Uitgebreide Samenvatting: Cursus Algemene
Farmacologie
Deze uitgebreide samenvatting beslaat de fundamentele concepten van de farmacologie,
verdeeld over farmacokinetiek, farmacodynamiek, bijwerkingen, interacties en de specifieke
eigenschappen van monoklonale antilichamen. Het document is gestructureerd om de diepgang
van een cursus van 20 pagina's te benaderen, waarbij figuren conceptueel zijn omgezet in
overzichtelijke tabellen en schema's.
DEEL 1: FARMACOKINETISCHE PROCESSEN
1. Inleiding
De farmacokinetiek bestudeert de veranderingen van de concentratie van een geneesmiddel in
het lichaam in functie van de tijd. De vier pijlers (vaak aangeduid als ADME) zijn:
● Absorptie
● Distributie (Verdeling)
● Metabolisatie (Biotransformatie)
● Eliminatie (Excretie)
De variabiliteit in deze processen tussen patiënten verklaart waarom eenzelfde dosis kan leiden
tot uiteenlopende plasmaconcentraties en bijgevolg tot verschillende geneesmiddeleffecten.
2. Transport van Farmaca over Biologische Membranen
2.1 Paracellulair transport via poriën
Beperkt tot zeer kleine wateroplosbare moleculen (MG < 150 Da in de darm, maar in capillairen
tot MG < 60.000 Da wegens grotere intercellulaire "gaps"). Glomerulaire filtratie in de nieren is
hier een belangrijk voorbeeld van.
2.2 Passieve niet-ionische diffusie
Dit is de belangrijkste vorm van transport. Het geneesmiddel lost op in het lipidenmembraan en
diffundeert met de concentratiegradiënt mee. De snelheid wordt beschreven door de Wet van
Fick: Snelheid van diffusie = D * P * A * (C1 - C2) / d Waarbij:
● D: Diffusiecoëfficiënt
, ● P: Vet-waterpartitiecoëfficiënt (mate van lipofiliteit)
● A: Oppervlak (bv. dunne darm > maag)
● C1 - C2: Concentratiegradiënt
● d: Dikte van het membraan
Biopharmaceutical Classification System (BCS) | Klasse | Oplosbaarheid | Permeabiliteit |
Voorbeelden | | :--- | :--- | :--- | :--- | | I | Goed | Goed | Paracetamol, theofylline | | II | Slecht |
Goed | Digoxine, ciclosporine | | III | Goed | Slecht | ACE-inhibitoren, ranitidine | | IV | Slecht |
Slecht | Tobramycine, paromomycine |
Invloed van pKa en pH (Ion-trapping) De meeste geneesmiddelen zijn zwakke zuren of
basen. Alleen de niet-geïoniseerde (lipofiele) vorm diffundeert celmembranen over. De
ionisatiegraad wordt berekend via de Henderson-Hasselbalch vergelijkingen:
● Zuur: pH = pKa + log(geïoniseerd / niet-geïoniseerd)
● Base: pH = pKa + log(niet-geïoniseerd / geïoniseerd) Ion-trapping: Een
zuur geneesmiddel (zoals acetylsalicylzuur, pKa 3.4) is grotendeels niet-geïoniseerd in
de zure maag (pH 1.4) en diffundeert gemakkelijk de bloedbaan in, waar het bij een pH
van 7.4 sterk ioniseert en "gevangen" raakt in het plasma.
2.3 Carrier-gemedieerd transport
Maakt gebruik van membraaneiwitten (transporters) en kan gefaciliteerd passief (met gradiënt
mee, vereist geen energie) of actief (tegen gradiënt in, vereist ATP) zijn.
● P-glycoproteïne (P-gP / MDR1): Een effluxpomp (ABC-transporter familie) in de darm,
nieren, en bloed-hersenbarrière die geneesmiddelen (bv. taxanen) uit de cel pompt.
● BCRP (Breast Cancer Resistance Protein): Effluxpomp belangrijk voor de
bloed-hersenbarrière.
3. Absorptie
3.1 Biologische beschikbaarheid (F)
De fractie van de toegediende dosis die onveranderd de algemene circulatie bereikt.
● Absolute biologische beschikbaarheid: F = AUC_oraal / AUC_iv
● Relatieve biologische beschikbaarheid: F = AUC_preparaat_X /
AUC_referentie De snelheid van absorptie wordt gekenmerkt door Cmax (maximale
plasmaconcentratie) en Tmax (tijd tot Cmax).
