Deel 2 : Orde brengen in de biodiversiteit
Waarom orde brengen?
Leven op aarde : 3,8 miljard jaar
Bekende soorten : ongeveer 1,75 miljard
--> systeem ontwikkeld om soorten in verschillende groepen in te delen : classificatiesysteem
Soort = groep organismen die sterk op mekaar lijken en vruchtbare nakomelingen kunnen
krijgen
Geslacht/ genus = soorten die sterk op mekaar lijken maar geen nakomelingen kunnen
krijgen
Wetenschappelijke naam
18e eeuw : planten en diersoorten hebben meer dan 30 verschillende namen
--> Oplossing : Carolus Linnaeus, Zweedse bioloog, beslist een 2-delige wetenschappelijke
naam te geven
Bestaat uit : 1. Geslachtsnaam (hoofdletter)
2. Soortnaam (kleine letter)
Je kunt deze het best bepalen met een determineertabel.
Evolutie classificatie
1e C.S : organismen gerangschikt op basis van morfologische eigenschappen
Kende slechts 2 rijken : dieren & planten
--> uitvinding lichtmicroscoop : bestaan micro-organismen
3e rijk : Protista
1859 : ‘The origine of species’ van Charles Darwin verschenen
Hij ontdekte dat soorten gemeenschappelijke ouders hebben
=> Evolutietheorie
Dus in het C.S werd nu rekening gehouden met verwantschap
-> Stambomen (cladogrammen) gemaakt
C.S nu : gebaseerd om afstamming en evolutie
Bewijs : biochemische analyse
--> volgens 3 grote evolutielijnen : Eukarya, Archaea, Bacteria
Diegene die wij vooral kennen : dieren, planten, fungi -> Eukarya domein
, Voor orde : elke groep wordt onderverdeeld in nog kleinere groepen
--> hiërarchisch systeem
DOMEIN
RIJK
FYLUM (STAM)
KLASSE
ORDE
FAMILIE
GENUS
SOORT
Welke classificatiecriteria gebruiken we voor de indeling in domeinen en rijken?
1) Zijn ze eencellig of meercellig?
2) Is er een celwand aanwezig?
Bevindt zich bovenop het celmembraan
Biedt extra bescherming
3) Is het autotroof of heterotroof?
Autotroof = hebben bladgroen (chlorofyl) waarmee ze aan fotosynthese doen
Deze zitten in de bladgroenkorrels (chloroplasten)
Heterotroof = hebben geen bladgroen dus kunnen zelf geen organische stoffen
aanmaken -> halen energie uit voedsel.
4) Is het Eukaryoot of Prokaryoot?
Prokaryoot = cellen zonder celkern, erfelijk materiaal zit vrij in het cytoplasma
Primitieve cellen
Pro = voor
Karyos = kern
Eukaryoot = cellen met celkern
Completer dan Prokaryote cellen
Eu = goed
Karyos = kern
Eukarya = eukaryoot / Bacteria & Archaea = prokaryoot
Waarom orde brengen?
Leven op aarde : 3,8 miljard jaar
Bekende soorten : ongeveer 1,75 miljard
--> systeem ontwikkeld om soorten in verschillende groepen in te delen : classificatiesysteem
Soort = groep organismen die sterk op mekaar lijken en vruchtbare nakomelingen kunnen
krijgen
Geslacht/ genus = soorten die sterk op mekaar lijken maar geen nakomelingen kunnen
krijgen
Wetenschappelijke naam
18e eeuw : planten en diersoorten hebben meer dan 30 verschillende namen
--> Oplossing : Carolus Linnaeus, Zweedse bioloog, beslist een 2-delige wetenschappelijke
naam te geven
Bestaat uit : 1. Geslachtsnaam (hoofdletter)
2. Soortnaam (kleine letter)
Je kunt deze het best bepalen met een determineertabel.
Evolutie classificatie
1e C.S : organismen gerangschikt op basis van morfologische eigenschappen
Kende slechts 2 rijken : dieren & planten
--> uitvinding lichtmicroscoop : bestaan micro-organismen
3e rijk : Protista
1859 : ‘The origine of species’ van Charles Darwin verschenen
Hij ontdekte dat soorten gemeenschappelijke ouders hebben
=> Evolutietheorie
Dus in het C.S werd nu rekening gehouden met verwantschap
-> Stambomen (cladogrammen) gemaakt
C.S nu : gebaseerd om afstamming en evolutie
Bewijs : biochemische analyse
--> volgens 3 grote evolutielijnen : Eukarya, Archaea, Bacteria
Diegene die wij vooral kennen : dieren, planten, fungi -> Eukarya domein
, Voor orde : elke groep wordt onderverdeeld in nog kleinere groepen
--> hiërarchisch systeem
DOMEIN
RIJK
FYLUM (STAM)
KLASSE
ORDE
FAMILIE
GENUS
SOORT
Welke classificatiecriteria gebruiken we voor de indeling in domeinen en rijken?
1) Zijn ze eencellig of meercellig?
2) Is er een celwand aanwezig?
Bevindt zich bovenop het celmembraan
Biedt extra bescherming
3) Is het autotroof of heterotroof?
Autotroof = hebben bladgroen (chlorofyl) waarmee ze aan fotosynthese doen
Deze zitten in de bladgroenkorrels (chloroplasten)
Heterotroof = hebben geen bladgroen dus kunnen zelf geen organische stoffen
aanmaken -> halen energie uit voedsel.
4) Is het Eukaryoot of Prokaryoot?
Prokaryoot = cellen zonder celkern, erfelijk materiaal zit vrij in het cytoplasma
Primitieve cellen
Pro = voor
Karyos = kern
Eukaryoot = cellen met celkern
Completer dan Prokaryote cellen
Eu = goed
Karyos = kern
Eukarya = eukaryoot / Bacteria & Archaea = prokaryoot