Inhoud
1. Medisch begeleide voortplanting (MBV)............................................................... 3
1.1. Inleiding – technieken en achtergrond .......................................................... 3
1.2. Reproductief kloneren ................................................................................ 5
1.3. Ethische en Juridische dilemma’s ................................................................ 5
1.4. Historisch .................................................................................................. 6
1.4.1. Verdrag mensenrechten en bio-geneeskunde (EVRMBIO) ....................... 7
1.5. Wet medische begeleide voortplanting (MBV-wet) ......................................... 8
1.5.1. Recht op een kind? .............................................................................. 9
1.5.2. Embryotransfer (= homoloog) ............................................................... 9
1.5.3. Embryodonatie (= heteroloog) ............................................................ 12
1.5.4. Kunstmatige inseminatie (KI) - homoloog ............................................. 14
1.5.5. Kunstmatige inseminatie donatie (KI-donatie) – heteroloog ................... 16
1.5.6. Genetische pre-implantatiediagnose (PID) .......................................... 17
2. Wetenschappelijk onderzoek op embryo’s en gameten ...................................... 18
2.1. De Wetten ................................................................................................ 18
2.2. Embryowet............................................................................................... 18
2.2.1. Onderzoek met overtallige embryo’s ................................................... 19
2.2.2. Onderzoek met aangemaakte embryo’s in vitro .................................... 22
2.2.3. Onderzoek met gameten .................................................................... 23
3. Zwangerschapsafbreking ................................................................................. 24
3.1. Historiek .................................................................................................. 24
3.2. Voorwaarden voor niet-strafbare zwangerschapsafbreking .......................... 26
3.2.1. Voorwaarde 1: verzoek en schriftelijke kennisgeving van de zwangere
vrouw 26
3.2.2. Voorwaarde 2: Uitvoering door een arts onder medische verantwoorde
omstandigheden ............................................................................................. 27
3.2.3. Voorwaarde 3: tijdsvak (binnen of na 12 weken) .................................. 28
3.2.4. Aansprakelijkheid claims bij zwangerschap ......................................... 29
3.2.5. Gewetensbezwaren/vormvereisten ..................................................... 30
1
, 3.2.6. Naamgeving ...................................................................................... 31
4. Minderjarige patiënten ..................................................................................... 32
4.1. Uitgangspunt............................................................................................ 32
4.2. Vertegenwoordiging door de ouders ........................................................... 32
4.2.1. Afzwakking van vertegenwoordiging .................................................... 33
4.2.2. Gefaseerd stelsel van wilsbekwaamheid ............................................. 34
4.2.3. Betrokkenheid van ouders .................................................................. 35
4.3. Minderjarige proefpersoon ........................................................................ 35
2
, 1. Medisch begeleide voortplanting (MBV)
Volgens juridisch standpunt moet de donor die eicellen of spermacellen doneert
anoniem zijn.
1.1. Inleiding – technieken en achtergrond
MBV is een verzamelnaam voor een reeks medische technieken die procreatie mogelijk
maken in situaties waarin natuurlijke voortplanting onmogelijk, medisch onverantwoord
of praktisch onhaalbaar is. De technieken worden toegepast bij:
- Heteroseksuele koppels met fertiliteitsproblemen.
- Heteroseksuele koppels met genetische contra-indicaties voor natuurlijke
procreatie.
- Bij personen en/of koppels die kinderen wensen in omstandigheden die geen
natuurlijke procreatie toelaten.
Er wordt geen onderscheidt gemaakt tussen alleenstaande moeders die bewust
zwanger willen worden of een lesbisch koppel dat in het kader van een
fertiliteitsbehandeling kinderen wilt creëren. Ook niet qua techniek.
Door de technologische evolutie in de reproductieve geneeskunde heeft men een brede
waaier aan technieken:
Kunstmatige = Techniek waarbij zaadcellen artificieel in het vrouwelijke
inseminatie (KI): voortplantingsstelsel worden ingebracht.
HOMOLOOG/AUTOLOOG = semen is afkomstig van de echtgenoot (KIE) of
partner (KIP) binnen hetzelfde gezin/koppel.
HETEROLOOG = semen is afkomstig van een al dan niet een anonieme
donor (KID).
In de wetgeving zit er een onderscheidt tussen heterologe donor of
homologe donor (zie ‘wet MBV’).
In-vitrofertilisatie (IVF): = bevruchting bevindt buiten het lichaam plaats.
