DEEL 1
LES 1 NEUROGENE SPRAAK EN
SLIKSTOORNISSEN
1. DYSARTRIE
Volgende leerdoelen staan voorop:
- Met eigen woorden uitleggen wat dysartrie is.
- De verschillende spraakcomponenten opnoemen.
- De kernen van de craniale zenuwen lokaliseren binnen het zenuwstelsel (m.a.w. in welke
structuur bevinden zich de kernen van de craniale zenuwen?).
- 6 craniale zenuwen noemen die betrokken zijn bij het spreken.
- De verschillende dysartrietypes onderverdelen in centrale of perifere dysartrieën.
- Een schematische tekening maken van het zenuwstelsel en elk dysartrietype lokaliseren.
- De verschillende mogelijke doelstellingen van het logopedisch assessment bij volwassenen
noemen.
- De onderdelen van een degelijk protocol voor logopedisch assessment bij volwassenen met
een dysartrie oplijsten.
- De gouden standaard met betrekking tot de differentieel diagnostiek bij dysartrie noemen.
- Onderzoek voor de auditief-perceptuele beoordeling voorstellen.
- Objectieve meetinstrumenten noemen om de spraakverstaanbaarheid in kaart te brengen en
duiden welke gebruikt kan worden bij een lichte/ ernstige dysartrie.
- De SHI en zijn functie binnen het protocol toelichten.
1
,- De laatste stap in het assessment motiveren aan de hand van 3 redenen.
- De verschillende interventiemogelijkheden oplijsten en toelichten.
- De principes van motorisch leren oplijsten, toelichten en concretiseren voor de
dysartriebehandeling.
- Algemene therapeutische vaardigheden binnen de spraakrevalidatie noemen.
- Het belang van zelfmonitoring met eigen woorden beschrijven.
- De verschillende stappen om zelfmonitoring te trainen, schetsen.
- Toelichten volgens welk principe een spreektip geformuleerd wordt.
- De verschillende stappen schetsen voor het inoefenen van spreektips.
- De mogelijke interventies per spraakcomponent bespreken.
- De mogelijke interventies op activiteitenniveau bespreken.
- De mogelijke interventies op participatieniveau bespreken.
1.1 DEFINITIE DYSARTRIE
- Groep neurologisch verworven spraakstoornissen
- Ontstaat door beschadiging van centraal of perifeer zenuwstelsel
- Resulteert in verstoorde spierwerking waardoor aantasting van één of meerdere
spraakcomponenten.
o ademhaling
o articulatie
o fonatie
o resonantie
o prosodie
• gevolg : verminderde verstaanbaarheid of verminderde natuurlijkheid van
spraak
2
, - Gevolg neurologische schade
o Zwakte van spieren
o Spasticiteit
o Incoördinatie
o Onwillekeurige bewegingen
o Te hoge, te lage of wisselende spiertonus
Zenuwstelsel: waar kan de schade zitten?
Centraal zenuwstelsel (CZS)
- Hersenen
- Ruggenmerg
- Schade hier → centrale dysartrie
- Mogelijke locaties:
o cerebellum - motorische cortex
o basale ganglia
o verbindingen:
§ tractus corticobulbaris (cortex → craniale zenuwen)
§ tractus corticospinalis (cortex → spinale zenuwen)
3
, Perifeer zenuwstelsel (PZS)
- Alle zenuwen buiten het CZS
- Schade hier → perifere dysartrie
- Mogelijke locaties:
o kernen van craniale zenuwen in de hersenstam
o craniale zenuwen zelf
o spinale zenuwen
Craniale zenuwen betrokken bij spraak:
Nervus Trigeminus (CN V): kaakspieren + sens. mondholte
– Nervus Facialis (CN VII): mimische spieren, speekselprod., mucus
– Nervus Glossopharyngeus (CN IX): velum en farynx
– Nervus Vagus (CN X): stembanden en velum
– Nervus Accessorius (CN XI): hoofdhouding
– Nervus Hypoglossus (CN XII): tongspieren
1.2 SPRAAKCOMPONENTEN EN TERMINOLOGIE
1. Ademhaling
- Plaats
• Claviculair ( met hulpademhalingspieren )
• Costaal ( borstademhaling )
• Costo – abdominaal ( combi borst en buik )
• abdominaal ( buik en middenrifademhaling )
4
LES 1 NEUROGENE SPRAAK EN
SLIKSTOORNISSEN
1. DYSARTRIE
Volgende leerdoelen staan voorop:
- Met eigen woorden uitleggen wat dysartrie is.
