Deel 1: doelgroepen: What’s in a name
Stoornisdenken
= manier van denken dat focust op de beperking en is gericht op het
‘remediëren’ en het zo goede mogelijk tegemoetkomen aan deze
beperking zodat de persoon kan aansluiten bij de norm.
MAAR: je bent altijd meer dan 1 deel van je identiteit,
het wordt bepaald door meerder aspecten.
Diversiteitsdenken
= manier van denken dat de nadruk legt op de
meervoudige identiteiten die elk persoon heeft en
hoe die identiteiten elkaar doorkruisen en de
levenswandel beïnvloeden
Belangrijk om holistisch te kijken: kijken naar de persoon als unieke
combinatie van alle individuele factoren en niet naar de beperking alleen.
Deze persoon is ook een broer of zus, christen of moslim, man of vrouw,
oudere of jongeren…
,Veelzijdige kijk in Disability studies
Sociologische, juridische, culturele, geschiedkundige en
economische perspectieven op leven met functiebeperking
‘able’-isme of ‘validisme’ is een soort onbewuste valide blindheid
vanuit mensen zonder beperking
‘nothing about is without us’:
Er wordt veel geschreven over beperkingen maar dat zijn meestal
mensen die niet weten hoe het echt is om een beperking te
hebben
Mensenrechten staan centraal
Balans tussen draaglast en draagkracht
Intersectorale opstelling
Werken met mensen
Het is belangrijk om in relatie te gaan met deze
mensen. Zo kunnen er vertellen hoe zij hun
beperking ervaren.
Eenzelfde beperking is voor iedereen
anders!
Micro: inzicht in specifieke noden die
passen bij de problematiek + specifieke
methodieken
Meso: diensten en voorzieningen
Bv. Iemand in een rolstoel zou prima kunnen functioneren. Het is
de maatschappij die overal trappen plaatst dat ervoor zorgt dat
de persoon in een rolstoel beperkt wordt in zijn omgang.
Macro: mensbeeld en beleid (maar beperkt)
Definitie handicap VAPH:
“Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te
wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren
van activiteiten en persoonlijke
en externe factoren.”
Tendensen
2 belangrijke:
- Krachtgericht werken met
oog voor kwetsbaarheid
- Cultuur sensitieve zorg
vinnen divers sensitief
kijken
,Als praktijkgerichte orthopedagoog:
Krachtgericht werken: de mensen willen zelf dingen kunnen doen
MAAR: erken de gevoelens die gepaard gaan met de dagelijkse
uitdagingen die ze moeten doorstaan. Deze mensen rouwen
doordat ze bepaalde verwachtingen niet kunnen nakomen door
hun beperking. Het kan zwaar zijn.
Cultuur sensitieve zorg:
De culturele achtergrond van de persoon met een beperking zal zijn
levensloop
Beïnvloeden.
Belangrijk om extra sensitief te zijn voor een dubbel nadeel:
Wanneer je je op meerdere assen begeeft
Bv. migratieroots + rolstoel
Nadelen voor mensen met migratieachtergrond:
- Communicatieproblemen: maakt gerichte zorg moeilijk.
- Referentiekader: referentiekader van cliënt en zijn netwerk is heel
anders dan die van de hulpverlener.
- Taboe: in verschillende culturen is het hebben van een beperking
een taboe. Ze gaan hierdoor minder snel hulp vragen of willen niet
voor een persoon met beperking zorgen.
- Onvoldoende kennis.
- Complexiteit van het hulpverleningsaanbod.
MAAR: let op: ‘othering’ en ‘one size fits all’
One size fits all => Handelingsgerichte beeldvorming: beeldvorming
bedoeld om nadien gepaste doelen op te stellen, afgestemd op de
ondersteuningsnood en vragen van de persoon met een beperking.
Beeldvorming moet breed en divers zijn, maar ook:
Dynamisch
Holistisch
Ecologisch
Adviezen:
- Hulpverleners moeten leren over eigen referentiekader, oordelen,..
- Door een divers team, leren ze omgaan met verschillende
referentiekaders
- Met een divers team kan je kritischer kijken naar de organisatie van
de hulpverlening => vaak heel westers.
- Een tolk kan helpen communicatie te vergemakkelijken
, - Meer tijd spenderen en richten op het uitbreiden van het netwerk
van de cliënt
- Helpen de communicatieve vaardigheden te versterken, zodat ze
zich beter kunnen uiten.
Deel 2: personen met een lichamelijke beperking
1. Terminologie
Lichamelijke beperking
= een persoon kan (een deel van) zijn lichaam niet gebruiken door
verschillende oorzaken. Ze zijn verhinderd in hun motorische
mogelijkheden.
(= motorische beperking, fysieke beperking, invaliditeit,..)
Definitie
‘ personen met een lichamelijke beperking worden door blijvende,
tijdelijke of recidiverende motorische belemmeringen gehinderd in hun
groei, ontwikkeling en handhaving. De lichamelijke beperking heeft tot
gevolg dat de persoon hinder ondervindt bij het gebruiken van het
lichaam. De belemmeringen vinden hun oorsprong in neurologische,
musculaire, metabolische, stoornissen of trauma. Personen met een
lichamelijke beperking vormen geen duidelijke afgebakende groep.
Sommigen hebben een bijkomende beperking (verstandelijk, zintuigelijk)
of bijkomende problemen (gedrags- en/of emotionele problemen,
leerproblemen, communicatieve problemen,..) ’
(recidiverende: de problemen komen en gaan met verschillende periodes)
Beperking met een progressief verloop
= beperking dat steeds erger wordt.
Handicap ≠ beperking
1e Dimensie
= Behandeling van stoornis
2e dimensie
=Beperkingen in dagelijks
leven verkleinen
3e dimensie
= Kansen geven om te
participeren
ICF kader (= internationale classificatie van het menselijk functioneren)