ORGANISATIES BEGRIJPEN
1 ORGANISATIEBEWUST WERKEN
A. WAAROM “ORGANISATIEBEWUST WERKEN” EN “ORGANISATIES
BEGRIJPEN”?
Organisatiebewust werken: waarom?
Organisaties beïnvloeden het werk van sociaal werkers
o inzicht in eigen organisatie is voorwaarde om eigen plaats en
bevoegdheden te begrijpen
Sociaal werkers beïnvloeden organisaties
o vaardigheden nodig om organisatiedoelstellingen te kunnen realiseren
=> leren kijken naar organisaties!!!!
o morfologie + processen + context
Sociaal werker werkt vanuit organisaties met doelgroepen en is gedreven door
maatschappelijke thema’s
o Sociaal werker binnen organisaties!
o Individuele sociaalwerker kan maar een bepaald iets, in organisatie kan je
meer verwezenlijken
De bedoeling
de PBA SOW werkt samen met de professionals (eigen en andere discipline) en
vrijwilligers binnen zijn organisatie maar ook daarbuiten
de PBA SOW levert een actieve bijdrage aan de ontwikkeling en realisatie van het
organisatiebeleid en van de organisatienetwerking
In dit opleidingsonderdeel bieden we basisinzichten aan zodat een sociaal werker
in een organisatie:
o zicht heeft op hoe interne organisatiefactoren inspelen op de effectiviteit
(bereiken van het naar de belanghebbende gerichte maatschappelijk doel)
o methodisch kan handelen in het geheel van complexe en vaak
onoverzichtelijke kenmerken van organisaties en processen in
organisaties.
Daarbij komt volgende inhoud aan bod:
o een ruime kijk op organisaties in relatie tot hun omgeving: organisaties als
levende en adaptieve systemen
o van aanbod- naar waardedenken: kijken op waardepropositie en -creatie
gericht op belanghebbenden (Business Model Canvas)
o inzoomen via vier lenzen:
fundament van de organisatie: belang van missie, visie, waarden
strategisch kader als koppeling tussen omgeving, doel en interne
werking
structuur
cultuur
o organisatie-ontwikkeling
o veranderen van organisaties
onze bedoeling: op het systeem werken
Klantgerichtheid strategie structuur cultuur Change-Ontwikkeling
, B. INLEIDING IN HET THEMA: ONZE VERANDERENDE WERELD
Social profit in een veranderende wereld
Van buitenaf
o Neoliberalisering
o Individualisering
o Paradigma van beheersbaarheid (rationalisering en managerial denken)
Elk probleem kunnen we beheersen, als het probleem er nog is
moeten we het beter beheersen (denken dat we alles kunnen
beheersen)
o Corporatisering en economisering
Input vs output
o Verantwoordelijkheidsdiscours, verantwoording en rekenschap
Investering in maatschappij
o Transparantie
Eisen van duidelijkheid
o Digitalisering : connectiviteit én deconnectie
Meer connectie ook met cliënten = meer druk stress en burnouts
(nood aan deconnectie)
Van binnenuit: diverse rollen
o Selectiebureaucratie (toepassen van rechtsregels)
Meer combineren van rollen + regels toepassen bij hulp verlenen
o Individuele dienstverleners
o Massadienstverleners
o Professionele dienstverleners
o Zorgarrangementen (24/7)
Dubbele verhouding: steunend en begeleidend kader
C. INLEIDING IN HET THEMA: OVER ORGANISATIES
Raakvlakken
Verschillende soorten wetenschappen (psychologie, sociologie, agogiek,..)
Organisatieleer neemt over van veerl verschillende vakken
Over organisaties
Hebben een doel voor ogen
Verhouden zich tot een omgeving
Produceren
Hebben een structuur
Hebben leiderschap
Bestaan uit mensen
o Voorbeeld: is een gezin een organisatie?
Ja: management, financiën, taakverdeling, regels
Nee: ontstaat niet vanuit een doel
Diverse categorieën
, “Mutual benefit organizations” zijn gericht op (voorzien in voordelen voor) leden.
o Vb: politieke partijen, vakbonden, beroepsverenigingen ...
“Business concerns” zien klanten meer als middel en zijn gericht op het belang
van de organisatie zelf.
“Service organizations” zijn gericht op het verlenen van diensten aan directe
klanten.
o Vb: Ziekenhuizen en scholen vallen onder deze categorie.
“Commonweal organizations” staan ten dienste van het brede publiek.
o Vb: politie, lokale overheden en ministeries
Kijken naar organisaties
Organisaties = altijd geweest / organisatieleer = nieuw
Voor 1800: ambachten en gilden
Eerste industriële Revolutie tussen 1760 en 1830
o Stoommachine, ontstaan bedrijven
o Eind 19e eeuw: aandacht organisatiekunde & 4 stromingen
Scientific management
o Eind 19e en begin 20e eeuw: wetenschappelijk vorm gegeven aan
bedrijfsprocessen
o focus op
Efficiëntie
Arbeidsdeling (lopende band)
Command en control (mens gemotiveerd door geldprikkels)
Processen ontwerpen
Human relations benadering
o 1935 – 1955: aandacht voor sociale verhoudingen binnen organisatie =
meer success
o Organisaties = gesloten systemin: beperkte omgevingsinvloeden, grote
schaarste economische markt
o Focus:
Impact sociale context
Revisionisme
o Jaren ’60: scientific management en de human-relations benadering
combineren
o Systeemdenken: meezeggenschap en delegatie
o Focus:
Behoefte
motivatie
Open systeem model
o Jaren ’80: organisatie als system dat zonder omgeving niet functioneerd
Stijgend belang technologie & globalisering
o Focus:
Strategie
Samenwerking
Leren en ontwikkelen
, 2 KLANTGERICHTHEID
A. INTRO: ENKELE MISVERSTANDEN
Klantgerichtheid
Intentie is iets anders dan perceptie
Niet iets wat je doet, maar wat je bent
Wordt door de klant bepaald, niet door de organisatie
o
Is geen afgebakende set van acties of deel van de organisatie, meer een integraal
en geïntegreerd concept
Gaat over dienstbaarheid, niet over slaafsheid
B. KLANTEN EN KLANTGERICHTHEID
Klanten? (Zijn burgers, patiënten, cliënten, bezoekers, deelnemers, ... klanten?)
Té nauw economische benadering
o “iemand die geld doet toevloeien naar ons bedrijf”
Verschil tussen afnemer en opdrachtgever
o Social-profitorganisatie: afnemers en opdrachtgevers onderscheiden &
naast afnemer ook opdrachtgever als “klant” (hebben we een contractuele
relatie mee)
Té ver verschuivende machtsbalans
o Klanten zijn baas en wij voeren gewoon uit
Gericht op match tussen nood en aanbod
o Klanten zijn mensen die warme interesse hebben in wat we doen
Gericht op relatie
o Klant is persoon die ene relatie met organisatie onderhoudt en die gebruik
maakt van diensten
Gericht op doelstelling
o Klanten zijn mensen die je helpt
Klantgerichtheid
Spanning
o Commerciële of zakelijke klantgerichtheid: klant is belangrijk, want betaalt
de rekeningen
Vriendelijk zijn voor eigen belang
o Goodwill- of methodische klantgerichtheid: verbonden met visie en
mensbeeld, meerwaarde in dienstverlening (functioneel nut)
Vriendelijk zijn tegen klanten uit eigen mensbeeld & samenwerken
met cliënten
o afhankelijkheid
C. WAARDE: 2 MODELLEN
1 ORGANISATIEBEWUST WERKEN
A. WAAROM “ORGANISATIEBEWUST WERKEN” EN “ORGANISATIES
BEGRIJPEN”?
Organisatiebewust werken: waarom?
Organisaties beïnvloeden het werk van sociaal werkers
o inzicht in eigen organisatie is voorwaarde om eigen plaats en
bevoegdheden te begrijpen
Sociaal werkers beïnvloeden organisaties
o vaardigheden nodig om organisatiedoelstellingen te kunnen realiseren
=> leren kijken naar organisaties!!!!
o morfologie + processen + context
Sociaal werker werkt vanuit organisaties met doelgroepen en is gedreven door
maatschappelijke thema’s
o Sociaal werker binnen organisaties!
o Individuele sociaalwerker kan maar een bepaald iets, in organisatie kan je
meer verwezenlijken
De bedoeling
de PBA SOW werkt samen met de professionals (eigen en andere discipline) en
vrijwilligers binnen zijn organisatie maar ook daarbuiten
de PBA SOW levert een actieve bijdrage aan de ontwikkeling en realisatie van het
organisatiebeleid en van de organisatienetwerking
In dit opleidingsonderdeel bieden we basisinzichten aan zodat een sociaal werker
in een organisatie:
o zicht heeft op hoe interne organisatiefactoren inspelen op de effectiviteit
(bereiken van het naar de belanghebbende gerichte maatschappelijk doel)
o methodisch kan handelen in het geheel van complexe en vaak
onoverzichtelijke kenmerken van organisaties en processen in
organisaties.
Daarbij komt volgende inhoud aan bod:
o een ruime kijk op organisaties in relatie tot hun omgeving: organisaties als
levende en adaptieve systemen
o van aanbod- naar waardedenken: kijken op waardepropositie en -creatie
gericht op belanghebbenden (Business Model Canvas)
o inzoomen via vier lenzen:
fundament van de organisatie: belang van missie, visie, waarden
strategisch kader als koppeling tussen omgeving, doel en interne
werking
structuur
cultuur
o organisatie-ontwikkeling
o veranderen van organisaties
onze bedoeling: op het systeem werken
Klantgerichtheid strategie structuur cultuur Change-Ontwikkeling
, B. INLEIDING IN HET THEMA: ONZE VERANDERENDE WERELD
Social profit in een veranderende wereld
Van buitenaf
o Neoliberalisering
o Individualisering
o Paradigma van beheersbaarheid (rationalisering en managerial denken)
Elk probleem kunnen we beheersen, als het probleem er nog is
moeten we het beter beheersen (denken dat we alles kunnen
beheersen)
o Corporatisering en economisering
Input vs output
o Verantwoordelijkheidsdiscours, verantwoording en rekenschap
Investering in maatschappij
o Transparantie
Eisen van duidelijkheid
o Digitalisering : connectiviteit én deconnectie
Meer connectie ook met cliënten = meer druk stress en burnouts
(nood aan deconnectie)
Van binnenuit: diverse rollen
o Selectiebureaucratie (toepassen van rechtsregels)
Meer combineren van rollen + regels toepassen bij hulp verlenen
o Individuele dienstverleners
o Massadienstverleners
o Professionele dienstverleners
o Zorgarrangementen (24/7)
Dubbele verhouding: steunend en begeleidend kader
C. INLEIDING IN HET THEMA: OVER ORGANISATIES
Raakvlakken
Verschillende soorten wetenschappen (psychologie, sociologie, agogiek,..)
Organisatieleer neemt over van veerl verschillende vakken
Over organisaties
Hebben een doel voor ogen
Verhouden zich tot een omgeving
Produceren
Hebben een structuur
Hebben leiderschap
Bestaan uit mensen
o Voorbeeld: is een gezin een organisatie?
Ja: management, financiën, taakverdeling, regels
Nee: ontstaat niet vanuit een doel
Diverse categorieën
, “Mutual benefit organizations” zijn gericht op (voorzien in voordelen voor) leden.
o Vb: politieke partijen, vakbonden, beroepsverenigingen ...
“Business concerns” zien klanten meer als middel en zijn gericht op het belang
van de organisatie zelf.
“Service organizations” zijn gericht op het verlenen van diensten aan directe
klanten.
o Vb: Ziekenhuizen en scholen vallen onder deze categorie.
“Commonweal organizations” staan ten dienste van het brede publiek.
o Vb: politie, lokale overheden en ministeries
Kijken naar organisaties
Organisaties = altijd geweest / organisatieleer = nieuw
Voor 1800: ambachten en gilden
Eerste industriële Revolutie tussen 1760 en 1830
o Stoommachine, ontstaan bedrijven
o Eind 19e eeuw: aandacht organisatiekunde & 4 stromingen
Scientific management
o Eind 19e en begin 20e eeuw: wetenschappelijk vorm gegeven aan
bedrijfsprocessen
o focus op
Efficiëntie
Arbeidsdeling (lopende band)
Command en control (mens gemotiveerd door geldprikkels)
Processen ontwerpen
Human relations benadering
o 1935 – 1955: aandacht voor sociale verhoudingen binnen organisatie =
meer success
o Organisaties = gesloten systemin: beperkte omgevingsinvloeden, grote
schaarste economische markt
o Focus:
Impact sociale context
Revisionisme
o Jaren ’60: scientific management en de human-relations benadering
combineren
o Systeemdenken: meezeggenschap en delegatie
o Focus:
Behoefte
motivatie
Open systeem model
o Jaren ’80: organisatie als system dat zonder omgeving niet functioneerd
Stijgend belang technologie & globalisering
o Focus:
Strategie
Samenwerking
Leren en ontwikkelen
, 2 KLANTGERICHTHEID
A. INTRO: ENKELE MISVERSTANDEN
Klantgerichtheid
Intentie is iets anders dan perceptie
Niet iets wat je doet, maar wat je bent
Wordt door de klant bepaald, niet door de organisatie
o
Is geen afgebakende set van acties of deel van de organisatie, meer een integraal
en geïntegreerd concept
Gaat over dienstbaarheid, niet over slaafsheid
B. KLANTEN EN KLANTGERICHTHEID
Klanten? (Zijn burgers, patiënten, cliënten, bezoekers, deelnemers, ... klanten?)
Té nauw economische benadering
o “iemand die geld doet toevloeien naar ons bedrijf”
Verschil tussen afnemer en opdrachtgever
o Social-profitorganisatie: afnemers en opdrachtgevers onderscheiden &
naast afnemer ook opdrachtgever als “klant” (hebben we een contractuele
relatie mee)
Té ver verschuivende machtsbalans
o Klanten zijn baas en wij voeren gewoon uit
Gericht op match tussen nood en aanbod
o Klanten zijn mensen die warme interesse hebben in wat we doen
Gericht op relatie
o Klant is persoon die ene relatie met organisatie onderhoudt en die gebruik
maakt van diensten
Gericht op doelstelling
o Klanten zijn mensen die je helpt
Klantgerichtheid
Spanning
o Commerciële of zakelijke klantgerichtheid: klant is belangrijk, want betaalt
de rekeningen
Vriendelijk zijn voor eigen belang
o Goodwill- of methodische klantgerichtheid: verbonden met visie en
mensbeeld, meerwaarde in dienstverlening (functioneel nut)
Vriendelijk zijn tegen klanten uit eigen mensbeeld & samenwerken
met cliënten
o afhankelijkheid
C. WAARDE: 2 MODELLEN