Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting college Pediatrische Neuropsychologie

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
32
Subido en
21-03-2026
Escrito en
2025/2026

Samenvatting van de colleges van Pediatrische Neuropsychologie

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Hoorcollege 1 -
Klassiek: modulair en gelokaliseerd denken → afgebakende modules; elke functie heeft een specifiek
hersengebied
-​ kinderen met vroeg letsel, soms weinig beperking
-​ dezelfde functie voor meerdere gebieden
-​ functies zich ontwikkelen → volwassen brein

Connectionistisch denken: complexe vaardigheden → netwerken van hersengebieden en dynamische
interactie

Morfologie → hoe het brein is opgebouwd
Connectiviteit → hoe gebieden met elkaar communiceren → ontwikkeling

Asymmetrische organisatie/lateralisatie

Equipotentie → klassieke ontwikkelingsgedachte; hersengebieden zijn in begin relatief uitwisselbaar

Interactieve specialisatie (modern) → geleidelijk gespecialiseerd, door rijping, ervaring en input

Gewicht brein extreem snel in 1e levensjaren →
​ 20 weken zwanger: 100gr
​ geboorte: 400gr
​ 18 maanden: 800 gr
​ 3 jaar: 1100 gr
​ volwassen: 1300-1500 gr

+- 86 miljard neuronen, tot 10.000 synapsen/neuronen, communicatie via actiepotentialen
grijze stof = cellichamen en dendrieten → neemt toe, na piek afname (pruning)
​ witte stof = myelinisatie, axonen → neemt lineair toe

Oligodendrocyten: myelinisatie
Astrocyten: voeding
Microglia: afweer/herstel
stoornissen in glia → connectiviteitsproblemen

Prenataal → structurele afwijkingen
Postnataal → functionele en connectiviteits afwijkingen

Rise-and-fall: 1. overproductie 2. pruning

Teratogenen: externe factoren die ontwikkeling verstoren → ontwikkelt langdurig, hoge celdeling en
hoge gevoeligheid voor timing

Timing bepaalt type schade:
​ Vroeg embryonaal: ernstig structurele schade
​ Later foetaal: milder functionele schade

Neurulatie: vorming neurale buis; startpunt hersenen + ruggenmerg
ectoderm → huid + CZS
mesoderm → spieren en botten
endoderm → organen

,Prosencephalon: voorhersenen
Mesencephalon: middenhersenen
Rhombencephalon: achterhersenen

Voorhersenen/forebrain:
Telencephalon: neocortex, limbisch systeem en basale ganglia
Diencephalon: thalamus en hypothalamus​
Hersenstam:
Mesencephalon: tectum en tegmentum
Metencephalon: pons en cerebellum
Myelencephalon: medulla (verlengde merg)
Oudere structuren = dieper, basaler
Jongere structuren = cortex (laatst rijpend, meest plastisch)

Afwijkingen door storing in neurulatie:
-​ Anencefalie: (gedeeltelijk) ontbreken van hersenen, niet levensvatbaar
-​ Meningo(encefalo)cele: uitstulping van hersenvliezen ± hersenweefsel
-​ Holoprosencefalie: voorhersenen splitsen niet goed, variërend van ernstig tot mild

Foliumzuur → essentieel voor celdeling en neurale buis sluiting
Preventie: anencefalie, spina bifida en schisis

Neurogenese: aanmaak neuronen in ventriculaire zone, hoeveel ‘bouwstenen’ heb je?
Afwijkingen door storing neurogenese (week 6-18)
-​ Micro-encefalie: te weinig neuronen → klein brein, vaak cognitieve beperkingen
-​ Hemimegalencefalie: overgroei van één hemisfeer → epilepsie, ontwikkelingsstoornissen
-​ Hydranencephalie / porencefalie: ontbreken of holtes in hersenweefsel

