Geografische en sociale taalvariatie
1 Inleiding
Lect = taalvariëteit
Iedereen maakt gebruik van een bepaald lect (dia- of sociolect), ook al denkt men van niet.
Rond het gebruik van lecten is een imagoprobleem ontstaan. Ze zadelen de gebruikers ervan vaak op
met een foutief imago: dialectsprekers zouden dom, minderwaardig en afkomstig uit een lagere
klasse zijn, aan sociolectsprekers (bv. straattaal) zijn allerlei vooroordelen verbonden.
- Dialect: geografische taalvariatie – variatie gebonden aan bepaalde streek
(bv. Gents dialect < Oost-Vlaams dialect < Vlaams dialect < Nederlands dialect < Westgermaans dialect
< Germaans dialect < Indo-Europees dialect… - probleem: definitie dialect is niet duidelijk: het is altijd
een variatie die gebonden is aan een bepaalde streek, soms kleiner, soms groter)
- Sociolect: sociale taalvariatie – variatie gebonden aan bepaalde sociale groep
(bv. vrouwentaal vs. mannentaal, sociolect hoge vs. lage sociale klasse, dimotiki = volkstaal vs.
katharevousa = geleerdentaal diglossie)
Probleemstelling deze les:
- Wat is het verschil tussen een taal en een dialect?
- Wat is het verschil tussen dialecten onderling?
- Welke motieven spelen mee om in concrete gevallen het onderscheid tussen dialecten of
tussen talen te maken?
o Socio-economische motieven
o Godsdienstige motieven
o Taalkundige motieven
o Politieke motieven
2 Taal vs. dialect
2.1 Wat is het verschil tussen een taal en een dialect?
Waarom vormt dit een onderscheid een probleem?
Website Ethologue (Ethnologue: Languages of the World is a comprehensive reference work
cataloging all of the world’s known living languages): deze website geeft per land een overzicht van
de aanwezige talen en dialecten en bepaalt de status van elke variëteit, maar maakt daarbij
twijfelachtige beslissingen. De afbakening van taal en dialect blijkt dus problematisch!
Voorbeeld 1: wereld
- Europa bezit 284 levende talen
- Andere continenten bevatten meer dan 1000 talen
- Er zijn zo’n 7000 levende talen bekend. Er sterven meer talen uit dan er nieuwe ontdekt
worden.
1
,Voorbeeld 2: België (10 levende talen)
Als Belg zien we het Nederlands, Duits en Frans als een taal. Antwerps, West-Vlaams, Limburgs enz.
zien we als dialecten. Dit komt niet overeen met wat op de Ethnologue staat:
- Nationale talen:
o Flemish: Vlaamse variant Nederlandse standaardtaal
o Frans (aantal: 4 000 000)
- Streektaal:
o Duits: provinciale taal in Duitstalige gebieden
- Onderwijstaal:
o Luxemburgs/ Letzeburgisch: onderwijstaal in Zuidoost-België
- Groeiende talen:
o Vlaamse gebarentaal
o Franse gebarentaal
o Limburgs (aantal: 600 000)
- Bedreigde talen:
o Picardisch: taal in Henegouwen
o Vlaams (= West-Vlaams): taal in West-Vlaanderen (aantal: 1 100 000!)
o Waals: taal in Wallonië (aantal: 300 000)
De Ethnologue beschouwt Frans en Waals als twee aparte talen. Het West-Vlaams zou bedreigd zijn,
terwijl het als springlevend wordt ervaren. Vraagtekens! We blijven bij de probleemstelling: wat
onderscheidt een taal van een dialect? Bovenstaande voorbeelden worden alle beschouwd als talen.
Voorbeeld 3: Nederland
- Nationale taal: De Ethnologue vermeldt voor
o Nederlands Nederland veel meer talen.
- Streektalen: Nederlanders zelf beschrijven het
o (West-)Fries Nederlands en het Fries als nationale
o Limburgs talen, en het Fries, Limburgs en
- Groeiende talen: Nederduits als streektalen. Het
o Achterhoeks Nederduits staat niet eens opgenomen
o Drents in deze lijst. In de lijst van groeiende
o Gronings talen staan een heleboel talen die
o Romani Nederlanders zelf als dialecten
o Sinti beschouwen. Bovendien: Nederlands
o Sallands Limburgs en Belgisch Limburgs worden
o Nederlandse gebarentaal beschouwd als hetzelfde dialect, maar
o Stellingwerfs wordt de ene keer beschouwd als
o Twents streektaal en de andere keer als
o Veluws groeiende taal. Opnieuw: het is niet
o Zeeuws duidelijk wat het onderscheid is tussen
- Bedreigde talen: een taal en een dialect!
o Vlaams
2
, Onderscheid tussen taal en dialect?
