Wetenschappelijk onderzoek naar wat we doen in de praktijk ook degelijk werkt
Klinisch wetenschappelijk onderzoek = gestructureerd proces:
Feiten en theorieën onderzoeken bv effect van de behandeling
Relaties tussen feiten exploreren bv oorzaak en gevolg
Systematisch onderzoek van klinische condities en ‘outcomes’: is er een relatie tussen
spierkracht en ontstaan van blessures?
Om evidentie/wetenschappelijk bewijs te vinden voor onderzoek- en behandelmethodes in de
praktijk
bv werkt dat programma voor mensen met rugklachten, maar werkt dit? Is er bewijs? Hoe lang?
kritisch denken over ons eigen handelen: we gaan niet zomaar geloven wat men zegt
Kenmerken van klinisch wetenschappelijk onderzoek: empirisch en kritisch
= observeerbaar, documenteerbaar
= gebruik maken van meetinstrumenten (zoals bv gewicht, spierkracht,.. kan men meten), tests
Maar komt dit door bewegen of door een dieet? Als er een verandering is komt dat dan wel degelijk
daardoor of zijn er andere factoren?
= objectief en betrouwbaar (zonder meetfouten meten)
= valied/geldig bv vragenlijst, als je een Duitstalige krijgt is dit dan een geldige vragenlijst voor ons?
Neen want je test je Duits en niet echt de validiteit van de opleiding
Waarom evolutie in de gezondheidszorg?
Diagnose en behandeling moet ergens op gefundeerd/gebaseerd zijn
Preventie: doeltreffend en kostenbesparend
we moeten behandeling uitvoeren die werken
Measurement outcomes (outcomes of resultaten van behandeling worden gedocumenteerd)
o Fysieke parameters:
Kracht
Lenigheid
Gewicht
…
o Psychologische: (angst is een psychische factor die de resultaten kunnen beïnvloeden,..)
Angst
Depressie (als mensen aandoeningen hebben die chronisch zijn, blijven duren)
Frustratie
Motivatie
Vertrouwen
…
o Sociale:
Hobby’s
Deelnemen aan het maatschappelijk leven/sociaal contact
…
Functionele capaciteiten: kan je fietsen? Stappen? Zelf wassen en kleden?
gaat over QUALITY OF LIFE
Analytisch: kracht toegenomen, gewicht...
Functionele context: kan deze patient terug zijn hobby’s doen, werken, terug tevreden?
Voortdurend nieuwe vragenlijsten
Kinematica/kinetica: bewegingsanalyse, markers geplaatst op de gewrichten en zo wordt beeld
gevormd kijken naar het stappatroon (wat verandert er als deze persoon een knieprotese krijgt?..)
heel objectief en nauwkeurig onderzoek
EMG: elektrones gekleefd op de spieren
Belangrijk hierbij: om de outcomes/resultaten van een behandeling te kunnen meten moeten we
valiede meetinstrumenten ontwikkelen om funties (kracht, mobiliteit etc) te meten
Handknijpkracht = belangrijke parameter, zegt veel over de kracht van een bepaalde persoon =
valied meettoestel
Muscle testing: bv hand held dynamometer die kracht kan uitdrukken in een getal (kg of kilo pascal)
Isometrische spierkracht wordt gemeten door de Biodex dynamomter: heel objectief (quadriceps,
boven-onderbeen, hamstrings)
Komen de resultaten overeen met dat kleine toestelletje tegenover dat dure?
Andere factoren: pijn
, Wat wordt bedoeld met pijn? Wat is pijn?
pijnintensiteit = hoeveelheid pijn dat men heeft: VAS (visuele analoge schaal) 0 – 10
Begin wetenschappelijk onderzoek: u parameters definiëren
Kwalitieit: bv scherpe, acute, stekende, flitsende, knagend, zeurend, vervelend, chronische pijn (= pijn
die er altijd is).. : vragenlijst over de soort pijn
Motivatie is ook een factor dat je moet meten
Model of Disablement en ICF = kader voor wetenschappelijk onderzoek
EBP (evidence based practice) = model van evidentie bestaat uit 4 componenten (deze bepalen uw
klinische beslissing):
1. Evidentie uit wetenschappelijk onderzoek
2. Evidentie uit de klinische ervaring
3. Klinische omstandigheden en setting
4. Verwachtingen van de patiënt
Het heeft geen zin om iemand 20x te behandelen als die angstig is: er moet info gegeven worden over
wat er in zijn lichaam speelt en er moet daarop gewerkt worden
Manieren om kennis te verwerven:
Traditie: overdracht testen op waarheid en geldigheid (niet alles wat je collega zegt is altijd
correct, kan ook een efficiëntere manier zijn bv)
Autoriteit: wat hij verteld is dat gebasseerd op wetenschappelijke feiten kritisch blijven
Trial and error: proberen wat werkt en niet werkt = tijdrovend en weinig betrouwbaar, kan
toevallig zijn
Logisch redeneren: 2 vormen (deductief en inductief)
Deductief redeneren (top-down logica): theorie vormen op vlak van logisch redeneren
Algemene propositie (premisse)
Specifieke premisse
Conclusie
“Alle mensen zijn sterfelijk” – algemene regel, major-premisse
“Socrates is een mens” – bijzondere regel, minor premisse
“Socrates is sterfelijk” - conclusie
Inductief redeneren (bottom-up logica): algemene regel bouwen op basis van specifieke
waarnemingen
Patiënten die oefeningen doen, vallen niet
Patiënten die geen oefeningen doen vallen meer
Conclusie: door oefeningen te doen verbetert de posturale stabiliteit (+/- evenwicht)?
Via metingen in de praktijk of data verzameling enz, gaan we dit nagaan
Hypothese/veronderstelling moet getest worden
Wetenschappelijke methode: proces om nieuwe kennis te verwerven – op een systematische,
gecontroleerde analyse – om natuurlijke fenomenen en de relaties tussen deze fenomenen te
begrijpen/verklaren
UITGANGSPUNT: 2 veronderstellingen
(1) De natuur is geordend, consistent en voorspelbaar
(2) Gebeurtenissen zijn NIET TOEVALLIG maar hebben een oorzaak
4 kenmerken:
o Systematisch: we werken met een zekere orde, discipline en betrouwbaar (bv betrouwbaar
meten) – objectief verzamelen van gegevens – objectieve analyse van gegevens + correcte
interpretatie van de resultaten
o Empirisch = proefondervindelijk te werk gaan = door DIRECT OBSERVATIE en metingen =
subjectieve elementen beperken
o Gecontroleerd = meest belangrijke kenmerk van wetenschappelijk onderzoek het toeval
uitschakelen of controleren – complexe fenomen zoals pijn, motorische controle etc bevatten
interactieve factoren
o Kritisch: zelf kritisch zijn tov eigen werk – eigen studie delen met andere wetenschappers –
eigen studie onderwerpen aan kritiek door andere wetenschappers – bias beperken
Directe meting is bv een zwangerschapstest (pijn kan je niet meten)
Kenmerken kennen + vb kunnen geven
Beperkingen wetenschappelijke methode
Complexe fenomenen (vb menselijk gedrag, performance etc) soms moeilijk te meten
Invloed van:
Psychosociale factoren: angst, stress, chronische pijn, frustratie, woede,.. spelen rol in
revalidatieproces; is moeilijk te controleren
Psychologische factoren
Veel indirecte metingen – correct interpreteren van resultaten !