Macro – evolutie
1.Inleiding
Macro -evolutie = evolutionaire processen die zic h uitstrekken over een geologische tijdschaal en die
leiden tot het ontstaan van opmerkelijk verschillende genera en hogere taxa vat men samen onder
deze noemer . Het is voornamelijk het domein van paleontologen.
Volgens Gould kan evolutie bestudeerd worden over 3 grote tijdsvensters:
1. Perioden van tientallen tot duizenden jaren, domein van de populatiegenetica en aanverwante
richtingen
2. Perioden van miljoenen jaren, perioden waarover snelheden van speciatie en extinctie kunnen
geschat worden en vergeleken tussen verschillende groepen van organismen.
3. Perioden van tien miljoen tot honderd miljoen jaren en er wordt gemarkeerd door een reeks
massa -extincties
➔ Macro -evolutie bekijken de laatste twee vensters.
2.Snelheid van evolutie
De snelheid waarmee een kenmerk verandert in de loop van de evolutie wordt uitgedrukt in Darwin.
Een snelheid van 1 Darwin betekent een verandering met een factor e in 1 miljoen jaar. De
evolutiesnelheid r wordt dus gedefinieerd als:
𝑙𝑛 𝑥 2 − 𝑙𝑛 𝑥 1
𝑟=
𝛥𝑡
waarbij x1 en x2 de gemiddelde afmetingen van het kenmerk zijn op tijdstip 1 en 2, en Δt de tijdspanne
verstreken tussen beide punten in de tijd. Er wordt op een logaritmische schaal gewerkt omdat anders
de snelheid van evolutie zou lijken toe te nemen naargelang het bestudeerde organisme groter wordt.
De logaritmen zorgen ervoor dat eenzelf de proportioneel increment eenzelfde snelheid oplevert.
Drie fronten
Informatie over de snelheid van evolutie komt in 3 fronten:
1. Fossiele materiaal: hier worden metingen aan morfologische karakteristieken gerelateerd aan
de ouderdom van fossielen , meestal bepaald a.d.h.v. radioactieve dateringsmethoden.
2. Veranderingen van kenmerken in soorten die in ene recent verleden een nieuw gebeid hebben
gekoloniseerd: (De grootte van verschillen tussen kolonisten en ouder pop/ tijd)
3. Selectie -experimenten
Evolutiesnelheden
Schattingen van evolutiesnelheden variëren tussen taxa, kenmerken en perioden.
Verschillen in evolutiesnelheden werden vaak geïnterpreteerd als het gevolg van
verschillen in selectiedruk. De vergelijking van verschillende evolutiesnelheden
berekend over verschillende tijdspannen is een hachelijke onderneming. Er is een
omgekeerd even redig verband tussen de berekende evolutiesnelheid en de
tijdspanne waarover de snelheid berekend was. Dit verschijnsel is waarschijnlijk een
gevolg van fluctuaties in de richti ng waarin evolutie verloopt. Wanneer de richting
van evolutie fluctueert, zal de schatting van de evolutiesnelheid dalen met
1.Inleiding
Macro -evolutie = evolutionaire processen die zic h uitstrekken over een geologische tijdschaal en die
leiden tot het ontstaan van opmerkelijk verschillende genera en hogere taxa vat men samen onder
deze noemer . Het is voornamelijk het domein van paleontologen.
Volgens Gould kan evolutie bestudeerd worden over 3 grote tijdsvensters:
1. Perioden van tientallen tot duizenden jaren, domein van de populatiegenetica en aanverwante
richtingen
2. Perioden van miljoenen jaren, perioden waarover snelheden van speciatie en extinctie kunnen
geschat worden en vergeleken tussen verschillende groepen van organismen.
3. Perioden van tien miljoen tot honderd miljoen jaren en er wordt gemarkeerd door een reeks
massa -extincties
➔ Macro -evolutie bekijken de laatste twee vensters.
2.Snelheid van evolutie
De snelheid waarmee een kenmerk verandert in de loop van de evolutie wordt uitgedrukt in Darwin.
Een snelheid van 1 Darwin betekent een verandering met een factor e in 1 miljoen jaar. De
evolutiesnelheid r wordt dus gedefinieerd als:
𝑙𝑛 𝑥 2 − 𝑙𝑛 𝑥 1
𝑟=
𝛥𝑡
waarbij x1 en x2 de gemiddelde afmetingen van het kenmerk zijn op tijdstip 1 en 2, en Δt de tijdspanne
verstreken tussen beide punten in de tijd. Er wordt op een logaritmische schaal gewerkt omdat anders
de snelheid van evolutie zou lijken toe te nemen naargelang het bestudeerde organisme groter wordt.
De logaritmen zorgen ervoor dat eenzelf de proportioneel increment eenzelfde snelheid oplevert.
Drie fronten
Informatie over de snelheid van evolutie komt in 3 fronten:
1. Fossiele materiaal: hier worden metingen aan morfologische karakteristieken gerelateerd aan
de ouderdom van fossielen , meestal bepaald a.d.h.v. radioactieve dateringsmethoden.
2. Veranderingen van kenmerken in soorten die in ene recent verleden een nieuw gebeid hebben
gekoloniseerd: (De grootte van verschillen tussen kolonisten en ouder pop/ tijd)
3. Selectie -experimenten
Evolutiesnelheden
Schattingen van evolutiesnelheden variëren tussen taxa, kenmerken en perioden.
Verschillen in evolutiesnelheden werden vaak geïnterpreteerd als het gevolg van
verschillen in selectiedruk. De vergelijking van verschillende evolutiesnelheden
berekend over verschillende tijdspannen is een hachelijke onderneming. Er is een
omgekeerd even redig verband tussen de berekende evolutiesnelheid en de
tijdspanne waarover de snelheid berekend was. Dit verschijnsel is waarschijnlijk een
gevolg van fluctuaties in de richti ng waarin evolutie verloopt. Wanneer de richting
van evolutie fluctueert, zal de schatting van de evolutiesnelheid dalen met