Passieve migratie: subcorticale structuren
Actieve migratie: cortex en cerebellum
Migratiestoornissen
-​ Dubbele cortex (heterotopie): neuronen blijven “onderweg steken”
-​ Pachygyrie / lissencefalie: weinig of geen windingen
-​ Polymicrogyrie: te veel kleine windingen
-​ Schizencefalie: spleten in cortex
Gevolgen: epilepsie, verstandelijke beperking en motorische problemen
-​ Agenese van het corpus callosum: geen of onvolledige verbinding tussen hemisferen

Hoorcollege 2 -
Synaptogenese: aanmaak verbindingen/synapsen tussen neuronen
Pruning: selectief weghalen van minder gebruikte verbindingen
1.​ 28 weken - 4 maanden na geboorte: ‘overproductie’
2.​ na 4 maanden: plateau, maximaal plastisch
3.​ 4-11 jaar: sterke afname, ‘use it or lose it’
4.​ 11-26 jaar: lichte toename/herorganisatie → associatie en prefrontale gebieden
5.​ na 26 jaar: relatief stabiel

8 maanden zwanger: neurulatie
-6 tot -4 maanden: celprofilatie en migratie
-2 tot 20 jaar: myelinisatie

1.​ sensorische cortex: prenataal - +- 4 jaar

, 2.​ pariëtale en temporale associatiecortex: prenataal +-10jaar
3.​ prefrontale cortex: prenataal +-16 jaar
4.​ rond 16 jaar: amygdala, hippocampus en dlpfc
⇒ emotie/beloning rijpen eerder dan cognitieve controle

Piaget
0-2 jaar: sensomotorisch: denken = handelen
2-7 jaar: preoperationeel: symbolisch denken
7-11 jaar: concreet operationeel: logisch denken
11+ jaar: formeel operationeel: abstract denken

Grijze stof
Afname volume: caudatus, putamen, nucleus accumbens → verfijning motoriek, motivatie en beloning
Inverted U-shape: hippocampus, amygdala en cerebellum
Thalamus: kleine toename, kleine afname

Casey, 2005: volwassen meer totale activatie en meer frontale controle, kinderen meer posterieure en
subcorticaal, minder gespecialiseerd

afname activatie dlpfc → go/no-go taak
synaptic pruning = minder ruis, myelinisatie = sneller

Cowan, jaren ‘90: informatieverwerkingstheorie → ontwikkeling = geleidelijk en parallel
1.​ parallelle ontwikkeling: tegelijk aandacht, geheugen, snelheid en strategieën
2.​ toename in snelheid en capaciteit: myelinisatie + aandacht
3.​ efficiëntie door strategieën

Aandachtscomponenten, Mirsky
1.​ Waakzaamheid - Vigilance: basale alertheid; lineair vanaf 1 jaar; relatie vroeg rijp;
hersenstam en thalamus
2.​ Selectieve aandacht - Focused: relevantie kiezen; lineair vanaf 1 jaar; pariëtale cortex en
striatum
3.​ Aandachtscontrole - Shifting: aandacht verdelen; vanaf 3-4 jaar; pfc en acc; negatieve relatie
met selectieve aandacht/focused

Posner’s aandachtsmodel
Posterieur aandachtssysteem: sensorische oriëntatie, waar is de stimulus? Hersenstam, thalamus
en pariëtale cortex; meer automatisch, stimulus-gedreven
Alerting attention: verhoogt waakzaamheid en bereidt het systeem voor,
Orienting attention: specifieke locatie en verplaatsen van aandacht
Anterieur aandachtssysteem: controle, conflict oplossen en volgehouden aandacht; prefrontale
cortex en anterieure cingulate cortex (ACC)

Cues in de Attention Network Test (ANT), dit is een experimentele vertaling van Posner’s model.
No cue → baseline = geen waarschuwing
Central cue → ALERTING = “Er komt iets aan”, maar geen locatie-informatie, meet: waakzaamheid
Spatial valid cue → ORIENTING = waar de stimulus komt klopt, snellere reactie, meet: selectieve
aandacht
Spatial invalid cue → EXECUTIVE = cue wijst verkeerd, conflict moet opgelost worden, meet:
executieve aandacht / controle

