GB Dieren
hoofdstuk 9: Nematoda
Diagnose
Morfologie Wormvormig: lang, rond, bilateraal symmetrisch zonder aanhangsels;
Tripoblast, geen echte lichaamsholte maar pseudocoel , lichaam
beschermd door cuticula en vloeistoffen in pseudocoel
Fysiologie Centraal zenuwstelsel met slokdarmring, ventrale en caudale ganglia en
zenuwtsrengen , volledig en onvertakt spijsverteringskanaal, geen bloed –
of ademhalingsstelsel, osmoregulatie d.m.v. cellen (≈ protoniphridium)
Voortbeweging Longitudinale spieren, geen aanhangsels, cilia of flagellen
Voortplanting Meestal gescheiden geslachten, dimorf
Ontwikkeling Spiraalklieving, indirect, 4 op adulte lijkende larvastadia, aantal cellen in
adulte van dezelfde soort is soms gelijk (eutelie)
Habitat Aquatisch, in de grond of endoparasitair , wereldwijde verspreiding
Grootte Enkele 1mm tot 1m
Diversiteit 23.000 beschreven recente soorten
, Voorkomen
Groot aantal soorten
Groot aantal biotopen
o Meer dan helft vrij levend in zoetwater
o Eveneens in zeewater, grond en organisch materiaal
o Dikwijls enorme aantallen
o Enorme betekenis als parasieten van dieren en planten
Bouwplan
habitus en lichaamsomhulling:
Langwerpig, spoelvormig versmallend naar het uiteinde
Vrijlevende soorten vrij klein (0.5 -33mm)
Parasitaire vorm soms groter dan 15mm
Sterke, meestal gladde, niet -chitineuze cuticula
opgebouwd uit collageen
Cuticula soms met differentiaties
Onder de cuticula een epitheel met weinig cellen
Epitheliale lijsten dorsaal, ventraal en lateraal
Klieren:
o Staartklieren: verankering
o Fasmiden: sensorieel
Dwarse doorsnede
Darmlumen/intestine = deze is afgeplat door de
druk, daardoor is het moeilijk voedsel te
transporteren maar hier is ene oplossing voor
Cuticula wordt opgebouwd door de hypodermis
Hypodermis/epidermis = specifiek adulte stadia
o gaat syncytium vormen die uiteindelijk
hypodermale lijsten gaan vormen met
daarin alle organellen
De uitlopers van de longitudinale spieren gaan naar het zenuwstelsel (normaal
andersom) (actine -myosine)
Laterale lijsten/excretory duct = uitlopers van de excretielijsten
Spieren
H uidspierzak (één laag longitudinale spiercellen)
o Fibrillenzone
o N ucleaire zone
o Uitlopers naar zenuwvezels
4 spiervelden
D orso‐ventrale kromming
G especialiseerde spiertjes : gaan alternerend contraheren, het loopt als een golf over
het lichaam waardoor het organisme kan plooien etc.
hoofdstuk 9: Nematoda
Diagnose
Morfologie Wormvormig: lang, rond, bilateraal symmetrisch zonder aanhangsels;
Tripoblast, geen echte lichaamsholte maar pseudocoel , lichaam
beschermd door cuticula en vloeistoffen in pseudocoel
Fysiologie Centraal zenuwstelsel met slokdarmring, ventrale en caudale ganglia en
zenuwtsrengen , volledig en onvertakt spijsverteringskanaal, geen bloed –
of ademhalingsstelsel, osmoregulatie d.m.v. cellen (≈ protoniphridium)
Voortbeweging Longitudinale spieren, geen aanhangsels, cilia of flagellen
Voortplanting Meestal gescheiden geslachten, dimorf
Ontwikkeling Spiraalklieving, indirect, 4 op adulte lijkende larvastadia, aantal cellen in
adulte van dezelfde soort is soms gelijk (eutelie)
Habitat Aquatisch, in de grond of endoparasitair , wereldwijde verspreiding
Grootte Enkele 1mm tot 1m
Diversiteit 23.000 beschreven recente soorten
, Voorkomen
Groot aantal soorten
Groot aantal biotopen
o Meer dan helft vrij levend in zoetwater
o Eveneens in zeewater, grond en organisch materiaal
o Dikwijls enorme aantallen
o Enorme betekenis als parasieten van dieren en planten
Bouwplan
habitus en lichaamsomhulling:
Langwerpig, spoelvormig versmallend naar het uiteinde
Vrijlevende soorten vrij klein (0.5 -33mm)
Parasitaire vorm soms groter dan 15mm
Sterke, meestal gladde, niet -chitineuze cuticula
opgebouwd uit collageen
Cuticula soms met differentiaties
Onder de cuticula een epitheel met weinig cellen
Epitheliale lijsten dorsaal, ventraal en lateraal
Klieren:
o Staartklieren: verankering
o Fasmiden: sensorieel
Dwarse doorsnede
Darmlumen/intestine = deze is afgeplat door de
druk, daardoor is het moeilijk voedsel te
transporteren maar hier is ene oplossing voor
Cuticula wordt opgebouwd door de hypodermis
Hypodermis/epidermis = specifiek adulte stadia
o gaat syncytium vormen die uiteindelijk
hypodermale lijsten gaan vormen met
daarin alle organellen
De uitlopers van de longitudinale spieren gaan naar het zenuwstelsel (normaal
andersom) (actine -myosine)
Laterale lijsten/excretory duct = uitlopers van de excretielijsten
Spieren
H uidspierzak (één laag longitudinale spiercellen)
o Fibrillenzone
o N ucleaire zone
o Uitlopers naar zenuwvezels
4 spiervelden
D orso‐ventrale kromming
G especialiseerde spiertjes : gaan alternerend contraheren, het loopt als een golf over
het lichaam waardoor het organisme kan plooien etc.