Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................ 2
wat is sociale psychologie?.............................................................................................. 2
Methodes van sociaalpsychologisch onderzoek................................................6
observatie....................................................................................................................... 6
zelfbeschrijvingen........................................................................................................... 6
correlationeel onderzoek................................................................................................. 8
het experiment................................................................................................................ 9
de empirische cirkel...................................................................................................... 13
de psychologische betekenis van (on)macht..................................................15
beheersen en beheerst worden: instrumenteel leren....................................................15
macht als middel en doel-op-zich: een lastig te onderzoeken kwestie..........................19
het fijne van macht....................................................................................................... 20
de gevolgen van onmacht............................................................................................. 23
autosociale en sociale macht als communicerende vaten.............................................27
macht en onmacht in het ware leven............................................................................27
slotbeschouwing............................................................................................................ 29
agressief gedrag..........................................................................................30
Hoe valt agressief gedrag te bestuderen?.....................................................................32
De frustratie-agressie hypothese..................................................................................35
Provocatie en agressie..................................................................................................37
agressie, macht en onmacht.........................................................................................40
het ‘general agression model’ en computerspellen.......................................................43
altruïstisch gedrag.......................................................................................49
de definitIE VAN ALTRUÏSTISCH GEDRAG......................................................................49
methodologie van altruïstisch onderzoek......................................................................49
de ‘altruïstische intentie’ en de beoordeling van gedrag...............................................50
waarom helpen mensen?..............................................................................................51
sociale invloed............................................................................................. 59
impliciete sociale invloed: meerderheidsinvloed...........................................................59
impliciete sociale invloed: minderheidsinvloed.............................................................61
meerderheid vs minderheid: fundamenteel verschillend?.............................................63
expliciete sociale invloed: inwilligen van verzoeken......................................................63
impliciete en expliciete invloed: fundamenteel verschillend?........................................77
1
,attitudes...................................................................................................... 78
de (voorspellende waarde van) metingen van attitudes................................................78
de vorming van attitudes..............................................................................................83
attitudeverandering via gedragsverandering................................................................91
stereotypes................................................................................................ 100
wat zijn stereotypes?................................................................................................... 100
hoe zijn stereotypes te meten?...................................................................................101
waar komen stereotypes vandaan?.............................................................................102
stereotypes en de verwerking van informatie over personen......................................103
stereotypes bepalen mee hoe we mensen beoordelen...............................................106
stereotypes bepalen mee overt gedrag.......................................................................107
wanneer beïnvloeden stereotypes informatieverwerking, oordelen en gedrag?..........108
stereotypes houden zichzelf in stand..........................................................................113
hoe kunnen stereotypes veranderen?.........................................................................117
`
INLEIDING
WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE?
2
,Sociale psychologie = deelgebied vd psychologie dat zich bezighoudt met sociale
invloeden op individueel gedrag + met gedrag van individuen met, voor, over of tegen
elkaar
vb. welke factoren zijn bepalend voor agressie? Presteer je beter in aanwezigheid van
anderen? …
Invloed van anderen op individueel gedrag
o Maakt het iets uit dat er anderen aanwezig zijn als je aan het leren bent en
maakt het iets uit wat ze aan het doen zijn?
Gedrag van individuen met, tegen en voor elkaar
o Competitief, helpen en tegenwerkend gedrag, wat we van elkaar vinden
Overte vs. coverte gedragingen:
Coverte gedragingen = gedragingen die handelende persoon zelf kan
waarnemen, maar anderen niet (denkprocessen en affectieve toestanden als
gevoelens en stemmingen)
Overte gedragingen = gedragingen die ook anderen kunnen waarnemen
Vooral ‘normaal gedrag’ (soms problematisch gevonden) = binnen de grenzen van wat
we niet als ‘deviant’ beschouwen
Wetenschappelijke studie = beschrijven, voorspellen, verklaren en toepassen
Methodologische implicaties
Bv: te weten komen wat mensen denken over anderen, wat er in mensen omgaat als
iemand in nood is,…
Fundamentele vs. toegepaste sociale psychologie
Fundamenteel: nadruk op algemene principes van sociaal gedrag
theoriegericht en fundamenteel onderzoek
Toegepast: gebruik van inzichten uit fundamentele om
maatschappelijke/persoonlijke problemen te begrijpen en op te lossen, daarna
onderzoeken of deze oplossing beoogde effect heeft zonder nevenwerkingen
toegepast en praktijkgericht onderzoek
MAAR: niet iedereen vindt dit onderscheid zinvol; vaak overlappen deze gebieden
Wens om maatschappelijk probleem op te lossen kan aanzetten tot fundamenteel
onderzoek
Omgekeerd: fundamenteel onderzoek kan dezelfde sociaalpsycholoog aanzetten
tot toepassen ervan
Fundamenteel en toegepast onderzoek = heel sterk met elkaar verbonden
Uitgangspunten van de sociale psychologie
Focus gedragsdeterminanten hier-en-nu-situatie (situationele gedragsdeterminanten):
welke factoren die hier en nu aanwezig zijn maken dat de persoon deze gedragingen
vertoond?