, Attention Network Test per systeem
ALERTING → waakzaamheid → locus coeruleus, norepinefrine en thalamus → verhoogt arousal
ORIENTING → richten van aandacht → pariëtale cortex, superior colliculus en frontal eye fields →
ruimtelijke selectie
EXECUTIVE ATTENTION → conflict oplossen → putamen (striatum), dorsolaterale prefrontale cortex
en ACC → zelfcontrole & bijsturing

Posterieur systeem (oranje): pariëtale cortex, pulvinar (thalamus), superior colliculus en locus
coeruleus (noradrenaline) → stimulus-gedreven aandacht, “iets trekt mijn aandacht”
Anterieur systeem (groen): prefrontale cortex, ACC, dopaminerge modulatie (VTA) → doel-gericht​
“Ik besluit mijn aandacht hier te houden”
Dopamine: filtert irrelevante input, verhoogt signaal-ruis verhouding

Aandacht ontwikkelt in componenten
Vroege ontwikkeling: posterieur systeem
Latere ontwikkeling: anterieur (executief) systeem
Neurotransmitters (dopamine, noradrenaline) bepalen efficiëntie

Ontwikkeling (Werk)geheugen, Baddeley: geheugenspanne vs werkgeheugen, belangrijk:
geheugenspanne ≠ werkgeheugen
Geheugenspanne (short-term memory): passief vasthouden van informatie en geen bewerking
4 jaar: ±2–3 items, 12 jaar: ±6 items, piek: 15–19 jaar, daarna lichte afname
Hersengebieden: rechter pariëtale kwab en hippocampus
Werkgeheugen: informatie vasthouden én manipuleren, kerncomponent van EF
Lineair vanaf ±4 jaar, piek: 18–25 jaar, daarna geleidelijke afname
Fronto-pariëtaal netwerk en hippocampus
Werkgeheugen ontwikkelt langer dan geheugenspanne omdat het prefrontale controle vereist.

Respons inhibitie (Stop Task): stoppen van een automatische motorische reactie
Steile groei: 4–8 jaar, piek: 13–17 jaar.
Inferior frontal gyrus en dorsolaterale prefrontale cortex (dlPFC)
Cognitieve inhibitie (Day & Night Task): automatische mentale associaties onderdrukken
Zelfde patroon als respons inhibitie, vooral dlPFC

Wat verandert er in het brein? Net als eerder: minder activatie = beter afgestemd systeem
Afname activatie dlPFC: minder moeite en meer efficiëntie
Toename witte stof fronto-striataal: snellere communicatie tussen controle en motorische systemen

Cognitive Switch Task: snel wisselen tussen regels of taken
Steile groei: 5–12 jaar, piek: 15–19 jaar. Bijvoorbeeld: eerst sorteren op kleur, daarna op vorm.
Dorsolaterale PFC en anterieure cingulate cortex (ACC)

Levensloop EF (Ferguson et al., 2021): EF ontwikkelen niet alleen tot adolescentie, maar: gaan
door tot middelbare leeftijd, tonen daarna domeinspecifieke afname
Inhibitie, werkgeheugen, planning → piek rond ±50
Flexibiliteit → complexer patroon (soms eerst afname)
EF ≠ één systeem, maar meerdere deelsystemen met eigen trajecten.

Wat is sociale competentie? Een opbouw van vaardigheden: emotie- en gezichtsherkenning:
eye-like sensitivity, gaze following. Begrip van complexe emoties: Theory of Mind en mentaliseren.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
21 de marzo de 2026
Número de páginas
32
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$14.14
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
angeaimee
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
30
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
10
Documentos
20
Última venta
2 días hace

4.0

3 reseñas

5
2
4
0
3
0
2
1
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes