Samenvatting communicatiewetenschappen
Hoofdstuk 1: bouwstenen
1 Teken en betekenis
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis?
Structuur
1. Basisconcepten
2. Tekensystemen
3. Tekenindelingen
1 basisconcepten
Communicatiewetenschappen kun je vergelijken met Lego; je kan veel
creëren naargelang je eigen ideeën. Bijvoorbeeld drie voertuigen met
dezelfde blokjes.
Hoe je een getal uitspreekt kan een andere betekenis veroorzaken.
Bijvoorbeeld: 1980 of duizendnegenhonderdtachtig
1. Semiotiek: overkoepelende kern, de leer van tekens
2. Subdomeinen
- Fonologie: klanken, de kleinste elementen die je gebruikt, hoe je
bepaalde zaken uitspreekt
- Syntaxis: hoe alle kleine elementen gestructureerd zijn, orde,
patronen, chronologisch
- Semantiek: relatie tussen de tekens en betekenis, logo’s en
symbolen
- Pragmatiek: relatie tussen betekenis en tekengebruiker
Intensie- extensie
Intensie: criteria, waaraan moet een object voldoen opdat je de term/het
teken juist kan toepassen
Extensie: klasse van zaken waarop die term correct is toegepast, de zaken
die de criteria kan afvinken
Voorbeelden:
- Democratie
1
, - Romantische komedie
- Champagne voetbal
Teken
- Betekenaar: materiële vorm (foto, schrift, uitspraak, tekening, …)
SA
- Betekende: dat waar de tekenvorm naar verwijst (betekenis,
concept, object, …) SE
- Relatie tussen beide: op basis van afspraak
Voorbeeld SA (Signifiant): foto, woord stoel, afbeelding.
Voorbeeld: muzieknoot op een partituur
Signifiant: muzieknoot, solsleutel, de projectie bol met lijntje
Signifié: la, wordt gebruikt om muziek te maken, “de wikepediadefinitie”
De relatie tussen die twee is een code/afspraak die we maken, ook goed
dat we die maken. In dit voorbeeld: nuttig zodat iedereen dezelfde noot
kan lezen anders verkrijg je een kakafonie.
Referent: een fysiek object
Voorbeeld: auto
Signifiant: de letters van het woord auto
Signifié: voertuig, je kunt je ermee verplaatsen
Referent: afbeelding chique auto, afbeelding kleine auto, afbeelding grote
auto. Ze hebben allebei dezelfde kenmerken, voldoen aan de criteria maar
iedereen kan een ander beeld voor zich hebben.
Significatie (Roland Barthes)
Primair betekenisniveau: denotatie (“wikepediadefinitie”)
Secundair betekenisniveau: connotatie, hangt samen met een specifieke
(fysieke) verschijningsvorm van de Betekenaar.
2
, Evaluatieve lading
Referentiële lading
voorbeeld: tekening van een Jodenster
Denotatie: Een Jodenster verwijst naar het Joodse volk.
Connotatie: in een vlag, betekenis naar het volk, kan ook een negatieve
connotatie hebben bij een verwijzing naar het naziregime.
EXAMENVRAAG
Wetenschappelijk onderzoek wil niet langer vegetarisch of vegan
gebruiken.
Is dit hier een correct gebruik? Ja, je ziet duidelijk dat we op een tweede
niveaus zitten van bijbetekenis. Dit is een standaardbetekenis. De
bijbetekenis kan variëren van persoon tot persoon.
2 Tekensystemen
Structuur
1. Basisconcepten
2. Tekensystemen: systematisch aspect, de relaties tussen tekens
Peirce
De Saussure
3. Tekenindelingen: de verschillende soorten tekens
Tekensysteem van Charles Peirce (VSA)
Teken= drager van een betekenis
3
, voorbeeld: school
Representamen/teken: school
Interpretant: de extra betekenis die gecreëerd wordt bij de gebruiker, voor
de ene was school een positieve ervaring maar voor de andere niet.
voorbeeld: studenten
Representatem: student
Signifiant: de tekens, letters
Signifié: iemand die studeert aan een hogeschoolinstelling, de
wikepediadefinitie
Object: afbeelding van en student
Interprenant: vrienden voor het leven, veel netwerken, mooie tijd
Interpretant: slechte ervaring, kots, overlast, opkuiswerk
Afhankelijk van je ervaring kan je een extra betekenis opwekken aan een
woord.
EXAMENVRAAG
Romelu Lukaku: kijkt naar het nieuws op 1 en daar noemen ze
buitenlanders vreemdelingen??
Representatem: vreemdelingen
4
Hoofdstuk 1: bouwstenen
1 Teken en betekenis
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis?
Structuur
1. Basisconcepten
2. Tekensystemen
3. Tekenindelingen
1 basisconcepten
Communicatiewetenschappen kun je vergelijken met Lego; je kan veel
creëren naargelang je eigen ideeën. Bijvoorbeeld drie voertuigen met
dezelfde blokjes.
Hoe je een getal uitspreekt kan een andere betekenis veroorzaken.
Bijvoorbeeld: 1980 of duizendnegenhonderdtachtig
1. Semiotiek: overkoepelende kern, de leer van tekens
2. Subdomeinen
- Fonologie: klanken, de kleinste elementen die je gebruikt, hoe je
bepaalde zaken uitspreekt
- Syntaxis: hoe alle kleine elementen gestructureerd zijn, orde,
patronen, chronologisch
- Semantiek: relatie tussen de tekens en betekenis, logo’s en
symbolen
- Pragmatiek: relatie tussen betekenis en tekengebruiker
Intensie- extensie
Intensie: criteria, waaraan moet een object voldoen opdat je de term/het
teken juist kan toepassen
Extensie: klasse van zaken waarop die term correct is toegepast, de zaken
die de criteria kan afvinken
Voorbeelden:
- Democratie
1
, - Romantische komedie
- Champagne voetbal
Teken
- Betekenaar: materiële vorm (foto, schrift, uitspraak, tekening, …)
SA
- Betekende: dat waar de tekenvorm naar verwijst (betekenis,
concept, object, …) SE
- Relatie tussen beide: op basis van afspraak
Voorbeeld SA (Signifiant): foto, woord stoel, afbeelding.
Voorbeeld: muzieknoot op een partituur
Signifiant: muzieknoot, solsleutel, de projectie bol met lijntje
Signifié: la, wordt gebruikt om muziek te maken, “de wikepediadefinitie”
De relatie tussen die twee is een code/afspraak die we maken, ook goed
dat we die maken. In dit voorbeeld: nuttig zodat iedereen dezelfde noot
kan lezen anders verkrijg je een kakafonie.
Referent: een fysiek object
Voorbeeld: auto
Signifiant: de letters van het woord auto
Signifié: voertuig, je kunt je ermee verplaatsen
Referent: afbeelding chique auto, afbeelding kleine auto, afbeelding grote
auto. Ze hebben allebei dezelfde kenmerken, voldoen aan de criteria maar
iedereen kan een ander beeld voor zich hebben.
Significatie (Roland Barthes)
Primair betekenisniveau: denotatie (“wikepediadefinitie”)
Secundair betekenisniveau: connotatie, hangt samen met een specifieke
(fysieke) verschijningsvorm van de Betekenaar.
2
, Evaluatieve lading
Referentiële lading
voorbeeld: tekening van een Jodenster
Denotatie: Een Jodenster verwijst naar het Joodse volk.
Connotatie: in een vlag, betekenis naar het volk, kan ook een negatieve
connotatie hebben bij een verwijzing naar het naziregime.
EXAMENVRAAG
Wetenschappelijk onderzoek wil niet langer vegetarisch of vegan
gebruiken.
Is dit hier een correct gebruik? Ja, je ziet duidelijk dat we op een tweede
niveaus zitten van bijbetekenis. Dit is een standaardbetekenis. De
bijbetekenis kan variëren van persoon tot persoon.
2 Tekensystemen
Structuur
1. Basisconcepten
2. Tekensystemen: systematisch aspect, de relaties tussen tekens
Peirce
De Saussure
3. Tekenindelingen: de verschillende soorten tekens
Tekensysteem van Charles Peirce (VSA)
Teken= drager van een betekenis
3
, voorbeeld: school
Representamen/teken: school
Interpretant: de extra betekenis die gecreëerd wordt bij de gebruiker, voor
de ene was school een positieve ervaring maar voor de andere niet.
voorbeeld: studenten
Representatem: student
Signifiant: de tekens, letters
Signifié: iemand die studeert aan een hogeschoolinstelling, de
wikepediadefinitie
Object: afbeelding van en student
Interprenant: vrienden voor het leven, veel netwerken, mooie tijd
Interpretant: slechte ervaring, kots, overlast, opkuiswerk
Afhankelijk van je ervaring kan je een extra betekenis opwekken aan een
woord.
EXAMENVRAAG
Romelu Lukaku: kijkt naar het nieuws op 1 en daar noemen ze
buitenlanders vreemdelingen??
Representatem: vreemdelingen
4