Een dialect wordt vaak als een taal beschouwd als de sprekers
van dat dialect daarop staan. Als zij opkomen voor hun
rechten, wordt de taal als dialect herkend en kan er
onderwijs, media … in de taal georganiseerd worden.
Een bekend citaat in dit verband is het volgende:
Max Weinreich (joods sociolinguïst, 20E): een taal is een
dialect met een leger en een vloot. Met andere woorden:
politieke en socio-economische factoren spelen een
belangrijke rol in het onderscheid tussen een taal en een
dialect.
“It illustrates the fact that the political status of the speaker
influences the perceived status of their language or dialect. It has
social class associations along with ties to economics, literary
traditions and cultural factors. If a language has political backing it
is more likely to be classed as a language rather than a dialect.”
Conclusie: elke taal is een dialect, maar niet elk dialect is een
taal.
2.2 Wat is het verschil tussen dialecten
onderling?
Het is niet altijd eenvoudig om het ene dialect van het andere
te onderscheiden. De kaart hiernaast illustreert dat.
Voorbeeld: het Gentse dialect is deel van het Oost-Vlaamse dialect,
dat onderdeel is van het Nederfrankische dialect enzovoort.
Dialecten kan je onderbrengen in dialectgroepen, en die weer
in grotere dialectgroepen. Uiteindelijk zijn het taalgroepen
i.p.v. dialectgroepen.
Hoe kunnen we dialecten onderscheiden?
Methode 1: systematische vergelijking van taalkenmerken
Fonologische kenmerken: ‘boven of onder de Moerdijk’:
grote uitspraakverschillen ten N of ten Z van de grote
rivieren.
Lexicale kenmerken: lade >< schuif, kersen >< krieken
Figuur 1: dialecten in de Lage Landen
3
1 Inleiding
Lect = taalvariëteit
Iedereen maakt gebruik van een bepaald lect (dia- of sociolect), ook al denkt men van niet.
Rond het gebruik van lecten is een imagoprobleem ontstaan. Ze zadelen de gebruikers ervan vaak op
met een foutief imago: dialectsprekers zouden dom, minderwaardig en afkomstig uit een lagere
klasse zijn, aan sociolectsprekers (bv. straattaal) zijn allerlei vooroordelen verbonden.
- Dialect: geografische taalvariatie – variatie gebonden aan bepaalde streek
(bv. Gents dialect < Oost-Vlaams dialect < Vlaams dialect < Nederlands dialect < Westgermaans dialect
< Germaans dialect < Indo-Europees dialect… - probleem: definitie dialect is niet duidelijk: het is altijd
een variatie die gebonden is aan een bepaalde streek, soms kleiner, soms groter)
- Sociolect: sociale taalvariatie – variatie gebonden aan bepaalde sociale groep
(bv. vrouwentaal vs. mannentaal, sociolect hoge vs. lage sociale klasse, dimotiki = volkstaal vs.
katharevousa = geleerdentaal diglossie)
Probleemstelling deze les:
- Wat is het verschil tussen een taal en een dialect?
- Wat is het verschil tussen dialecten onderling?
- Welke motieven spelen mee om in concrete gevallen het onderscheid tussen dialecten of
tussen talen te maken?
o Socio-economische motieven
o Godsdienstige motieven
o Taalkundige motieven
o Politieke motieven
2 Taal vs. dialect
2.1 Wat is het verschil tussen een taal en een dialect?
Waarom vormt dit een onderscheid een probleem?
Website Ethologue (Ethnologue: Languages of the World is a comprehensive reference work
cataloging all of the world’s known living languages): deze website geeft per land een overzicht van
de aanwezige talen en dialecten en bepaalt de status van elke variëteit, maar maakt daarbij
twijfelachtige beslissingen. De afbakening van taal en dialect blijkt dus problematisch!
