Maatschappijleer verzorgingsstaat
Paragraaf 1
● Een verzorgingsstaat is een samenleving waarin de overheid zich garant stelt
voor noodzakelijke geachte en materiële en immateriële voorzieningen voor
alle burgers.
● Er zijn drie reguleringsmechanismen om hulp en inkomsten te produceren en
te verdelen:
- de overheid: de zorg wordt gefinancierd met de belasting en premie
inkomsten. Iedereen heeft hetzelfde recht op zorg en ondersteuning.
- de markt: bij een particulier verpleeghuis kunnen mensen zorg op maat
krijgen. Of mensen kunnen een verzekering afsluiten. bij een markt
kunnen mensen zelf zorg inkopen.
- het particulier initiatief. Mantelzorg is een voorbeeld. Belangrijk hierbij
is naastenliefde.
● deze reguleringsmechanismen zijn samen afgebeeld in de welfare triangle.
● Liberalen hebben een sterke voorkeur voor de markt. Vrijheid is een
belangrijke waarde hierbij. Sociaaldemocraten hebben een voorkeur voor de
overheid. Zo krijgen alle mensen gelijke zorg. Christendemocraten kiezen
meestal voor particulier initiatief. Zij pleiten voor naastenliefde.
Paragraaf 2
● Het kinderwetje van van Houten wordt gezien als het begin van de sociale
wetgeving. Voorstanders: welzijn van de kinderen en overheid heeft groot
belang bij lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het individu.
Tegenstanders: geen overheidsbemoeienis.
● Meer overheidsbemoeienis ten behoeve van algemeen belang sluit aan bij de
theorie van Abram de Swaan. In zijn theorie staan de volgende begrippen
centraal:
1. interdependentie: onderlinge of wederzijdse afhankelijkheid.
arbeidsdeling en arbeidsverdeling zorgden voor meer
interdependentie. Mensen hadden elkaar nodig in het productieproces.
2. externe effecten; iemands gedrag heeft gevolgen voor anderen.
3. dilemma van collectieve actie: keuzes leiden tot collectief ongewenste
gevolgen. het oplossen is niet makkelijk door freerider-probleem en
eigen initiatieven geen baat bij oplossen van het probleem. Dwang
door de overheid verhelpt deze problemen.
● het is van algemeen belang dat de problemen worden opgelost. De
verzorgingsstaat is dus geen gevolg van solidariteit met de minderbedeelden,
maar het gevolg van welbegrepen eigenbelang van de beter gesitueerden.
● Een andere theorie van de verzorgingsstaat is de opkomst van de
arbeidersklasse. Zij hadden het slecht. Coalitiepartijen steunden die klasse
omdat ze of het eens waren, of bang waren voor een revolutie.
Paragraaf 1
● Een verzorgingsstaat is een samenleving waarin de overheid zich garant stelt
voor noodzakelijke geachte en materiële en immateriële voorzieningen voor
alle burgers.
● Er zijn drie reguleringsmechanismen om hulp en inkomsten te produceren en
te verdelen:
- de overheid: de zorg wordt gefinancierd met de belasting en premie
inkomsten. Iedereen heeft hetzelfde recht op zorg en ondersteuning.
- de markt: bij een particulier verpleeghuis kunnen mensen zorg op maat
krijgen. Of mensen kunnen een verzekering afsluiten. bij een markt
kunnen mensen zelf zorg inkopen.
- het particulier initiatief. Mantelzorg is een voorbeeld. Belangrijk hierbij
is naastenliefde.
● deze reguleringsmechanismen zijn samen afgebeeld in de welfare triangle.
● Liberalen hebben een sterke voorkeur voor de markt. Vrijheid is een
belangrijke waarde hierbij. Sociaaldemocraten hebben een voorkeur voor de
overheid. Zo krijgen alle mensen gelijke zorg. Christendemocraten kiezen
meestal voor particulier initiatief. Zij pleiten voor naastenliefde.
Paragraaf 2
● Het kinderwetje van van Houten wordt gezien als het begin van de sociale
wetgeving. Voorstanders: welzijn van de kinderen en overheid heeft groot
belang bij lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het individu.
Tegenstanders: geen overheidsbemoeienis.
● Meer overheidsbemoeienis ten behoeve van algemeen belang sluit aan bij de
theorie van Abram de Swaan. In zijn theorie staan de volgende begrippen
centraal:
1. interdependentie: onderlinge of wederzijdse afhankelijkheid.
arbeidsdeling en arbeidsverdeling zorgden voor meer
interdependentie. Mensen hadden elkaar nodig in het productieproces.
2. externe effecten; iemands gedrag heeft gevolgen voor anderen.
3. dilemma van collectieve actie: keuzes leiden tot collectief ongewenste
gevolgen. het oplossen is niet makkelijk door freerider-probleem en
eigen initiatieven geen baat bij oplossen van het probleem. Dwang
door de overheid verhelpt deze problemen.
● het is van algemeen belang dat de problemen worden opgelost. De
verzorgingsstaat is dus geen gevolg van solidariteit met de minderbedeelden,
maar het gevolg van welbegrepen eigenbelang van de beter gesitueerden.
● Een andere theorie van de verzorgingsstaat is de opkomst van de
arbeidersklasse. Zij hadden het slecht. Coalitiepartijen steunden die klasse
omdat ze of het eens waren, of bang waren voor een revolutie.