De procedure omvat (chronologische stappen):
1) Ovariële hyperstimulatie
2) Eicelmaturatie
3) Eicelaspiratie (pick-up)
4) In-vitrofertilisatie
5) Embryo terugplaatsing
6) Ondersteuning luteale fase
Voor de IVF zijn er verschillende technieken. Het MBV maakt geen
onderscheidt tussen deze verschillende technieken. Het stelt enkel
voorwaardes waaraan het IVF-model aan moet voldoen.
3
, HOMOLOOG/AUTOLOOG = eicel en zaadcel zijn afkomstig van het
wenskoppel.
HETEROLOOG = gebruik gemaakt van spermadonatie, eiceldonatie of
embryodonatie (bij het laatste zijn beide gameten afkomstig van donoren).
Intracytoplasmatische = gespecialiseerde IVF-techniek waarbij één zaadcel rechtstreeks in de
sperma-injectie (ICSI): eicel wordt geïnjecteerd.
Deze techniek is geïnduceerd bij ernstige vormen van mannelijke infertiliteit
(zoals extreme oligo-astheno-teratozoöspermie), waar IVF geen zin heeft en
bij gefaalde IVF-procedures (waarbij minder dan 20% van de eicellen
bevrucht zijn na de IVF-procedure).
Varianten zijn:
- MESA = waarbij zaadcellen uit de bijbal worden geaspireerd bij
obstructieve azoöspermie (bv. post-sterilisatie)
- TESE = waarbij testiculair weefsel wordt onderzocht op zaadcellen
bij non-obstructieve azoöspermie (bv. hypospermatogenese)
Pre-implantatie- = een techniek waarbij genetische kenmerken van een embryo in vitro
diagnose (PID): worden geanalyseerd voor de implantatie, ten einde op grond hiervan een
beslissing over een mogelijke inplanting te nemen.
Dit gebeurt doorgaans op dag 5 van de bevruchting, in het
blastocyststadium, waarbij er enkele cellen worden weggenomen en
geanalyseerd via NGS.
PGD = pre-implantatie genetische diagnose: hierbij kan men gericht zoeken
naar een vermoede van pathologie.
PGS = pre-implantatie genetische screening: embryo screenen.
Op basis van deze analyse wordt beslist of het embryo al dan niet wordt
teruggeplaatst.
PID is tot op een zekere hoogte toegestaan, er zijn redelijk wat beperkingen
op:
- Mag niet worden gebruikt voor eugenetische selectie of
geslachtsselectie (tenzij om ernstige geslachtsgebonden
aandoeningen te vermijden).
PID kan wel worden toegepast in het therapeutisch belang van een reeds
geboren kind, bv bij het creëren van een ‘saviour baby’, mits aan strikte
voorwaarde is voldaan en het centrum voor menselijke erfelijkheid
bevestigd dat er een reële kinderwens bestaat.
4
, 1.2. Reproductief kloneren
= het voortbrengen van een individu wiens genen identiek zijn aan die van het menselijk
organisme van waaruit het kloneren werd gerealiseerd (definitie).
Kloneren gebeurt door de kern van een haploïde eicel te vervangen door de kern van een
diploïde somatische cel.
Reproductief menselijk kloneren = VERBODEN (art. 6 wet 11 mei 2003)
Er is wel een onderscheidt met therapeutisch kloneren. Bij therapeutisch kloneren
waarbij genetisch identiek weefsel (bv. via stamcellijnen) van de te behandelen persoon
wordt aangemaakt, met het oog op behandeling van de pte. Dit is conceptueel
verschillend met het voortbrengen van een genetisch identiek individu.
Een bijkomend onderscheid moet worden gemaakt met het concept ‘saviour baby’,
waarbij via genetische selectie een kind wordt verwerkt dat compatibel weefsel kan
leveren voor een zieke sibling; dit is niet kloneren maar kan onder voorwaarde
toegelaten zijn.
1.3. Ethische en Juridische dilemma’s
5
, 1.4. Historisch
Al de bovenstaande vragen zijn bekeken en beantwoord in de wet sinds Juli 2007 waarbij
er een wetgeving is ontstaan inzake MBV.
Hiervoor bestond er geen wetgeving voor het MBV, wat gevolgen met zich meebracht.
Wel waren er:
- KB 15/02/1999 = vormde kwaliteitsnormen in voor zorgprogramma’s
reproductieve geneeskunde.
o Dit blijft tot een zekere hoogte gelden basis van de fertiliteitcentra (FC)
in de ziekenhuizen.
o Zorgprogramma B = volledige behandeling aanbieden, incl. IVF (IVF =
enkel in erkende zorgprogramma’s rem op proliferatie van IVF-centra)
en bewaring van gameten en embryo’s.
o Zorgprogramma A = staan in voor de patiëntenbehandeling, begeleiding en
prelevatie van gameten.
o Creëerde een kwaliteitskader, maar regelde niet inhoudelijk op welke wijze
MBV mocht plaatsvinden.
o Overeenkomsten tussen ziekenhuizen met zorgprogramma’s A en B: 16 A-
en 18 B-centra.
