Samenvatting biologie
Monohybride kruising
Bij een monohybride kruising wordt één allelenpaar gevolgd tijdens de overerving van
ouderpaar (P) naar nakomelingen (F1). Hierdoor kun je de kans op het voorkomen van een
bepaald genotype of fenotype bij de nakomelingen
bepalen.
Fenotype= uiterlijke kenmerken van een organisme. Kan je
letterlijk waarnemen. Samengesteld uit genotype en
milieu.
Genotype= de volledige erfelijke informatie van een
organisme
Stappenplan monohybride kruising:
1. Noteer de eigenschappen
- Welke is dominant en welke is recessief Stel: twee bloemen kruisen, de
- Hoofdletter is dominant, kleine letter is recessief ene is rood (heterozygoot) en
2. Noteer de ouders de ander is wit. Hoeveel
- Ouder generatie geef je aan met een P nakomelingen zijn rood? Rood
- Geef het genotype is dominant en wit is recessief:
- Weet of de ouders homozygoot of heterozygoot zijn A = rood
3. Teken de geslachtscellen a = wit
- Noteer welke allelen de ouders kunnen doorgeven P : Aa x aa
4. Stel een kruising tabel op G : A a of a a
- Maak een tabel F1: A a
- Schrijf boven F1 (filiae), dus de kinderen a Aa aa
- Noteer de allelen van één ouder boven, horizontaal
a Aa aa
- Noteer de allelen van de tweede ouder aan de
zijkant, verticaal 5. 50% kans op rode
- Vul de tabel in door ze samen te voegen, bloemen
dominante eerst daar achter de recessieve
5. Schrijf de verhoudingen op
- Dus hoeveel procent kans er is op een bepaald soort fenotype of genotype
Co-dominantie / intermediair
Als er sprake is van co-dominantie, betekent dat, dat er 2 dominant allelen zijn. Meestal is er
een recessief en een dominant allel, waarbij de dominante het fenotype bepaald. Als er 2
Dominante allelen zijn, betekent dat dus dat zij samen het fenotype bepalen. Daardoor de
eigenschappen kunnen mengen. Er is vaak daarnaast ook nog een recessief allel. Je noteert
het als I tot de macht en dan de hoofdletter van het dominante allel (zie plaatje). Een
voorbeeld hierbij is met de bloedgroepen:
Bloegroep AB ontstaat door de
co-dominantie van bloedgroep
A en B. zo ziet het er dan uit:
Monohybride kruising
Bij een monohybride kruising wordt één allelenpaar gevolgd tijdens de overerving van
ouderpaar (P) naar nakomelingen (F1). Hierdoor kun je de kans op het voorkomen van een
bepaald genotype of fenotype bij de nakomelingen
bepalen.
Fenotype= uiterlijke kenmerken van een organisme. Kan je
letterlijk waarnemen. Samengesteld uit genotype en
milieu.
Genotype= de volledige erfelijke informatie van een
organisme
Stappenplan monohybride kruising:
1. Noteer de eigenschappen
- Welke is dominant en welke is recessief Stel: twee bloemen kruisen, de
- Hoofdletter is dominant, kleine letter is recessief ene is rood (heterozygoot) en
2. Noteer de ouders de ander is wit. Hoeveel
- Ouder generatie geef je aan met een P nakomelingen zijn rood? Rood
- Geef het genotype is dominant en wit is recessief:
- Weet of de ouders homozygoot of heterozygoot zijn A = rood
3. Teken de geslachtscellen a = wit
- Noteer welke allelen de ouders kunnen doorgeven P : Aa x aa
4. Stel een kruising tabel op G : A a of a a
- Maak een tabel F1: A a
- Schrijf boven F1 (filiae), dus de kinderen a Aa aa
- Noteer de allelen van één ouder boven, horizontaal
a Aa aa
- Noteer de allelen van de tweede ouder aan de
zijkant, verticaal 5. 50% kans op rode
- Vul de tabel in door ze samen te voegen, bloemen
dominante eerst daar achter de recessieve
5. Schrijf de verhoudingen op
- Dus hoeveel procent kans er is op een bepaald soort fenotype of genotype
Co-dominantie / intermediair
Als er sprake is van co-dominantie, betekent dat, dat er 2 dominant allelen zijn. Meestal is er
een recessief en een dominant allel, waarbij de dominante het fenotype bepaald. Als er 2
Dominante allelen zijn, betekent dat dus dat zij samen het fenotype bepalen. Daardoor de
eigenschappen kunnen mengen. Er is vaak daarnaast ook nog een recessief allel. Je noteert
het als I tot de macht en dan de hoofdletter van het dominante allel (zie plaatje). Een
voorbeeld hierbij is met de bloedgroepen:
Bloegroep AB ontstaat door de
co-dominantie van bloedgroep
A en B. zo ziet het er dan uit: