1. Introductie
1.1. Anatomie en fysiologie
Anatomie = opensnijden, uit elkaar halen, ontleden
Anatomie:
De studie van de bouw van het menselijk lichaam
Fysiologie:
De studie over hoe ons lichaam werkt
Normale werking
Pathologie:
Slaat op alle aspecten waarbij door onderzoek van de ziekteverschijnselen en afwijkingen een
diagnose kan gesteld worden
Abnormale werking
1.2. Spelling
1) Enkelvoud en meervoud
• Woorden in enkelvoud:
o A: villa
o Us: medicus
o Um: museum
• De meervoudsvormen:
o Ae:
o I: medici
o A: musea
• Voorbeelden van anatomische termen:
o Vertebra ( wervel ) → vertebrae ( wervels )
o Nervus ( zenuw ) → nervi ( zenuwen )
o Atrium ( voorkamer ) → atria ( voorkamers )
2) De aanpassingen van het bijvoeglijk naamwoord aan het zelfstandig naamwoord
• Vertebra lumbalis ( lendenwervel ) → vertebrae lumbales ( lendenwervels )
• Nervus spinalis ( ruggenmergzenuw ) → nervi spinales ( ruggenmergzenuwen )
3) De tweede naamval duidt het bezits- of afhankelijkheidsrelatie aan
• Vena portea: vena is ader, porta is poort
, 1.3. Uitspraak
De klemtoon
• Eu = ui → therapeut
• Oe = eu → oedeem
• Ae = ee → gynaecologie
• U = oe → dorsum
1.4. Voor- en achtervoegsels
,