1. Anatomie en neurologie van de blaas
1.1. Het urologische uitscheidingsstelsel bestaat uit een aantal
organen
Onderdelen van de blaas:
• Blaasspier
o Glad spierweefsel, binnenkant bedekt met slijmvlies laag
• 2 uitmondingen van de urineleiders = urethers
• Sfincter = sluitspier
o Sluit in samengetrokken toestand de blaas af van de urethra
Lege blaas heeft pooi maar deze verdwijnen zodra de blaas zich vult
Doelen blaasspier:
• Reservoir van urine
o Ongeveer 500ml urineproductie per 3 à 6 uur
o Blaas vult zich continu met urine
• Samentrekken bij urinelozing
Vanaf 2 à 6 jaar worden we continent
Doelen sfincter:
• Geen urineverlies
o Dankzij bieden van weerstand tijdens het vullen van de blaas en het
opspannen van de buikspieren ( persen, lachen, niezen,… )
• Continentie = spanning blaaswandspieren en sfincter zijn op elkaar ingesteld
, 1.2. De grove neurologische controle
2 grote elementen:
• Lage ruggenmergcontrole
o Waar: aan sacrale wervels ligt het reflexcentrum voor blaas en darmen
o Doel: prikkels van gewaarwording sturen naar de hersenen
o Bij breuk: geen geleiding van prikkels meer → incontinent
• Cerebrale controle
o Waar: in hersenen aan blaascoördinatiecentrum
o Doel: bewust worden van
▪ Drang tot plassen
▪ Ledigen van de blaas
▪ Ophouden van de urine
o Bewustwording van moeten plassen → je kiest wat je doet
Reflexboog:
• = totale weg van impulsen van blaas naar ruggenmerg, naar hersenen en terug
• Blaas vult ( prikkeling vanaf 200 ml ) → via afferente ZB → hersenen ( we worden
gewaar dat we moeten plassen + beslissen of we effectief gaan oplassen of
ophouden van de urine ) → van hersenen → via efferente ZB → blaas ( plassen of
niet )
• Informatie verloopt via zenuwbanen en zenuwen
o Afferente ZB = prikkeling naar de hersenen
o Efferente ZB = prikkels naar blaas
o Sensorische zenuwen = signaal geven dat blaas vol is ( gevoel )
o Motorische zenuwen = signaal om blaas te laten samentrekken + urineren
( actie )
1.3. Terminologielijst
, 2. Urologische problemen – pathologie ter hoogte van
de blaas
2.1. Urineweginfecties
2.1.1. Omschrijving
UWI = ontstekingsreactie ter hoogte van urinestelsel
➔ Evenwicht tussen de bacteriële uitbereiding en de verdediging van de blaas is verstoord
➔ Vooral bij vrouwen
o Te korte urethra
o Urethra en anus liggen dicht bij elkaar
➔ Zelden bij mannen
o Lange urethra
o Urethra ver weg van anus
o Bactericide werking van de prostaat
o Urine is zuurder dan bij vrouwen
2.1.2. Verdedigingsmechanismen van de blaas
Urine in de blaas is meestal steriel
De blaas verdedigt zich door 3 factoren:
• Blaaslediging
o Urinewegen spoelen zich door wegstromende urine
o Tip = veel drinken
• Bacteriostatisch effect
o Desinfectie van de urine doordat urine zuur is + ureumstikstof bevat
o Gaat groei van bacteriën tegen
• Verdediging slijmvlies
o Afstoten van bacteriën door structuur van mucosa
Zuur helpt tegen de E. coli bacterie
Hoe zuurder de urine, hoe beter
2.1.3. Oorzaken
Pathofysiologisch en situatie persoon / omgeving
• Pathofysiologisch
o Invasie van monomicrobiële bacillen ( E. Coli ) of schimmel ( candida )
o Risicofactoren die invasie van kiemen mogelijk maken
▪ Ontsteking omliggende organen
▪ Afvloei die belemmerd wordt door lithiasis, structuren
▪ Tumoren, divertikels
▪ Verlaagd Hb → te weinig rode bloedcellen
▪ Leukopenie
▪ Medicatie die ontstekingsreactie onderdrukken
▪ Chronische aandoeningen
▪ Verminderde weerstand