Inhoudsopgave
4.1 Anatomie oogheelkunde
4.2 Heelkunde oogheelkunde
4.3 OZT-oogheelkunde
,TLP 3 – Oogheelkunde – Sita Rempt
4.1 Anatomie – Oogheelkunde
Oogbol:
- Sclera – Hard oogrok: buitenste oog laag
o Witte laag
o Wordt op spanning gehouden door de
intra-oculaire druk
o Aanhechtingspunt van de oogspieren
o Onderdelen:
▪ Cornea
• Ligt anterieur
• Heeft een sterkere kromming dan de rest, zoals de lens
• Doorzichtig, geen vaten
• 12 x 0,6 mm groot en zeer gevoelig, zenuwuiteinden hebben
geen beschermingslaag
• Belangrijk deel voor optisch systeem omdat hij licht door laat
- Uvea: middelste oog laag
o Onderdelen:
▪ Iris
• Diafragma rond centrale opening
• 1,5 tot 8 mm groot
• Regelt de hoeveelheid licht die door de pupil komt
o M. Sphincter pupillae
▪ Miosis - pupilvernauwing (parasympaticus)
o M. Dilatator pupillae
▪ Mydriasis- pupilverwijding (sympanicus)
• Gekleurd pigment heeft als functie om lichtinval te absorberen,
hierdoor kan licht alleen door de pupil
• Er is geen pigment bij albinisme, waardoor inval van licht niet
te reguleren en pijnlijk is
▪ Corpus ciliare
• Anterieure verdikking uvea
• Productie oogkamervocht, lensophanging, accommodatie
• M. Ciliaris
o Aanspannen/ontspannen laat de lens accommoderen
o Autonome zenuwstelsel en parasympatisch stelsel
▪ Choroidea
• Voortzetting van de corpus ciliare
• Ligt binnen sclera en tegen de pigmentlaag van de retina aan
• Vasculariseert retina en rest van het oog
• Regelt temperatuur
,TLP 3 – Oogheelkunde – Sita Rempt
- Retina – Netvlies: binnenste oog laag
o Binnenbekleding van het oog waaronder de staafjes en kegeltjes zitten
o Laag die de licht impulsen/prikkels omzet in elektrische prikkels die naar de
hersenen worden gestuurd.
o Ligt tegen de choroidea aan
o Onderdelen:
▪ Pigment laag
• Zit tegen de uvea/choroidea aan en absorbeert licht
• Kan licht goed absorberen, zodat het niet terug kan kaatsen
• Als staafjes en kegeltjes geen contact meer maken met de
pigment laag, is er gaan energie om de impulsen door te geven
aan de zenuwcellen en wordt je blind
▪ Neurale laag
• Zit niet in het voorste deel van de retina
• Bestaat uit een laag zenuwweefsel en een laag fotoreceptoren
(kegeltjes/staafjes)
▪ Wanneer de pigment laag loslaat van de neurale laag spreek je van
een ablatio retinae, wat kan leiden tot blindheid
▪ Macula lutea - Gele vlek
• Zit centraal in retina
• Neurale laag en is erg dun met veel fotoreceptoren
• Al het licht dat op de gele vlek valt zorgt ervoor dat je scherp
ziet
• Fovea centralis – centrale depressie
o Middelste punt met centrale depressie waar geen vaten
zitten
o Bevat geen staafjes en heel veel kegeltjes waardoor je
goed kleur kan zien
o Meest scherpste plek
o In het donker kijk je vooral met staafjes, deze zitten ver
van de fovea en hierdoor kan je in het donker minder
goed scherp stellen
▪ Discus/papilla nervi optici - Blinde vlek
• Ligt 3 mm mediaal van de gele vlek
• Hier komen 4 aanvoerende en 4 afvoerende vaten
• Bevat geen fotoreceptoren waardoor je hier ook niets mee ziet
• De n. Opticus heeft een gele achtige kleur, hierdoor ziet de
blinde vlek wat geel
, TLP 3 – Oogheelkunde – Sita Rempt
Fotoreceptoren: zorgen dat lichtprikkels worden omgezet in elektrische schokjes/prikkels
die uiteindelijk naar je hersenen gaan.
- Staafjes
o Ongeveer 120.000.000
o Aan de buitenkanten van de oogbol
o Differentiëren donker/licht (zwart-wit-grijs tinten)
o Zeer gevoelig voor licht (nachtzien)
- Kegeltjes:
o Ongeveer 6.000.000
o Drie soorten: rood, groen en blauw
o Liggen met name op de gele vlek
o Zijn minder gevoelig voor licht
o Wanneer een kegelsoort niet goed werkt, is iemand
nachtblind