Magnetisme
1.Magneten
Alle magneten hebben 2 polen. Wanneer een magneet wordt losgelaten zal een
kan wijzen richting het noorden. De twee polen worden daardoor dus noord - en
zuidpool genoemd.
Universeel karakter: gelijkaardige polen stoten elkaar af, en tegengestelde polen
trekken elkaar aan. Het is bovendien onmogelijk om noord en zuidpool van elkaar
te scheiden zoals bij + en – ladingen.
Magnetische polen van de Aarde: De geografische noordpool is eigenlijk de magnetische zuidpool.
2.Ferromagneten en elektromagneten
Ferromagneten
= materialen die sterke magnetische effecten met zich dragen zoals ijzer, kobalt ,… Ferromagneten
kunnen ook zelf gemagnetiseerd worden. Ze kunnen geïnduceerde magneten of permanente
magneten worden. Wanneer een magneet in de buurt van ferromagnetisch materiaal wordt gebracht,
ontstaat er lokale magnetisatie van het materiaal. De kleine regies in het materiaal, domeinen genoemd
gaan zich gedrag en als kleine magneten. Binnenin de domeinen gaan de polen van individuele
domeinen evenwijdig aan elkaar liggen. Elk atoom gaat zich dus ook gedragen al een magneet. Als
respons op het extern magne tisch veld kan een domein uitgroeien tot millimeters.
Elektromagneten
Elektromagnetisme is het gebruik van elektrische stroom om magneten te maken. Elektromagneten
zijn de tijdelijke geïnduceerde magneten ervan.
Elektromagenten vs. ferromagneten
De reactie van ijzervezel op een stroom -dragende spoel en een
permanente magneet geeft een gelijkaardig patroon weer. Elektromagneten hebben dezelfde
basische karakteristieken. Ze hebben een noord en zuidpool dat niet van elkaar gescheiden kunnen
worden. Bovendien stoten bij beide gelijkaardige polen elkaar af en tre kken tegengestelde polen
elkaar aan.
Combinatie ferromagneet en elektromagneet
Als men beide combineert kunnen sterke magnetische effecten worden geproduceerd. Als deze
effecten nodig zijn in het dagelijks leven dan wordt de elektromagneet versterkt door ferromagnetisch
materiaal. Limieten die maken hoe sterk zo’n magneet kan zijn wo rdt opgelegd door de
spoelweerstan d en zo worden supergeleidende magneten gevormd. Deze hebben nog wel limieten
omdat supergeleidende eigenschappen vernietigd worden als het magnetisch veld te groot wordt.
1.Magneten
Alle magneten hebben 2 polen. Wanneer een magneet wordt losgelaten zal een
kan wijzen richting het noorden. De twee polen worden daardoor dus noord - en
zuidpool genoemd.
Universeel karakter: gelijkaardige polen stoten elkaar af, en tegengestelde polen
trekken elkaar aan. Het is bovendien onmogelijk om noord en zuidpool van elkaar
te scheiden zoals bij + en – ladingen.
Magnetische polen van de Aarde: De geografische noordpool is eigenlijk de magnetische zuidpool.
2.Ferromagneten en elektromagneten
Ferromagneten
= materialen die sterke magnetische effecten met zich dragen zoals ijzer, kobalt ,… Ferromagneten
kunnen ook zelf gemagnetiseerd worden. Ze kunnen geïnduceerde magneten of permanente
magneten worden. Wanneer een magneet in de buurt van ferromagnetisch materiaal wordt gebracht,
ontstaat er lokale magnetisatie van het materiaal. De kleine regies in het materiaal, domeinen genoemd
gaan zich gedrag en als kleine magneten. Binnenin de domeinen gaan de polen van individuele
domeinen evenwijdig aan elkaar liggen. Elk atoom gaat zich dus ook gedragen al een magneet. Als
respons op het extern magne tisch veld kan een domein uitgroeien tot millimeters.
Elektromagneten
Elektromagnetisme is het gebruik van elektrische stroom om magneten te maken. Elektromagneten
zijn de tijdelijke geïnduceerde magneten ervan.
Elektromagenten vs. ferromagneten
De reactie van ijzervezel op een stroom -dragende spoel en een
permanente magneet geeft een gelijkaardig patroon weer. Elektromagneten hebben dezelfde
basische karakteristieken. Ze hebben een noord en zuidpool dat niet van elkaar gescheiden kunnen
worden. Bovendien stoten bij beide gelijkaardige polen elkaar af en tre kken tegengestelde polen
elkaar aan.
Combinatie ferromagneet en elektromagneet
Als men beide combineert kunnen sterke magnetische effecten worden geproduceerd. Als deze
effecten nodig zijn in het dagelijks leven dan wordt de elektromagneet versterkt door ferromagnetisch
materiaal. Limieten die maken hoe sterk zo’n magneet kan zijn wo rdt opgelegd door de
spoelweerstan d en zo worden supergeleidende magneten gevormd. Deze hebben nog wel limieten
omdat supergeleidende eigenschappen vernietigd worden als het magnetisch veld te groot wordt.