Vwo Systeem aarde CE2026 ev Samenvatting H1
Samenvatting
bij hoofdstuk 1
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024
,Vwo Systeem aarde CE2026 ev Samenvatting H1
1 Actieve aarde: endogene processen
De hoofdvraag in dit hoofdstuk is:
Hoe werkt platentektoniek en welke gevolgen heeft dit aan het
aardoppervlak?
1.1 Ontstaan en opbouw
Deelvragen
1 Hoe is het zonnestelsel opgebouwd?
2 Hoe is de aarde opgebouwd?
Het verleden van de aarde
► Het heelal is miljarden lichtjaren groot en bevat ontelbare
sterrenstelsels. Het Melkwegstel is daar een van en bestaat uit
miljarden sterren, waarvan de zon er één is.
● Het zonnestelsel bestaat uit acht planeten die rond de zon draaien
(figuur 1.4), gordels met stenen en puin (Kuipergordel en Oortwolk)
en dwergplaneten. Alleen Mercurius en Venus hebben geen manen.
● De zon heeft een diameter van ongeveer 1,4 miljoen km en zorgt
voor energie die noodzakelijk is voor het leven op aarde.
● De binnenplaneten zijn Mercurius en Venus (hun baan rond de
zon ligt binnen die van de aarde). De andere planeten zijn
buitenplaneten. Mercurius, Venus, de aarde en Mars bestaan uit
steen, de andere planeten uit gas.
Kennis over de opbouw van de aarde
► Directe waarnemingen aan het binnenste van de aarde zijn niet
mogelijk. Het diepste gat ooit door de mens gemaakt is een boorgat
van 12 km op het Russische schiereiland Kola.
● We weten wel iets over de opbouw van de aarde door het
bestuderen van aardbevingsgolven. De snelheid waarmee ze zich
door de aarde bewegen hangt af van de dichtheid van het materiaal
waar ze doorheen gaan en of het materiaal vloeibaar is of vast. Ook
de samenstelling van magma en lava bij (oude) vulkanen en het
gesteente dat daaruit ontstaat geven aanwijzingen over de opbouw
van de aarde.
Opbouw van de aarde
► Aardwetenschappers delen het inwendige van de aarde
op twee manieren in zones in (figuur 1.6):
1) naar chemische samenstelling: de kern, de mantel en de
aardkorst. Voor eigenschappen van deze zones, zie figuur 1.6.
viscositeit 2) naar viscositeit (een maat voor de stroperigheid van een stof):
binnen- en buitenkern, de ondermantel, de asthenosfeer en de
lithosfeer.
Voor eigenschappen van deze zones, zie figuur 1.6.
kern ● De kern bestaat uit een mengsel van de chemische elementen
nikkel en ijzer. De binnenkern is ondanks de hoge temperatuur
(ongeveer 4.700 °C) toch vast door de hoge druk door de werking
van de zwaartekracht. De buitenkern is vloeibaar, omdat daar de
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024
, Vwo Systeem aarde CE2026 ev Samenvatting H1
druk lager is.
● De mantel bestaat vooral uit zuurstof, silicium, magnesium en
mantel ijzer. De ondermantel is plastisch (taai-vloeibaar).
De asthenosfeer reikt onder de oceanen ongeveer van 60 tot 600
asthenosfeer
km diepte en onder de continenten van zo’n 150 tot 600 km diepte.
De asthenosfeer is ook plastisch, maar door de lagere druk en lagere
temperatuur, iets vloeibaarder dan taai en kan dus makkelijker
stromen dan dat in de ondermantel.
● De aardkorst en het afgekoelde buitenste deel van de mantel
aardkorst vormen samen de lithosfeer die vast en breekbaar is en drijft op de
lithosfeer asthenosfeer. De lithosfeer is tussen de 60 en 150 km dik en is
onderverdeeld in aardplaten. Doordat deze platen stijf en
onbuigzaam zijn en de asthenosfeer plastisch, kunnen ze over de
asthenosfeer glijden. Het gesteente in de aardkorst bestaat vooral
uit de elementen zuurstof, silicium, aluminium en ijzer. De aardkorst
is onder de oceanen zo’n 7 tot 10 km (gemiddeld 8 km) dik en onder
de continenten meestal zo’n 35 tot 40 km dik, tot wel 70 km dik
onder grote gebergten.