Voorbeeld 1: wereld
- Europa bezit 284 levende talen
- Andere continenten bevatten meer dan 1000 talen
- Er zijn zo’n 7000 levende talen bekend. Er sterven meer talen uit dan er nieuwe ontdekt
worden.
1
,Voorbeeld 2: België (10 levende talen)
Als Belg zien we het Nederlands, Duits en Frans als een taal. Antwerps, West-Vlaams, Limburgs enz.
zien we als dialecten. Dit komt niet overeen met wat op de Ethnologue staat:
- Nationale talen:
o Flemish: Vlaamse variant Nederlandse standaardtaal
o Frans (aantal: 4 000 000)
- Streektaal:
o Duits: provinciale taal in Duitstalige gebieden
- Onderwijstaal:
o Luxemburgs/ Letzeburgisch: onderwijstaal in Zuidoost-België
- Groeiende talen:
o Vlaamse gebarentaal
o Franse gebarentaal
o Limburgs (aantal: 600 000)
- Bedreigde talen:
o Picardisch: taal in Henegouwen
o Vlaams (= West-Vlaams): taal in West-Vlaanderen (aantal: 1 100 000!)
o Waals: taal in Wallonië (aantal: 300 000)
De Ethnologue beschouwt Frans en Waals als twee aparte talen. Het West-Vlaams zou bedreigd zijn,
terwijl het als springlevend wordt ervaren. Vraagtekens! We blijven bij de probleemstelling: wat
onderscheidt een taal van een dialect? Bovenstaande voorbeelden worden alle beschouwd als talen.
Voorbeeld 3: Nederland
- Nationale taal: De Ethnologue vermeldt voor
o Nederlands Nederland veel meer talen.
- Streektalen: Nederlanders zelf beschrijven het
o (West-)Fries Nederlands en het Fries als nationale
o Limburgs talen, en het Fries, Limburgs en
- Groeiende talen: Nederduits als streektalen. Het
o Achterhoeks Nederduits staat niet eens opgenomen
o Drents in deze lijst. In de lijst van groeiende
o Gronings talen staan een heleboel talen die
o Romani Nederlanders zelf als dialecten
o Sinti beschouwen. Bovendien: Nederlands
o Sallands Limburgs en Belgisch Limburgs worden
o Nederlandse gebarentaal beschouwd als hetzelfde dialect, maar
o Stellingwerfs wordt de ene keer beschouwd als
o Twents streektaal en de andere keer als
o Veluws groeiende taal. Opnieuw: het is niet
o Zeeuws duidelijk wat het onderscheid is tussen
- Bedreigde talen: een taal en een dialect!
o Vlaams
2
, Onderscheid tussen taal en dialect?
Een dialect wordt vaak als een taal beschouwd als de sprekers
van dat dialect daarop staan. Als zij opkomen voor hun
rechten, wordt de taal als dialect herkend en kan er
onderwijs, media … in de taal georganiseerd worden.
Een bekend citaat in dit verband is het volgende:
Max Weinreich (joods sociolinguïst, 20E): een taal is een
dialect met een leger en een vloot. Met andere woorden:
politieke en socio-economische factoren spelen een
belangrijke rol in het onderscheid tussen een taal en een
dialect.
“It illustrates the fact that the political status of the speaker
influences the perceived status of their language or dialect. It has
social class associations along with ties to economics, literary
traditions and cultural factors. If a language has political backing it
is more likely to be classed as a language rather than a dialect.”
Conclusie: elke taal is een dialect, maar niet elk dialect is een
taal.
2.2 Wat is het verschil tussen dialecten
onderling?
Het is niet altijd eenvoudig om het ene dialect van het andere
te onderscheiden. De kaart hiernaast illustreert dat.
Voorbeeld: het Gentse dialect is deel van het Oost-Vlaamse dialect,
dat onderdeel is van het Nederfrankische dialect enzovoort.
Dialecten kan je onderbrengen in dialectgroepen, en die weer
in grotere dialectgroepen. Uiteindelijk zijn het taalgroepen
i.p.v. dialectgroepen.
Hoe kunnen we dialecten onderscheiden?
Methode 1: systematische vergelijking van taalkenmerken
Fonologische kenmerken: ‘boven of onder de Moerdijk’:
grote uitspraakverschillen ten N of ten Z van de grote
rivieren.
Lexicale kenmerken: lade >< schuif, kersen >< krieken
Figuur 1: dialecten in de Lage Landen
3