duits landeskunde
Leerdoelen
- Mentaliteitsverschillen DACH-landen (blz 1 ™ 2)
- Politieke systemen / partijen DACH-landen (blz 2 ™ 3)
- Architectuurstromingen kennen en herkennen (blz 4 ™ 5)
- Kunststromingen kennen en herkennen (blz 5 ™ 7)
- Literatuur stromingen kennen en herkennen (blz 8)
- Geschiedenis van de DACH-landen (blz 9 ™ 12 )
Mentaliteitsverschillen
Zwitserland
● Zwitsers vinden het heel vreemd als Duitsers hochdeutsch spreken. Zwitsers praten
minder netjes.
● Zwitsers zijn heel erg beleefd. Dit kan problemen met Duitsers opleveren, omdat ze
directer zijn.
● Zwitsers geven elkaar op de werkvloer bijnamen en spreken elkaar aan met ‘jij’.
● Zwitsers discussiëren heel lang, iedereen moet mee beslissen en z’n mening geven.
Dit kan mega lang duren. Dit is groot probleem met Duitsers.
● In Zwitserland is er geen hiërarchie. Er is geen baas, alles is teamverband. In
Duitsland is er wel een hiërarchie.
● Zwitsers zijn bescheiden. De zullen niet zeggen dat ze bijv een dokter zijn. Ze
gebruiken niet hun academische titel.
● Zwitsers hechten veel waarden aan de natuur.
● Zwitsers vinden hun reputatie heel belangrijk. Ze willen niet dat mensen onverwachts
komen. Dat vinden ze niet fijn. Zelfs voortuin netjes.
Oostenrijk
● Conflict vermijdend. Relativeren veel. Voor Duitsers is dat lastig, want die gaan er
wel voor als ze iets willen.
● Oostenrijkers spreken elkaar niet direct tegen. Dus kritiek wordt niet in iemands
gezicht gezegd, maar via via via.
● Academische titel is heel belangrijk en wordt vaak gebruikt.
● Oostenrijk wil laten overkomen dat ze relaxed, levensgenieters en optimistisch zijn.
Er wordt wel veel zelfmoord gepleegd.
● Ze voelen zich pas sinds de laatste decennia een echt volk.
1
, Duitsland
● Begroeten = veel handen schudden en weinig knuffelen en kussen.
● Beslissing nemen = als ze een beslissing nemen is het definitief.
● Discussiëren = ze discussiëren fel. Geen middenweg zoeken. Redeneren vanuit
principe. Alleen debat aan als ze kennis van zaken hebben.
● Drugs = jongeren blowen veel.
● Duzen/siezen = ze zeggen alleen ‘du’ tegen kinderen. Jongeren onderling/goede
vrienden zeggen ‘du’.
● Eten en drinken = ‘s middags eten ze warm.
● Feestje = 15 min na aanvang aanwezig. Als er eten is, is er veel eten.
● Formeel/informeel = ze zijn erg formeel.
● Medisch = ze gaan veel naar specialisten. Veel medicijnen. Euthanasie niet/weinig.
● Plannen = ze plannen op lange termijn. Als een keuze is gemaakt kan het niet
veranderen.
● Regels = ze houden zich heel streng aan de regels.
● Sociale voorzieningen = Duitsland kent geen volksverzekering pensioen zoals in
Nederland.
● Solliciteren = veel diploma’s en cv’s mee
● Verkeer = ze blijven heel lang achter een stoplicht staan, ook al komt er niemand
aan.
Politiek systeem:
Duitsland
Landse Parlement = regering van een individuele provincie (bundesland).
Bundestag/Bundesregierung = regering van het heel.
Bundeskanzlerin = minister-president, Angela Merkel.
Bundesverfassungsgericht = controleren of alles van de regering wettelijk is toegestaan.
Bundespräsident = leider met ceremoniële functie maar heeft geen macht, Frank-Walter
Steinmeier. Vertegenwoordigt Duitsland in het buitenland.
Bundesrat = adviesorgaan van bundestag, elke provincie stuurt 1 persoon.
Landesminister = minister van een provincie/bundesland.
Kiesdrempel = 5%.
Partijen DU
AFD Extreem rechts, nationaal conservatief
(PVV) Anti vluchtelingen
Willen uit de EU
Klimaat onbelangrijk
CDU Angela Merkel
(CDA) Rechts, liberaal
Aantal vluchtelingen beperken naar max 200.000
In de EU blijven
Doen veel voor klimaat
2
Leerdoelen
- Mentaliteitsverschillen DACH-landen (blz 1 ™ 2)
- Politieke systemen / partijen DACH-landen (blz 2 ™ 3)
- Architectuurstromingen kennen en herkennen (blz 4 ™ 5)
- Kunststromingen kennen en herkennen (blz 5 ™ 7)
- Literatuur stromingen kennen en herkennen (blz 8)
- Geschiedenis van de DACH-landen (blz 9 ™ 12 )
Mentaliteitsverschillen
Zwitserland
● Zwitsers vinden het heel vreemd als Duitsers hochdeutsch spreken. Zwitsers praten
minder netjes.
● Zwitsers zijn heel erg beleefd. Dit kan problemen met Duitsers opleveren, omdat ze
directer zijn.
● Zwitsers geven elkaar op de werkvloer bijnamen en spreken elkaar aan met ‘jij’.
● Zwitsers discussiëren heel lang, iedereen moet mee beslissen en z’n mening geven.
Dit kan mega lang duren. Dit is groot probleem met Duitsers.
● In Zwitserland is er geen hiërarchie. Er is geen baas, alles is teamverband. In
Duitsland is er wel een hiërarchie.
● Zwitsers zijn bescheiden. De zullen niet zeggen dat ze bijv een dokter zijn. Ze
gebruiken niet hun academische titel.
● Zwitsers hechten veel waarden aan de natuur.
● Zwitsers vinden hun reputatie heel belangrijk. Ze willen niet dat mensen onverwachts
komen. Dat vinden ze niet fijn. Zelfs voortuin netjes.
Oostenrijk
● Conflict vermijdend. Relativeren veel. Voor Duitsers is dat lastig, want die gaan er
wel voor als ze iets willen.
● Oostenrijkers spreken elkaar niet direct tegen. Dus kritiek wordt niet in iemands
gezicht gezegd, maar via via via.
● Academische titel is heel belangrijk en wordt vaak gebruikt.
● Oostenrijk wil laten overkomen dat ze relaxed, levensgenieters en optimistisch zijn.
Er wordt wel veel zelfmoord gepleegd.
● Ze voelen zich pas sinds de laatste decennia een echt volk.
1
, Duitsland
● Begroeten = veel handen schudden en weinig knuffelen en kussen.
● Beslissing nemen = als ze een beslissing nemen is het definitief.
● Discussiëren = ze discussiëren fel. Geen middenweg zoeken. Redeneren vanuit
principe. Alleen debat aan als ze kennis van zaken hebben.
● Drugs = jongeren blowen veel.
● Duzen/siezen = ze zeggen alleen ‘du’ tegen kinderen. Jongeren onderling/goede
vrienden zeggen ‘du’.
● Eten en drinken = ‘s middags eten ze warm.
● Feestje = 15 min na aanvang aanwezig. Als er eten is, is er veel eten.
● Formeel/informeel = ze zijn erg formeel.
● Medisch = ze gaan veel naar specialisten. Veel medicijnen. Euthanasie niet/weinig.
● Plannen = ze plannen op lange termijn. Als een keuze is gemaakt kan het niet
veranderen.
● Regels = ze houden zich heel streng aan de regels.
● Sociale voorzieningen = Duitsland kent geen volksverzekering pensioen zoals in
Nederland.
● Solliciteren = veel diploma’s en cv’s mee
● Verkeer = ze blijven heel lang achter een stoplicht staan, ook al komt er niemand
aan.
Politiek systeem:
Duitsland
Landse Parlement = regering van een individuele provincie (bundesland).
Bundestag/Bundesregierung = regering van het heel.
Bundeskanzlerin = minister-president, Angela Merkel.
Bundesverfassungsgericht = controleren of alles van de regering wettelijk is toegestaan.
Bundespräsident = leider met ceremoniële functie maar heeft geen macht, Frank-Walter
Steinmeier. Vertegenwoordigt Duitsland in het buitenland.
Bundesrat = adviesorgaan van bundestag, elke provincie stuurt 1 persoon.
Landesminister = minister van een provincie/bundesland.
Kiesdrempel = 5%.
Partijen DU
AFD Extreem rechts, nationaal conservatief
(PVV) Anti vluchtelingen
Willen uit de EU
Klimaat onbelangrijk
CDU Angela Merkel
(CDA) Rechts, liberaal
Aantal vluchtelingen beperken naar max 200.000
In de EU blijven
Doen veel voor klimaat
2