● In continentale korst zit veel gesteente met een relatief licht
gewicht, zoals graniet (figuur 1.7A en B), en heeft een gemiddelde
graniet soortelijke massa van 2,8. De oceanische korst bestaat voor een
basalt groot deel uit basalt (figuur 1.8A en B) waarin meer ijzer en
magnesium zit dan gemiddeld in de continentale korst. De
gemiddelde soortelijke masse van basalt is daardoor 3,0. De
oceanische korst heeft dus een hogere dichtheid dan de
continentale korst. Doordat een continent lichter is, zal een stuk
lithosfeer met continentale korst hoger op de asthenosfeer liggen
dan een even dik stuk lithosfeer met oceanische korst.
1.2 Het verhaal van gesteenten
Deelvragen
3 Hoe ontstaan de drie hoofdgroepen gesteenten en wat zijn hun
kenmerken?
4 Hoe wordt de ouderdom van de aarde gemeten?
5 Hoe werkt de gesteentekringloop?
Mineralen
► De chemische elementen zuurstof, silicium, aluminium, ijzer en
magnesium zitten niet los in het gesteente in de aardkorst, maar zijn
aan elkaar gebonden in mineralen..
● De meeste gesteenten bestaan vooral uit silicaten, mineralen die
silica (= siliciumdioxide of SiO2) bevatten. In silicaten zitten ook
andere elementen, zoals kalium, aluminium, ijzer of magnesium. Elk
type silicaat heeft een eigen soortelijk gewicht en een eigen
mineraalnaam, zoals kwarts, veldspaat, mica, pyroxeen of olivijn.
● Andere gesteenten bestaan vooral uit het mineraal calciet (=
calciumcarbonaat (CaCO3)). Dit zijn bijvoorbeeld kalksteen en
dolomiet (figuur 1.9).
● Er zijn ook nog gesteenten die bestaan uit zouten, zoals steenzout
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024
Samenvatting
bij hoofdstuk 1
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024
,Vwo Systeem aarde CE2026 ev Samenvatting H1
1 Actieve aarde: endogene processen
De hoofdvraag in dit hoofdstuk is:
Hoe werkt platentektoniek en welke gevolgen heeft dit aan het
aardoppervlak?
1.1 Ontstaan en opbouw
Deelvragen
1 Hoe is het zonnestelsel opgebouwd?
2 Hoe is de aarde opgebouwd?
Het verleden van de aarde
► Het heelal is miljarden lichtjaren groot en bevat ontelbare
sterrenstelsels. Het Melkwegstel is daar een van en bestaat uit
miljarden sterren, waarvan de zon er één is.
● Het zonnestelsel bestaat uit acht planeten die rond de zon draaien
(figuur 1.4), gordels met stenen en puin (Kuipergordel en Oortwolk)
en dwergplaneten. Alleen Mercurius en Venus hebben geen manen.
● De zon heeft een diameter van ongeveer 1,4 miljoen km en zorgt
voor energie die noodzakelijk is voor het leven op aarde.
● De binnenplaneten zijn Mercurius en Venus (hun baan rond de
zon ligt binnen die van de aarde). De andere planeten zijn
buitenplaneten. Mercurius, Venus, de aarde en Mars bestaan uit
steen, de andere planeten uit gas.
Kennis over de opbouw van de aarde
► Directe waarnemingen aan het binnenste van de aarde zijn niet
mogelijk. Het diepste gat ooit door de mens gemaakt is een boorgat
van 12 km op het Russische schiereiland Kola.
● We weten wel iets over de opbouw van de aarde door het
bestuderen van aardbevingsgolven. De snelheid waarmee ze zich
door de aarde bewegen hangt af van de dichtheid van het materiaal
waar ze doorheen gaan en of het materiaal vloeibaar is of vast. Ook
de samenstelling van magma en lava bij (oude) vulkanen en het
gesteente dat daaruit ontstaat geven aanwijzingen over de opbouw
van de aarde.