- De verschillende spraakcomponenten opnoemen.
- De kernen van de craniale zenuwen lokaliseren binnen het zenuwstelsel (m.a.w. in welke
structuur bevinden zich de kernen van de craniale zenuwen?).
- 6 craniale zenuwen noemen die betrokken zijn bij het spreken.
- De verschillende dysartrietypes onderverdelen in centrale of perifere dysartrieën.
- Een schematische tekening maken van het zenuwstelsel en elk dysartrietype lokaliseren.
- De verschillende mogelijke doelstellingen van het logopedisch assessment bij volwassenen
noemen.
- De onderdelen van een degelijk protocol voor logopedisch assessment bij volwassenen met
een dysartrie oplijsten.
- De gouden standaard met betrekking tot de differentieel diagnostiek bij dysartrie noemen.
- Onderzoek voor de auditief-perceptuele beoordeling voorstellen.
- Objectieve meetinstrumenten noemen om de spraakverstaanbaarheid in kaart te brengen en
duiden welke gebruikt kan worden bij een lichte/ ernstige dysartrie.
- De SHI en zijn functie binnen het protocol toelichten.
1
,- De laatste stap in het assessment motiveren aan de hand van 3 redenen.
- De verschillende interventiemogelijkheden oplijsten en toelichten.
- De principes van motorisch leren oplijsten, toelichten en concretiseren voor de
dysartriebehandeling.
- Algemene therapeutische vaardigheden binnen de spraakrevalidatie noemen.
- Het belang van zelfmonitoring met eigen woorden beschrijven.
- De verschillende stappen om zelfmonitoring te trainen, schetsen.
- Toelichten volgens welk principe een spreektip geformuleerd wordt.
- De verschillende stappen schetsen voor het inoefenen van spreektips.
- De mogelijke interventies per spraakcomponent bespreken.
- De mogelijke interventies op activiteitenniveau bespreken.
- De mogelijke interventies op participatieniveau bespreken.
1.1 DEFINITIE DYSARTRIE
- Groep neurologisch verworven spraakstoornissen
- Ontstaat door beschadiging van centraal of perifeer zenuwstelsel
- Resulteert in verstoorde spierwerking waardoor aantasting van één of meerdere
spraakcomponenten.
o ademhaling
o articulatie
o fonatie
o resonantie
o prosodie
• gevolg : verminderde verstaanbaarheid of verminderde natuurlijkheid van
spraak
2
, - Gevolg neurologische schade
o Zwakte van spieren
o Spasticiteit
o Incoördinatie
o Onwillekeurige bewegingen
o Te hoge, te lage of wisselende spiertonus
Zenuwstelsel: waar kan de schade zitten?
Centraal zenuwstelsel (CZS)
- Hersenen
- Ruggenmerg
- Schade hier → centrale dysartrie
- Mogelijke locaties:
o cerebellum - motorische cortex
o basale ganglia
o verbindingen:
§ tractus corticobulbaris (cortex → craniale zenuwen)
§ tractus corticospinalis (cortex → spinale zenuwen)
3
, Perifeer zenuwstelsel (PZS)
- Alle zenuwen buiten het CZS
- Schade hier → perifere dysartrie
- Mogelijke locaties:
o kernen van craniale zenuwen in de hersenstam
o craniale zenuwen zelf
o spinale zenuwen
Craniale zenuwen betrokken bij spraak:
Nervus Trigeminus (CN V): kaakspieren + sens. mondholte
– Nervus Facialis (CN VII): mimische spieren, speekselprod., mucus
– Nervus Glossopharyngeus (CN IX): velum en farynx
– Nervus Vagus (CN X): stembanden en velum
– Nervus Accessorius (CN XI): hoofdhouding
– Nervus Hypoglossus (CN XII): tongspieren
1.2 SPRAAKCOMPONENTEN EN TERMINOLOGIE
1. Ademhaling
- Plaats
• Claviculair ( met hulpademhalingspieren )
• Costaal ( borstademhaling )
• Costo – abdominaal ( combi borst en buik )
• abdominaal ( buik en middenrifademhaling )
4