Inhoudsopgave
Algemene heelkunde examenvragen homoveterinarius ......................................................................................... 3
Deel Martens korte open vragen (30-35ptn) ................................................................................................................ 3
Casus Martens (10-16 ptn) ...................................................................................................................................... 18
Deel Vlaminck oog (15-20 ptn) ................................................................................................................................ 25
Deel Schauvliege shock (8ptn - 12 ptn, iedere vraag op 4 ptn).................................................................................... 27
Deel kreupelheid - Prof Pille (5 ptn) .......................................................................................................................... 34
Deel oftalmologie - Prof Gasthuys (20 ptn) ............................................................................................................... 37
,
,Homoveterinarius
Deel Martens - korte open vragen (30-35ptn)
1. Wat is de voornaamste oorzaak van een stressfractuur? (1p)
De voornaamste oorzaak van een stressfractuur is chronische overbelas5ng met microtrauma,
waarbij herhaalde submaximale belas5ng leidt tot microfissuren in het bot (subchondraal bo>rauma)
die kunnen evolueren naar een volledige fractuur. Dit proces is nooit acuut maar al5jd chronisch
Beoordeling van de gegeven antwoordop5es:
Ø Par$ële fracturen door herhaalde submaximale belas$ng → Correct, dit beschrijF het mechanisme
van microfissuren door herhaalde belas5ng
Ø Oppervlakkige demineralisa$e bij cortex die aan hoge krachten worden blootgesteld → Niet expliciet
in de samenvaHng als primaire oorzaak, dus minder correct
Ø Nooit acuut al$jd door chronische belas$ng → Correct als kenmerk, maar dit is eerder
een eigenschap dan de echte oorzaak.
2. Wat is het allereerste dat je ziet bij een stressfractuur op RX?
Aanvankelijk zijn er geen radiografische afwijkingen zichtbaar. Het eerste mogelijke teken dat toch kan
optreden is een gelokaliseerde periostale reac5e. Pas in een later stadium worden een fissuurlijn of
lokale demineralisa5e zichtbaar.
3. Een kalf hee@ in het midden van de metatarsus een dwarse fractuur zonder fragmenten. Hee@ ook
een kleine wonde mediaal thv metatarsus. De eigenaar wilt dat je een gips zet. (geen foto gegeven).
Geef 2 voordelen van een gips zeHen met dit fractuur.
Mogelijke voordelen van een gips zijn:
Ø Immobilisa5e van het aangetaste bot samen met de twee aanpalende gewrichten/beenderen, wat
noodzakelijk is voor een effec5eve uitwendige immobilisa5e van een fractuur.
Ø Goede mechanische stabiliteit/rigiditeit, waardoor het gips langer ter plaatse kan blijven en beter
fixeert dan een spalk.
Ø Rela5ef goedkoop, wat een reden kan zijn om voor conserva5eve of eenvoudige immobilisa5e te
kiezen.
4. Geef een nadeel van een gips met dit fractuur.
Een belangrijk nadeel van een gips is dat de immobilisa5e nooit perfect is. Bij een dwarse fractuur kan er
ondanks het gips nog steeds rota5e of hoekvorming optreden.
5. Waar zet je het gips?
Bij immobilisa5e van een fractuur moet het gips de fractuurzone én de twee aanpalende gewrichten
omva>en. Concreet wordt het gips dus zo distaal mogelijk (tot aan de kroonrand/hoefwand) en zo
proximaal mogelijk boven de fractuur aangelegd. Interpreta5e voor een metatarsusfractuur: het gips
moet van distaal aan de hoef/kroonrand tot proximaal boven de tarsus lopen, zodat beide aanpalende
gewrichten geïmmobiliseerd zijn.
6. Een paard hee@ een ruptuur van de diepe en oppervlakkige buiger en een kleine wonde plantair op de
metatarsus. Als de opp en diepe buiger over zijn, hoe is de stand dan van het paard? Teken het.
Bij een ruptuur van zowel de oppervlakkige als de diepe buigpees zal de kogel sterk doorzakken en zal
de 5p van de hoef omhoog gericht zijn.
7. De eigenaar wilt dat je de pezen hecht. Welke incisie maak je? Toon op tekening.
Bij het hechten van een peeswonde wordt eerst de huidwonde S-vormig vergroot zodat men voldoende
zicht krijgt op het letsel. De incisie wordt uitgebreid tot men zowel de proximale als de distale
peesstomp kan visualiseren en reinigen vóór het hechten.
, 8. Je hecht deze spieren met 2 Kessler’s. Teken ze.
/
9. Wat is het doel van grapiprant en was is het werkingsmechanisme?
Grapiprant is een alterna5eve NSAID voor langdurig gebruik bij kleine huisdieren, bedoeld
voor pijns5lling bij lichte vormen van osteoartri5s. Het werkingsmechanisme berust op een selec5eve
antagonisa5e van de EP4-receptor, waardoor de prostaglandine E2-gemedieerde pijn en
ontsteking worden geremd zonder COX-remming
10. Wat is het effect van trauma op OCD? bespreek de klinische symptomen.
Trauma kan bijdragen tot het ontstaan en de verergering van OCD. Herhaald microtrauma veroorzaakt
schade aan de bloedvaten in het kraakbeen, terwijl acuut trauma kan leiden tot het loskomen van
osteochondrale fragmenten, waardoor de klinische symptomen toenemen. De klinische symptomen
verschillen per diersoort.Bij de hond ziet men claudica5e, pijn bij gewrichtsmanipula5e en tekenen
van secundaire osteoartri5s.Bij het paard treden vooral gewrichtseffusie (helder, rekbaar synoviaal
vocht met normale eiwit- en celwaarden), s5j^eid en een posi5eve flexieproef op, waarbij de
symptomen verergeren wanneer fragmenten loskomen in het gewricht.
11. Een hond doet endorotaZe van zijn voet bij zijn linker achterbeen telkens als hij zijn been naar voor
zet. Wat is de oorzaak? (plaats om 1 woord in te vullen) (1p)
De oorzaak is een spiercontractuur of fibro5sche myopathie van de musculus gracilis, waarbij
vervanging van spierweefsel door niet-elas5sch li>ekenweefsel leidt tot een verkorte spier en een naar
binnen draaiende stand van het been bij het naar voren brengen, met een verkorte gang.
12. Een foto van een elleboogluxaZe. Hoe zou je dit het best omschrijven (de naam geven)?
Elleboogluxa5e
13. Wat zou jouw eerste behandelings opZe zijn. Geef de naam (1p) en geef 2 kenmerken (2p)
De eerste behandelingsop5e bij een elleboogluxa5e is een gesloten reduc5e. Hierbij worden de
gewrichtsvlakken door manipula5es zoals trac5e, flexie/extensie en rota5e opnieuw in
hun anatomische posi5e gebracht, rekening houdend met de rich5ng van de luxa5e. Daarnaast kan de
reduc5e bemoeilijkt worden door de aanwezigheid van bloedklonters of weke-deleninterposi5e in het
gewricht. Specifiek bij een laterale elleboogluxa5e gebeurt de reduc5e in ongeveer 100° flexie,
met prona5e van het distale lidmaat en mediaal drukken van de radiuskop om deze opnieuw tussen de
condylen te posi5oneren.
14. Een kader met 6 stellingen en je moet juist of fout geven. Juist = +0,5, fout = -0,5, niks = 0
Ø Bij een secZe groeien de axonen 1-3mm per dag juist
Ø Een “polyurethaankatheter” is beter dan een “polyethyleenkatheter” (zoiets) juist
Ø Bij neuropraxie is er geen Wallerse degeneraZe juist
Ø Distaal oedeem is een typisch symptoom van chronische tromboflebiZs
Dit is fout, omdat distaal oedeem typisch voorkomt bij acute tromboflebi5s, maar verdwijnt na
verloop van 5jd door de ontwikkeling van collaterale circula5e of rekanalisa5e van het bloedvat. Bij
chronische tromboflebi5s ziet men eerder lymfangi5s of lymfoedeem in plaats van uitgesproken
distaal oedeem.
Ø Hyperesthesie is een trofische letsel dat voorkomt bij een zenuwsecZe
Dit is fout omdat hyperesthesie optreedt bij een par5ële zenuwsec5e, terwijl een volledige
zenuwsec5e leidt tot hypo- of anesthesie. Daarnaast is hyperesthesie geen trofisch letsel. Trofische
letsels zijn secundaire veranderingen aan huid, subcu5s en gespecialiseerd bindweefsel die
ontstaan door het wegvallen van circula5e en/of bezenuwing, en hyperesthesie behoort hier niet
toe.