Opbouw van de aarde
► Aardwetenschappers delen het inwendige van de aarde
op twee manieren in zones in (figuur 1.6):
1) naar chemische samenstelling: de kern, de mantel en de
aardkorst. Voor eigenschappen van deze zones, zie figuur 1.6.
viscositeit 2) naar viscositeit (een maat voor de stroperigheid van een stof):
binnen- en buitenkern, de ondermantel, de asthenosfeer en de
lithosfeer.
Voor eigenschappen van deze zones, zie figuur 1.6.
kern ● De kern bestaat uit een mengsel van de chemische elementen
nikkel en ijzer. De binnenkern is ondanks de hoge temperatuur
(ongeveer 4.700 °C) toch vast door de hoge druk door de werking
van de zwaartekracht. De buitenkern is vloeibaar, omdat daar de
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024
, Vwo Systeem aarde CE2026 ev Samenvatting H1
druk lager is.
● De mantel bestaat vooral uit zuurstof, silicium, magnesium en
mantel ijzer. De ondermantel is plastisch (taai-vloeibaar).
De asthenosfeer reikt onder de oceanen ongeveer van 60 tot 600
asthenosfeer
km diepte en onder de continenten van zo’n 150 tot 600 km diepte.
De asthenosfeer is ook plastisch, maar door de lagere druk en lagere
temperatuur, iets vloeibaarder dan taai en kan dus makkelijker
stromen dan dat in de ondermantel.
● De aardkorst en het afgekoelde buitenste deel van de mantel
aardkorst vormen samen de lithosfeer die vast en breekbaar is en drijft op de
lithosfeer asthenosfeer. De lithosfeer is tussen de 60 en 150 km dik en is
onderverdeeld in aardplaten. Doordat deze platen stijf en
onbuigzaam zijn en de asthenosfeer plastisch, kunnen ze over de
asthenosfeer glijden. Het gesteente in de aardkorst bestaat vooral
uit de elementen zuurstof, silicium, aluminium en ijzer. De aardkorst
is onder de oceanen zo’n 7 tot 10 km (gemiddeld 8 km) dik en onder
de continenten meestal zo’n 35 tot 40 km dik, tot wel 70 km dik
onder grote gebergten.
● In continentale korst zit veel gesteente met een relatief licht
gewicht, zoals graniet (figuur 1.7A en B), en heeft een gemiddelde
graniet soortelijke massa van 2,8. De oceanische korst bestaat voor een
basalt groot deel uit basalt (figuur 1.8A en B) waarin meer ijzer en
magnesium zit dan gemiddeld in de continentale korst. De
gemiddelde soortelijke masse van basalt is daardoor 3,0. De
oceanische korst heeft dus een hogere dichtheid dan de
continentale korst. Doordat een continent lichter is, zal een stuk
lithosfeer met continentale korst hoger op de asthenosfeer liggen
dan een even dik stuk lithosfeer met oceanische korst.
1.2 Het verhaal van gesteenten
Deelvragen
3 Hoe ontstaan de drie hoofdgroepen gesteenten en wat zijn hun
kenmerken?
4 Hoe wordt de ouderdom van de aarde gemeten?
5 Hoe werkt de gesteentekringloop?
Mineralen
► De chemische elementen zuurstof, silicium, aluminium, ijzer en
magnesium zitten niet los in het gesteente in de aardkorst, maar zijn
aan elkaar gebonden in mineralen..
● De meeste gesteenten bestaan vooral uit silicaten, mineralen die
silica (= siliciumdioxide of SiO2) bevatten. In silicaten zitten ook
andere elementen, zoals kalium, aluminium, ijzer of magnesium. Elk
type silicaat heeft een eigen soortelijk gewicht en een eigen
mineraalnaam, zoals kwarts, veldspaat, mica, pyroxeen of olivijn.
● Andere gesteenten bestaan vooral uit het mineraal calciet (=
calciumcarbonaat (CaCO3)). Dit zijn bijvoorbeeld kalksteen en
dolomiet (figuur 1.9).
● Er zijn ook nog gesteenten die bestaan uit zouten, zoals steenzout
De Geo LRN-line bovenbouw havo/vwo
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2024