MAAR betekent niet dat al ons gedrag volledig beïnvloedt w door gedragingen die
hier en nu gelden maar deze andere gedragingen (genetica, ontwikkelingsfase,
biologische factoren,…) w bestudeerd door andere vakgebieden binnen de
psychologie
Traditioneel veel nadruk op het experimenteel onderzoek causale relaties tss
vermeende oorzaken en gevolgen toetsen, MAAR ze wijzen andere methodes niet af
Andere methodes wanneer
Vraagstelling dat eist (andere dan causale vragen)
Experiment praktisch onmogelijk is (wel bij causale vragen)
3
, Experiment ethisch onwenselijk is (“ “)
Voordelen biedt op vlak van ecologische validiteit (in ‘natuurlijke omgeving’
observeren) veldexperiment
Nut dierenonderzoek
In biomedische wereld als gelijkenissen verondersteld worden met mensen
(ethischer om uit te voeren op dieren)
Bij gedragswetenschappen ook vaak omdat net de nadruk ligt op verschillen
tussen mens en dier => mogelijk interessante informatie over bepaalde
gedragingen als deze ook bij dieren voorkomen; zoeken naar gemeenschappelijk
mechanisme dat aanzet tot eenzelfde gedrag
Voorbeeld onderzoek p14
Een enkel onderzoek levert weinig kennis op over gedrag; waarde van onderzoek wordt
bepaald door samenhang met andere theorieën en onderzoeken => studie kan
belangrijke rol spelen bij toetsen en opbouwen van theorie, weerleggen of bevestigen
methodologische kritiek op ander onderzoek, aanzet tot vervolgonderzoek, …
=> onderzoek is nooit voorbij, theorie is nooit compleet
De relatie tussen sociale psychologie en mensenkennis
Gedragswetenschappelijke bevindingen gaan over mensen zelf; w vaak niet serieus
genomen aangezien veel mensen denken al alle ‘mensenkennis’ te hebben (gezond
verstand, eigen ervaring)
MAAR Iedereen heeft wel intuïtieve mensenkennis maar is dan niet meteen een
wetenschapper
Onderzoeksresultaten komen overeen met at mensen ‘al weten’ op grond van ervaring of
‘gezond verstand’ onderzoek is dan banaal/nutteloos
Deze reactie treedt ook soms op als mensen nog nooit eerder over iets hebben
nagedacht
Mensen hebben de neiging om, als ze weten hoe iets afloopt, te denken dat ze het
altijd al hebben geweten en dat het te verwachten was mensen kunnen zich
moeilijk voorstellen hoe het was als ze het nog niet wisten
Onderzoeksresultaten gaan in tegen wat mensen op grond van hun ervaring en ‘gezond
verstand’ menen te weten; reactie
Onderzoek deugt niet mensen kennen hoger waarheidsgehalte toe aan ‘eigen
ervaring’ dan aan wat ‘van buiten’ komt
Mensen herkennen inzichten over immoreel, beschamend of irrationeel gedrag dat
uit sommig onderzoek voortkomt liever niet
Indien men wil bijdragen aan samenleving, deelnemers, … moet men morele
verantwoordelijkheid nemen om geen frauduleuze onderzoeken etc. te doen =>
vertrouwen in gedragswetenschappen zou niet geschaad mogen worden, zeker omdat er
nu al zo weinig krediet is van buitenaf
Dus: hou je aan alle methodologische en ethische voorschriften
Besluit: zowel wetenschappelijke psychologie en intuïtieve kennis kunnen waar en
onwaar zijn
Verschil ligt in manier van kennisverwerving en kritische reflectie hierop
o Dagelijks leven: men is tevredengesteld met intellectueel bevredigende
verklaring voor iemands gedrag
4
Inleiding........................................................................................................ 2
wat is sociale psychologie?.............................................................................................. 2
Methodes van sociaalpsychologisch onderzoek................................................6
observatie....................................................................................................................... 6
zelfbeschrijvingen........................................................................................................... 6
correlationeel onderzoek................................................................................................. 8
het experiment................................................................................................................ 9
de empirische cirkel...................................................................................................... 13
de psychologische betekenis van (on)macht..................................................15
beheersen en beheerst worden: instrumenteel leren....................................................15
macht als middel en doel-op-zich: een lastig te onderzoeken kwestie..........................19
het fijne van macht....................................................................................................... 20
de gevolgen van onmacht............................................................................................. 23
autosociale en sociale macht als communicerende vaten.............................................27
macht en onmacht in het ware leven............................................................................27
slotbeschouwing............................................................................................................ 29
agressief gedrag..........................................................................................30
Hoe valt agressief gedrag te bestuderen?.....................................................................32
De frustratie-agressie hypothese..................................................................................35
Provocatie en agressie..................................................................................................37
agressie, macht en onmacht.........................................................................................40
het ‘general agression model’ en computerspellen.......................................................43
altruïstisch gedrag.......................................................................................49
de definitIE VAN ALTRUÏSTISCH GEDRAG......................................................................49
methodologie van altruïstisch onderzoek......................................................................49
de ‘altruïstische intentie’ en de beoordeling van gedrag...............................................50
waarom helpen mensen?..............................................................................................51
sociale invloed............................................................................................. 59
impliciete sociale invloed: meerderheidsinvloed...........................................................59
impliciete sociale invloed: minderheidsinvloed.............................................................61
meerderheid vs minderheid: fundamenteel verschillend?.............................................63
expliciete sociale invloed: inwilligen van verzoeken......................................................63
impliciete en expliciete invloed: fundamenteel verschillend?........................................77
1
,attitudes...................................................................................................... 78
de (voorspellende waarde van) metingen van attitudes................................................78
de vorming van attitudes..............................................................................................83
attitudeverandering via gedragsverandering................................................................91
stereotypes................................................................................................ 100
wat zijn stereotypes?................................................................................................... 100
hoe zijn stereotypes te meten?...................................................................................101
waar komen stereotypes vandaan?.............................................................................102
stereotypes en de verwerking van informatie over personen......................................103
stereotypes bepalen mee hoe we mensen beoordelen...............................................106
stereotypes bepalen mee overt gedrag.......................................................................107
wanneer beïnvloeden stereotypes informatieverwerking, oordelen en gedrag?..........108
stereotypes houden zichzelf in stand..........................................................................113
hoe kunnen stereotypes veranderen?.........................................................................117
`
INLEIDING
WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE?
2
,Sociale psychologie = deelgebied vd psychologie dat zich bezighoudt met sociale
invloeden op individueel gedrag + met gedrag van individuen met, voor, over of tegen
elkaar
vb. welke factoren zijn bepalend voor agressie? Presteer je beter in aanwezigheid van
anderen? …
Invloed van anderen op individueel gedrag
o Maakt het iets uit dat er anderen aanwezig zijn als je aan het leren bent en
maakt het iets uit wat ze aan het doen zijn?
Gedrag van individuen met, tegen en voor elkaar
o Competitief, helpen en tegenwerkend gedrag, wat we van elkaar vinden
Overte vs. coverte gedragingen:
Coverte gedragingen = gedragingen die handelende persoon zelf kan
waarnemen, maar anderen niet (denkprocessen en affectieve toestanden als
gevoelens en stemmingen)
Overte gedragingen = gedragingen die ook anderen kunnen waarnemen
Vooral ‘normaal gedrag’ (soms problematisch gevonden) = binnen de grenzen van wat
we niet als ‘deviant’ beschouwen
Wetenschappelijke studie = beschrijven, voorspellen, verklaren en toepassen
Methodologische implicaties
Bv: te weten komen wat mensen denken over anderen, wat er in mensen omgaat als
iemand in nood is,…
Fundamentele vs. toegepaste sociale psychologie
Fundamenteel: nadruk op algemene principes van sociaal gedrag
theoriegericht en fundamenteel onderzoek
Toegepast: gebruik van inzichten uit fundamentele om
maatschappelijke/persoonlijke problemen te begrijpen en op te lossen, daarna
onderzoeken of deze oplossing beoogde effect heeft zonder nevenwerkingen
toegepast en praktijkgericht onderzoek
MAAR: niet iedereen vindt dit onderscheid zinvol; vaak overlappen deze gebieden
Wens om maatschappelijk probleem op te lossen kan aanzetten tot fundamenteel
onderzoek
Omgekeerd: fundamenteel onderzoek kan dezelfde sociaalpsycholoog aanzetten
tot toepassen ervan
Fundamenteel en toegepast onderzoek = heel sterk met elkaar verbonden
Uitgangspunten van de sociale psychologie
Focus gedragsdeterminanten hier-en-nu-situatie (situationele gedragsdeterminanten):
welke factoren die hier en nu aanwezig zijn maken dat de persoon deze gedragingen
vertoond?