6
, - Wet van 11/05/2003 = betre end het onderzoek op embryo’s in vitro, die onder
meer reproductief kloneren verboden.
- Uitgebreide reeks adviezen van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-
ethiek (RCBE):
o Los van het KB, alles wat MBV is, zijn al heel lang onderwerp van adviezen
van het RCBE.
o Al die adviezen gaan over die discussie rond MBV en belangrijk: al die
adviezen te samen hebben de basis gevormd voor het juridisch kader wat
MBV is (MBV-wet).
o RCBE is verder gegaan dan de MBV wet de afgelopen jaren; als we kijken
naar het nieuwe juridisch kader als wijziging op de wet van juli 2007, wordt
er minder op de adviezen van de RCBE gebaseerd.
Waarom = tegenwoordig hebben we bredere praktijken en experts
waardoor de nood aan adviesverlening van RCBE minder
noodzakelijk is dan voor 2007.
1.4.1. Verdrag mensenrechten en bio-geneeskunde (EVRMBIO)
OVIEDO VERDRAG = het Europees verdrag voor de rechten van de mens in het kader
voor de bio-geneeskunde. Het is een verdrag op Europees niveau gecreëerd binnen de
raad van Europa (= zelfde niveau als het algemeen verdrag rond de rechten van de mens
1997).
België is geen partij bij dit verdrag (tot heden niet ondertekend door België); het verdrag
maakt dus geen deel uit van ons Juridisch kader.
Waarom er staan een aantal regels in rond de MBV, rond onderzoek op embryo’s dat
een rem zet op de vooruitstrevendheid van België op vlak van dat onderzoek op
embryo’s. (Bv. in het ‘oviedo verdrag’ staat dat onderzoek op embryo’s niet is toegestaan
zeker niet wanneer je daarvoor embryo’s gaat creëren; in BE is dit onder strikte
voorwaarde wel toegelaten.)
7
, 1.5. Wet medische begeleide voortplanting (MBV-wet)
De wet van 6 juli 2007 betre end de MBV en de bestemming van overtollige embryo’s en
gameten vormt het centrale wettelijke kader.
Dit is historisch geen wet dat door de regering is voorbereidt. Normaal wordt een wet
gemaakt door ergens in het regeerakkoord in te schrijven. Op moment dat de regering
wordt gevormd, wordt er een wetsontwerp opgemaakt en dat gaat naar het parlement.
Daar gaat men discussiëren en aanpassingen doen. De basis wordt wel binnen de
regering gemaakt.
De wet MBV heeft de passage via de regering niet doorgemaakt. Die is rechtstreeks door
de senaat gemaakt. Het is dus uitgewerkt in de senaat o.b.v. adviezen van RCBE.
Gevolgen paar standaarden gebypassed; hierdoor is het Juridisch kader wat te weinig
genuanceerd om alle beslommeringen en bekommernissen die men daarrond heeft, om
die voldoenden mee te nemen (Bv. donorkind).
De wet regelt verschillende methoden van MBV, nl. door middel van:
- Embryotransfer
- Embryodonatie
- Kunstmatige inseminatie (KI)
- Donatie van gameten
- PID
Onze wet heeft dus een zeer breed toepassingsgebied, het bevat alle technieken van
kunstmatige inseminatie en IVF tegelijkertijd.
MAAR ook niet zo breed: het gaat enkel over MBV in België (bv. doneren van sperma is
geregeld in MBV-wet maar enkel maar voor Belgische donaties; Deense donor opereert
buiten het juridisch kader vandaar kon die 197 kinderen verwekken).
Als een fertiliteitscentra beroept doet op een buitenlandse donor geldt de MBV niet.
Wanneer de fertiliteitscentra een overeenkomst sluiten met een buitenlandse
spermabank; moeten ze hierin regels opnemen die conform zijn met de regels in het
MBV-wet.
De MBV-wet is enkel maar van toepassing op de voortplanting in de fertiliteitscentra; als
bijgevolg kunnen twee individuen beslissen om daar op een privé manier/bij hun thuis
MBV op te starten (een sperma-injectie te doen), valt dit juridisch gezien buiten de MBV-
wet.
8