obv persoonlijke reflecties en ander
onderzoek
o Een finaal rapport schrijft, met limitaties (bv. persoonlijke vertekening)
Voorbeeld kwalitatief: kwalitatieve interviews
- Meerdere personen individueel interviewen
- Heterogene groep om veel meningen te weten te komen
- Levert info in diepte op: niet enkel ‘wat’ en ‘hoe’ maar vooral ‘waarom’
- Lijst met gesprekspunten vragen (interviewprotocol)
- Doorvragen, parafraseren,…
- Verschillende vormen van interview: gestructureerd, half gestructureerd, ongestructureerd,…
1
,Voorbeeld kwalitatief: focusgroepen
- Meerdere personen in groep interviewen (4-8 pers)
- 3 tot 4 focusgroepen per topic
- Homogene groep om diepgaande gesprekken te verkrijgen, tussen focusgroepen is er
heterogeniteit
- Belang van goed getrainde moderator
- Bv. ouders bevragen naar ouderlijke mediëringsstrategieën mbt internetgebruik van
adolescenten
Voorbeeld kwalitatief: case studies
- Intensief kwalitatief onderzoek van 1 geval
- Na een korte exploitatie worden gerichte waarnemingen en analyses uitgevoerd
- Vaak hypothesegericht
- Doel: beschrijving van sociale processen en factoren die verband houden met de case
- Maakt gebruik van observaties, interviews, focusgroeptechnieken,…
Voorbeeld kwantitatief
- Surveys
- Experimenten Kwantitatief =
- Digital methods - Gegevens kunnen in
- Netwerkanalyse datamatrix omgezet worden
- Kwantitatieve inhoudsanalyse - Gegevens kunnen
- Observatie gekwantificeerd worden
- …
Kwalitatief – kwantitatief
- Kwalitatief onderzoek is meestal goedkoper dan kwantitatief onderzoek
- Om diepgaand inzicht te krijgen in een topic
o Interviews kunnen face-to-face afgenomen worden, maar ook telefonisch of online
o Interviews kunnen kort of lang zijn, individueel of in groep
- Complementaire onderzoeksmethoden, maar de onderzoekscyclus is anders
o Kwantitatief: inleiding, methoden (steekproef, measures, procedures), resultaten,
discussie, conclusie + procedure is lineair
o Kwalitatief: inleiding, methoden (steekproef, vragen, procedures), resultaten &
discussie, conclusie + procedure is cyclisch
Theorie versus praktijk
- Theoretische gedreven benadering
o De vraag komt voor uit de theorie van de communicatiewetenschappen
o Doel: het beter begrijpen van communicatiewetenschappen en menselijk gedrag
door het beantwoorden van onderzoeksvragen of het toetsen van hypothesen die
afgeleid zijn uit een theorie
o Startpunt: verwoording van paradigma, onderzoeksvragen formuleren en methode
kiezen
Bv. wat verklaart irrationeel gedrag
- Praktijkgedreven benadering (toegepast onderzoek)
o De vraag komt voort uit de praktijk
2
, o Doel: het verbeteren van onze kennis omtrent natuurlijke gebeurtenissen en het
vinden van oplossingen voor praktische problemen
o Startpunt: een onderzoeksvraag waarop je een antwoord wilt
Bv. digiMeter: jaarlijkse bevraging naar het bezit en gebruik van
media(technologie) bij Vlamingen
- Theorie staat ten dienste van praktijk
- Evaluerend: mensen of producten beoordelen in het licht van een norm
o Bv. hebben bepaalde maatregelen op het werk hun nut tegen phishing?
- Adviserend: na verklarende en evaluerende vragen
o Bv. welke maatregelen moeten genomen worden?
Methodologische doel
Beschrijvend
- Beschrijven van personen hun gedachten, gevoelens en gedrag
o Bv. hoeveel keer komt cyberpesten voor?
o Bv. welke eigenschappen vertonen pesters?
- Niet hypothese-toetsend
- Doel
o Trends en tendensen ontdekken
o Iets in kaart brengen (exploratief)
- Belangrijk bij beschrijvend onderzoek:
o Steekproefselectie: populatie steekproef
- Ideaal: toevallige steekproeftrekking
o Een methode voor het selecteren van deelnemers aan een studie die garandeert dat
elk lid van de populatie evenveel kans heeft om geselecteerd te worden
- Aantal en representativiteit hebben niets met elkaar te maken
Correlationeel
- Doel: de relaties tussen variabelen nagaan
- Gebaseerd op gegevens van observatie, surveys, inhoudsanalyse,…
o Bv. relatie tussen zelfwaardering en populariteit
- Correlatiecoëfficient
o Gelijktijdig (concurrent): zelfde tijdstip
o Prospectief: verschillend tijdstip
Tussen -1 en 1
- Zicht op
o Sterkte van het verband (bv. 0.70 vs 0.30)
o Richting van het verband (bv. positief of negatief)
- Maar geen zicht op oorzaak-gevolg
3
, o Bv. TV kijken veroorzaakt agressief gedrag
o Bv. agressieve kinderen kijken meer TV
- Nadelen
o Geen oorzaak-gevolg relaties
o Derde variabelen
o Lineair verband (bv. geen U-vormige verbanden)
- Voordelen
o Voor variabelen die niet manipuleerbaar zijn
Om ethische redenen: delinquentie, relatieproblemen
Om fundamentele redenen: weer, leeftijd, geslacht
Omdat ze uniek zijn: ramp, staking, aanslag
o Een 1e schatting van relatief effect van variabelen
o Pseudo-verklarend door manier van vraagstellen
Bv. afgelopen 6 maanden drugs gebruikt (onafh. var.) afgelopen week sext
verstuurd (afh. var.)
o Voorbereiding of aanvulling van experimenteel onderzoek
Toetsend: experiment
- Een experiment is een vorm van onderzoek die toelaat causale relaties aan te tonen
- Een experiment heeft 2 essentiële kenmerken
o De experimentator heeft controle over de gebeurtenissen
o De deelnemers worden volkomen toevallig toegewezen aan condities
1. Controle
- Onafhankelijke variabelen
o De variabelen in een experiment die gemanipuleerd worden om te zien of ze effect
hebben op de afhankelijke variabelen
Bv. cond 1 (tonen van gewelddadige film) – cond 2 (tonen van neutrale film)
- Afhankelijke variabelen
o De variabelen in een experiment waarvan de waarde door de onderzoeker gemeten
of geregistreerd wordt om te zien of hun waarde beïnvloed wordt door of meerdere
onafhankelijke variabelen
Bv. spelen van een moordgame (proxy voor agressie), na cond 1 en na cond 2
- Laboratorium- vs veldonderzoek
o Laboratorium: gecontroleerde omgeving – reactief
o Veld: minder controle – natuurlijke reacties
2. Volkomen toevallige toewijzing
- Elke deelnemer heeft evenveel kans heeft om toegewezen te worden aan elk van de condities
o Bv. toewijzing aan 2 condities: kop of munt
- Door toevallige toewijzing garandeert men dat deelnemers die aan de cond 1 worden
toegewezen gemiddeld niet verschillen van diegenen die aan cond 2 worden toegewezen =
die verschillen die we krijgen tussen pp uit C1 en pp uit C2 kunnen eenduidig worden
toegeschreven aan C1 en C2
4