nutrientencyclus
1.Alle nutriënten zitten in biochemische cycli
Alle nutriënten stromen of cycleren van de niet -levende naar de levende componenten en terug naar
de niet -levende componenten van een ES in min of meer cyclisch patroon, gekend als de
stofkringloop of de biochemische cyclus. Belangrijke spelers in de nutriëntencyclus zijn de groene
planten die nutriënten bijeen brengen in biologisch bruikbare verbindingen, de ontbinders, die deze
terugbrengen naar hun eenvoudige elementaire status, de lucht en water, die ze transporteren tussen
de abiotische en de levende componenten van het ES.
De biosfeer is beperkt: elke cyclus kan opgedeeld worden in 2 compartimenten of poels:
1. Reservepoel of reservoir: grote vrijwel onbeweeglijke voorraad die over het algemeen niet
biologisch gebonden is en zich in de atmosfeer, de wereldoceanen of in de aardkorst bevindt.
2. Labiele of cyclagepoel: een kleine, beweeglijke en actieve portie die snel uitgewisseld wordt
tussen het milieu en de daarin levende organismen
Twee basistypes van biogeochemische kringlopen:
1. Gasvormige: waarbij het reservoir in de atmosfeer of in de hydrosfeer gelegen is
2. Sedimentaire: waarbij het reservoir in de aardkorst gelegen is
De reden waarom ze zo worden opgedeeld is omdat sommige cycli zich makkelijk kunnen aanpassan
aan veranderingen. Cycli van het gasvormig type zijn goede buffers.
De mineralencyclus varieert van het ene tot het andere element m aar bestaat essentieel uit 2 fases: de
fase van de gesteentes en de fase van de zoutoplossing.
Zowel gasvormige als sedimentaire cycli incorp oreren biologische en niet -biologische agentia. Beide
types worden aangedreven door de energiestroom doorheen een ES en beide zijn nauw gekoppeld
aan de waterkringloop.
Alle cycli hebben een gemeenschappelijke structuur bestaande uit 3 basiscomponenten: inputs,
outputs en interne cyclering
2.Nutriënten komen het ES binnen via inputs
De input van nutriënten in het ES is afh. van het type van biogeochemische kringloop. Nutriënten van
het gasvormig type komen de cycli binnen via de atmosfeer. Voor de sedimentaire komen ze binnen
door de verwering van rotsen en mineralen. Het proces van b odemvorming en de resulterende
bodemkarakteristieken hebben een belangrijke invloed op de processen die betrokken zijn bij de
vrijstelling en het behoud van nutriënten. De neerslag voert belangrijke hoeveelheden van nutriënten
aan nl. de natte depositie. Sommige nutriënten worden aangevoerd door de lucht = droge depositie.
1.Alle nutriënten zitten in biochemische cycli
Alle nutriënten stromen of cycleren van de niet -levende naar de levende componenten en terug naar
de niet -levende componenten van een ES in min of meer cyclisch patroon, gekend als de
stofkringloop of de biochemische cyclus. Belangrijke spelers in de nutriëntencyclus zijn de groene
planten die nutriënten bijeen brengen in biologisch bruikbare verbindingen, de ontbinders, die deze
terugbrengen naar hun eenvoudige elementaire status, de lucht en water, die ze transporteren tussen
de abiotische en de levende componenten van het ES.
De biosfeer is beperkt: elke cyclus kan opgedeeld worden in 2 compartimenten of poels:
1. Reservepoel of reservoir: grote vrijwel onbeweeglijke voorraad die over het algemeen niet
biologisch gebonden is en zich in de atmosfeer, de wereldoceanen of in de aardkorst bevindt.
2. Labiele of cyclagepoel: een kleine, beweeglijke en actieve portie die snel uitgewisseld wordt
tussen het milieu en de daarin levende organismen
Twee basistypes van biogeochemische kringlopen:
1. Gasvormige: waarbij het reservoir in de atmosfeer of in de hydrosfeer gelegen is
2. Sedimentaire: waarbij het reservoir in de aardkorst gelegen is
De reden waarom ze zo worden opgedeeld is omdat sommige cycli zich makkelijk kunnen aanpassan
aan veranderingen. Cycli van het gasvormig type zijn goede buffers.
De mineralencyclus varieert van het ene tot het andere element m aar bestaat essentieel uit 2 fases: de
fase van de gesteentes en de fase van de zoutoplossing.
Zowel gasvormige als sedimentaire cycli incorp oreren biologische en niet -biologische agentia. Beide
types worden aangedreven door de energiestroom doorheen een ES en beide zijn nauw gekoppeld
aan de waterkringloop.
Alle cycli hebben een gemeenschappelijke structuur bestaande uit 3 basiscomponenten: inputs,
outputs en interne cyclering
2.Nutriënten komen het ES binnen via inputs
De input van nutriënten in het ES is afh. van het type van biogeochemische kringloop. Nutriënten van
het gasvormig type komen de cycli binnen via de atmosfeer. Voor de sedimentaire komen ze binnen
door de verwering van rotsen en mineralen. Het proces van b odemvorming en de resulterende
bodemkarakteristieken hebben een belangrijke invloed op de processen die betrokken zijn bij de
vrijstelling en het behoud van nutriënten. De neerslag voert belangrijke hoeveelheden van nutriënten
aan nl. de natte depositie. Sommige nutriënten worden aangevoerd door de lucht = droge depositie.