Farmacologie
Deze uitgebreide samenvatting beslaat de fundamentele concepten van de farmacologie,
verdeeld over farmacokinetiek, farmacodynamiek, bijwerkingen, interacties en de specifieke
eigenschappen van monoklonale antilichamen. Het document is gestructureerd om de diepgang
van een cursus van 20 pagina's te benaderen, waarbij figuren conceptueel zijn omgezet in
overzichtelijke tabellen en schema's.
DEEL 1: FARMACOKINETISCHE PROCESSEN
1. Inleiding
De farmacokinetiek bestudeert de veranderingen van de concentratie van een geneesmiddel in
het lichaam in functie van de tijd. De vier pijlers (vaak aangeduid als ADME) zijn:
● Absorptie
● Distributie (Verdeling)
● Metabolisatie (Biotransformatie)
● Eliminatie (Excretie)
De variabiliteit in deze processen tussen patiënten verklaart waarom eenzelfde dosis kan leiden
tot uiteenlopende plasmaconcentraties en bijgevolg tot verschillende geneesmiddeleffecten.
2. Transport van Farmaca over Biologische Membranen
2.1 Paracellulair transport via poriën
Beperkt tot zeer kleine wateroplosbare moleculen (MG < 150 Da in de darm, maar in capillairen
tot MG < 60.000 Da wegens grotere intercellulaire "gaps"). Glomerulaire filtratie in de nieren is
hier een belangrijk voorbeeld van.
2.2 Passieve niet-ionische diffusie
Dit is de belangrijkste vorm van transport. Het geneesmiddel lost op in het lipidenmembraan en
diffundeert met de concentratiegradiënt mee. De snelheid wordt beschreven door de Wet van
Fick: Snelheid van diffusie = D * P * A * (C1 - C2) / d Waarbij:
● D: Diffusiecoëfficiënt
, ● P: Vet-waterpartitiecoëfficiënt (mate van lipofiliteit)
● A: Oppervlak (bv. dunne darm > maag)
● C1 - C2: Concentratiegradiënt
● d: Dikte van het membraan
Biopharmaceutical Classification System (BCS) | Klasse | Oplosbaarheid | Permeabiliteit |
Voorbeelden | | :--- | :--- | :--- | :--- | | I | Goed | Goed | Paracetamol, theofylline | | II | Slecht |
Goed | Digoxine, ciclosporine | | III | Goed | Slecht | ACE-inhibitoren, ranitidine | | IV | Slecht |
Slecht | Tobramycine, paromomycine |
Invloed van pKa en pH (Ion-trapping) De meeste geneesmiddelen zijn zwakke zuren of
basen. Alleen de niet-geïoniseerde (lipofiele) vorm diffundeert celmembranen over. De
ionisatiegraad wordt berekend via de Henderson-Hasselbalch vergelijkingen:
● Zuur: pH = pKa + log(geïoniseerd / niet-geïoniseerd)
● Base: pH = pKa + log(niet-geïoniseerd / geïoniseerd) Ion-trapping: Een
zuur geneesmiddel (zoals acetylsalicylzuur, pKa 3.4) is grotendeels niet-geïoniseerd in
de zure maag (pH 1.4) en diffundeert gemakkelijk de bloedbaan in, waar het bij een pH
van 7.4 sterk ioniseert en "gevangen" raakt in het plasma.
2.3 Carrier-gemedieerd transport
Maakt gebruik van membraaneiwitten (transporters) en kan gefaciliteerd passief (met gradiënt
mee, vereist geen energie) of actief (tegen gradiënt in, vereist ATP) zijn.
● P-glycoproteïne (P-gP / MDR1): Een effluxpomp (ABC-transporter familie) in de darm,
nieren, en bloed-hersenbarrière die geneesmiddelen (bv. taxanen) uit de cel pompt.
● BCRP (Breast Cancer Resistance Protein): Effluxpomp belangrijk voor de
bloed-hersenbarrière.
3. Absorptie
3.1 Biologische beschikbaarheid (F)
De fractie van de toegediende dosis die onveranderd de algemene circulatie bereikt.
● Absolute biologische beschikbaarheid: F = AUC_oraal / AUC_iv
● Relatieve biologische beschikbaarheid: F = AUC_preparaat_X /
AUC_referentie De snelheid van absorptie wordt gekenmerkt door Cmax (maximale
plasmaconcentratie) en Tmax (tijd tot Cmax).