“Een mens heeft twee oren en één mond, om twee keer zoveel te
luisteren als te praten.”
Empathisch luisteren
1.1 Het belang van ‘luisteren’
Een hulpverlener heeft 1 werkmiddel nodig oren om goed te kunnen luisteren
- Zeer eenvoudig maar ook heel complex
Luisteren = een bewustwording van jezelf, de ander en wat er tussen beide
gebeurt
Om professioneel te luisteren voeg je communicatieve vaardigheden en
theoretische kaders toe
Je gaat jezelf als instrument inzetten in de communicatie en interactie met
andere
Jezelf inzetten/openstellen, hoe doe je dat?
- Steeds terugkeren naar de kern van luisteren
- Openstellen naar een ander
- Luisteren naar wat die echt te vertellen heeft
- Dan pas reageren
- Luisteren om te begrijpen
Stap 1: bewust worden van je eigen waarnemingsfilters en
referentiekaders Persoonlijk
e bril
Zien wat hij echt wilt vertellen
Wa
g
1.2 Waarnemingsfilters en referentiekader
Wat gebeurt er als je in interactie treedt met een ander?
Jij en andere kleuren het gesprek, bepalen hoe de communicatie ervaren
en ingevuld wordt Perso
waa
Ieder heeft een eigen unieke bril die ervoor zorgt dat ze dingen op eigen manier
beroeren.
- We krijgen dus een gefilterde interpretatie van de werkelijkheid
o Verloopt bij iedereen anders
- Dit komt door onze waarnemingsfilters die gevormd worden door
ervaringen
- 1 waarheid bestaat niet, iedereen eigen waarheid
Hoe wordt een waarnemningsfilters gevormd?
- Door alles wat je hebt meegemaakt
o Ervaringen, gevoelens, herinneringen, voorbeelden, angsten, …
o Dynamisch gegeven
Het veranderd
o Hierdoor krijgt ieder zijn persoonlijke gefilterde waarheid
,Jij zal dus bepaalde zaken opmerken dat een ander niet opmerkt. Afhankelijk v.d.
context, situatie,..
waarnemingsfilter/ representatiesysteem geven betekenis aan informatie
die binnenkomt. Er ontstaat en gevoel die leid tot gedrag (zowel verbaal als non-
verbaal) waar een ander op zal reageren
Enkele belangrijke factoren die de waarneming van de werkelijkheid beïnvloeden
zijn:
- Je voorgeschiedenis
- Je zelfgevoel
- Je verwachtingen
- Je zintuigen
- Je evaluatieve filters : je waarden en normen
- De context
- De taal
1.2.1. Voorgeschiedenis
De levensarchiefkast
2 delen opgesplitst
o Bewuste ervaringen
o Onbewuste ervaringen
Beide roepen gevoelens, gedachten en gedrag op
Ze beïnvloeden je in je waarneming van de werkelijkheid
1.2.2. Zelfgevoel/zelfbeeld
Zelfbeeld
= bepaalde ideeën en gevoelens over jezelf
Jouw identiteit en de betekenis die je eraan geeft wordt gevormd door
waarnemingen van anderen, de boodschappen over jezelf en de
communicatiestijl
Zelfbeeld hangt nauw samen met culturele en groepswaarden
1.2.3. Verwachtingen
In zekere zin krijg je wat je verwacht. Je ervaring is vaak een weerspiegeling van
wat je verwacht
Naar iedere situatie neem je een aantal verwachtingen mee en dat
beïnvloedt je luisteren
1.2.4. De individuele verschillen in zintuigcapaciteit
De informatie die je van de buitenwereld binnenkrijgt, ontvang je via je zintuigen:
Oren, ogen, mond, huid, neus, ogen
Alles wat we binnenkrijgen via onze zintuigen noemen we interpretatie
,1.2.5. Waarden en normen: evaluatieve filters
Waarden en normen zijn filters die bepalen wat je goed of slecht vindt, je
evalueert zo welk gedrag je goedkeurt of afkeurt
Door ervaringen, opvoeding, de samenleving, je vriendengroep, leerprocessen,
overtuigingen, taal en cultuur worden je waarden en normen gevormd
1.2.6. Context
De context of situatie waarin je communicatie plaatsvindt, is eveneens belangrijk
voor je waarnemingsfilter
Onder context kan je heel wat verstaan:
- Hoe je je voelt
- Je gesprekspartner
- Locatie
Dit heeft te maken met afstand en nabijheid
- Hoe dichter je bij iemand staat hoe moeilijker het is om afstand te nemen
1.2.7. De taal en de waarneming
Taal is de reflectie van iemands wereldbeeld . het geeft inzicht in iemand
persoonlijkheid
Verschillende elementen vormen het wereldbeeld:
- Individuele verschillen
- Sociale systeem
- Levensgeschiedenis
beïnvloeden het taalgebruik en verschaffen zo inzicht in het wereldbeeld
Ook hier spelen waarnemingsfilters een rol
- Eigen invullingen aan begrippen
Vb: lekker eten, goede relatie
- Eigen associaties
Vb: maandag = werkdag
Taal
= werk instrument om te communiceren over gevoelens en gedachten
3 patronen waarop de organisatie van de wereld in taal tot uiting komen:
1. Deletes (weglatingen)
o Nadruk op wat je niet zegt, dingen weggelaten uit het verhaal
o Verruimde respons
, = Als hulpverlener moet je vragen het niet-verwoorde de
concretiseren
2. Generalisaties (veralgemeningen)
o Persoonlijke ervaringen afleiden tot algemene overtuigingen of
ongenuanceerde uitspraken (termen zoals alle, altijd, nooit, …)
o Vraag naar de positieve uitzonderingen (om te nuanceren)
o Geef voldoende aandacht aan erkenning = luisterende en
affectieve respons
Vb: ik doe nooit iets goed: dan moet jij zeggen van jawel want je bent al naar hier
gekomen, je zoekt hulp, amai das wel jammer dat je jou zo voelt
3. Vervormingen en verwarringen
o een bepaald verband wordt gelegd tussen gebeurtenissen,
gedachte, gevoelens en gedrag
o De betekenis dat iemand aan een externe gebeurtenis gaat geven
gaat invloed hebben op hun gevoelens en gedrag
o Als hulpverlener probeer je de situatie dynamisch te bekijken en van
de client een actieve participant te maken
Actieve participant = actieve deelnemer
Vb: veel lawaai bij het slapen ik steek oortjes in = actieve deelnemer, je zoekt
naar oplossingen
1.3 Communiceren als hulpverlener
Als professionele hulpverlener is het belangrijk je bewust te
maken van he eigen waarnemingsfilters
Persoonlijk Profession
Een communicatiestop of communicatieblokker gebeurt e leven al
wanneer jou waarnemingsfilters jou verhinderen te luisteren
Vb: je komt bij de cliënt thuis en die heeft een hele grote
hond. Jij bent bang van honden aangezien jij eens gebeten
bent en kan nu niet meer focussen op het gesprek.
Professioneel communiceren:
Professioneel communiceren vereist dat je je interne reactie eerst bewerkt om
dan een passende boodschap aan de ander te geven
Voor dat je zegt wat je denkt denk je eerst aan de 3 stappen:
1. Wees bewust van jouw waarnemingsfilter en referentiekader
2. Loslaten, benoemen, (h)erkennen en parkeren
3. Schat in wat de ander nodig heeft
1.4 Wat betekend dit in praktijk
Je eigen geschiedenis en ervaring bepalen je referentiekader en
waarnemingsfilter