Le pronom personnel & le sujet, COD, COI
Le sujet het onderwerp
COD lijdend voorwerp
COI meewerkend voorwerp
Voor een COI staat altijd ‘à’
Voorbeelden:
Parler à praten tegen
Raconter à vertellen aan
Dire à zeggen tegen
Donner à geven aan
Téléphoner à bellen naar
envoyer à sturen naar
demander à vragen aan
À zit ook in au en aux
Persoonlijk vnw
Le sujet COD COI
Je Me/m’ Me/m’
tu Te/t’ Te/t’
Il Le/l’ Lui
Elle La/l’ Lui
Nous Nous Nous
Vous Vous Vous
Ils/elles les Leur
Indien er een heel werkwoord in de zin aanwezig is, staat het persoonlijk vnw voor het hele werkwoord
Als er geen heel werkwoord in de zin staat, staat het pvnw voor de persoonsvom
COD staat voor het COI
Le sujet het onderwerp
COD lijdend voorwerp
COI meewerkend voorwerp
Voor een COI staat altijd ‘à’
Voorbeelden:
Parler à praten tegen
Raconter à vertellen aan
Dire à zeggen tegen
Donner à geven aan
Téléphoner à bellen naar
envoyer à sturen naar
demander à vragen aan
À zit ook in au en aux
Persoonlijk vnw
Le sujet COD COI
Je Me/m’ Me/m’
tu Te/t’ Te/t’
Il Le/l’ Lui
Elle La/l’ Lui
Nous Nous Nous
Vous Vous Vous
Ils/elles les Leur
Indien er een heel werkwoord in de zin aanwezig is, staat het persoonlijk vnw voor het hele werkwoord
Als er geen heel werkwoord in de zin staat, staat het pvnw voor de persoonsvom
COD staat voor het COI