MAAR betekent niet dat al ons gedrag volledig beïnvloedt w door gedragingen die
hier en nu gelden maar deze andere gedragingen (genetica, ontwikkelingsfase,
biologische factoren,…) w bestudeerd door andere vakgebieden binnen de
psychologie
Traditioneel veel nadruk op het experimenteel onderzoek causale relaties tss
vermeende oorzaken en gevolgen toetsen, MAAR ze wijzen andere methodes niet af
Andere methodes wanneer
Vraagstelling dat eist (andere dan causale vragen)
Experiment praktisch onmogelijk is (wel bij causale vragen)
3
, Experiment ethisch onwenselijk is (“ “)
Voordelen biedt op vlak van ecologische validiteit (in ‘natuurlijke omgeving’
observeren) veldexperiment
Nut dierenonderzoek
In biomedische wereld als gelijkenissen verondersteld worden met mensen
(ethischer om uit te voeren op dieren)
Bij gedragswetenschappen ook vaak omdat net de nadruk ligt op verschillen
tussen mens en dier => mogelijk interessante informatie over bepaalde
gedragingen als deze ook bij dieren voorkomen; zoeken naar gemeenschappelijk
mechanisme dat aanzet tot eenzelfde gedrag
Voorbeeld onderzoek p14
Een enkel onderzoek levert weinig kennis op over gedrag; waarde van onderzoek wordt
bepaald door samenhang met andere theorieën en onderzoeken => studie kan
belangrijke rol spelen bij toetsen en opbouwen van theorie, weerleggen of bevestigen
methodologische kritiek op ander onderzoek, aanzet tot vervolgonderzoek, …
=> onderzoek is nooit voorbij, theorie is nooit compleet
De relatie tussen sociale psychologie en mensenkennis
Gedragswetenschappelijke bevindingen gaan over mensen zelf; w vaak niet serieus
genomen aangezien veel mensen denken al alle ‘mensenkennis’ te hebben (gezond
verstand, eigen ervaring)
MAAR Iedereen heeft wel intuïtieve mensenkennis maar is dan niet meteen een
wetenschapper
Onderzoeksresultaten komen overeen met at mensen ‘al weten’ op grond van ervaring of
‘gezond verstand’ onderzoek is dan banaal/nutteloos
Deze reactie treedt ook soms op als mensen nog nooit eerder over iets hebben
nagedacht
Mensen hebben de neiging om, als ze weten hoe iets afloopt, te denken dat ze het
altijd al hebben geweten en dat het te verwachten was mensen kunnen zich
moeilijk voorstellen hoe het was als ze het nog niet wisten
Onderzoeksresultaten gaan in tegen wat mensen op grond van hun ervaring en ‘gezond
verstand’ menen te weten; reactie
Onderzoek deugt niet mensen kennen hoger waarheidsgehalte toe aan ‘eigen
ervaring’ dan aan wat ‘van buiten’ komt
Mensen herkennen inzichten over immoreel, beschamend of irrationeel gedrag dat
uit sommig onderzoek voortkomt liever niet
Indien men wil bijdragen aan samenleving, deelnemers, … moet men morele
verantwoordelijkheid nemen om geen frauduleuze onderzoeken etc. te doen =>
vertrouwen in gedragswetenschappen zou niet geschaad mogen worden, zeker omdat er
nu al zo weinig krediet is van buitenaf
Dus: hou je aan alle methodologische en ethische voorschriften
Besluit: zowel wetenschappelijke psychologie en intuïtieve kennis kunnen waar en
onwaar zijn
Verschil ligt in manier van kennisverwerving en kritische reflectie hierop
o Dagelijks leven: men is tevredengesteld met intellectueel bevredigende
verklaring voor iemands gedrag
4