1.1 Globaal procesverloop.............................................................................................. 4
1.2 Rollen van de belangrijkste actoren........................................................................5
1.3 Strafdoelen en strafrechtsklimaat............................................................................ 6
Hoofdstuk 2 – Politie..............................................................................................................8
2.1 Rol in de strafrechtsketen......................................................................................... 8
2.2 Historische ontwikkeling........................................................................................... 8
2.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 10
2.4 Werkwijze in de praktijk........................................................................................... 11
2.4.1 Middelen en handelingsruimte in het dagelijks werk......................................... 11
2.4.2 Prioriteren: politie aanpak..................................................................................12
2.5 Relatie met andere ketenpartners...........................................................................13
2.6 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 14
2.6.1 Digitalisering en informatiegestuurde politie......................................................14
2.6.2 Spanningsvelden als ‘structurele knelpunten’................................................... 15
2.6.3 Kerntakendiscussie........................................................................................... 15
Hoofdstuk 4 – Het Openbaar Ministerie............................................................................. 16
4.1 Rol in de strafrechtsketen....................................................................................... 16
4.1.1 De opsporing van strafbare feiten..................................................................... 16
4.1.2 De vervolging van verdachten van strafbare feiten........................................... 17
4.1.3 Toezicht op de tenuitvoerlegging van strafvonnissen........................................18
4.2 Historische ontwikkeling......................................................................................... 19
4.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 20
4.3.1 Parketten........................................................................................................... 20
4.4 Werkwijze in de praktijk: controlemechanismen.................................................. 21
4.5 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 22
Hoofdstuk 5 – De strafrechtadvocatuur.............................................................................23
5.1 Rol in de strafrechtsketen....................................................................................... 23
5.2 Historische ontwikkeling......................................................................................... 23
5.2.1 Belangrijke keerpunten......................................................................................24
5.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 25
5.4 Werkwijze in de praktijk...........................................................................................26
5.4.1 Vroege rechtsbijstand........................................................................................26
5.4.2 Processtrategie en onderzoekswensen............................................................ 27
5.4.3 Rol na de uitspraak........................................................................................... 28
5.5 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 28
Hoofdstuk 6 – De rechterlijke macht.................................................................................. 29
6.1 Rol in de strafrechtsketen....................................................................................... 29
6.1.1 Tijdens het opsporingsonderzoek: rechter-commissaris................................... 29
6.1.2 Tijdens het onderzoek ter terechtzitting: zittingsrechter.................................... 29
, 6.1.3 Rechterlijke beslissingen en rechtsmiddelen.................................................... 31
6.2 Historische ontwikkeling......................................................................................... 32
6.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 32
6.4 Werkwijze in de praktijk...........................................................................................34
6.5 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 35
Hoofdstuk 7 – Gevangeniswezen....................................................................................... 36
7.1 Rol in de strafrechtsketen....................................................................................... 36
7.2 Historische ontwikkeling......................................................................................... 36
7.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 38
7.3.1 Interne organisatie.............................................................................................38
7.3.2 Organisatie van PI's.......................................................................................... 38
7.4 Werkwijze in de praktijk...........................................................................................39
7.5 Verhouding tot andere actoren in de uitvoering................................................... 40
7.6 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 41
Hoofdstuk 8 – Reclassering................................................................................................ 42
8.1 Rol in de strafrechtsketen....................................................................................... 42
8.2 Historische ontwikkeling......................................................................................... 42
8.3 Organisatie & structuur........................................................................................... 43
8.4 Werkwijze in de praktijk...........................................................................................44
8.4.1 Diagnose en advies...........................................................................................44
8.4.2 Toezicht, begeleiding en controle...................................................................... 44
8.5 Relatie met andere ketenpartners...........................................................................46
8.6 Ontwikkelingen en knelpunten............................................................................... 47
,Hoofdstuk 1 – Introductie strafrechtsketen
in de praktijk
Strafrechtspleging is geen “losse organisaties”, maar een keten waarin veel partijen
samenwerken. Belangrijk is dat actoren vaak in meerdere fasen terugkomen, dus je kunt het
proces niet té strak opdelen per organisatie.
Strafrechtspleging = samenwerking van meerdere partijen binnen het strafproces
● Drie fasen strafproces:
○ Opsporing
○ Vervolging
○ Tenuitvoerlegging
Belangrijke notitie: De strafrechtsketen is in de praktijk geen strikte lineaire keten, maar
eerder een systeem waarin actoren in verschillende fasen verschillende rollen vervullen en
ketenpartners onderling productieafspraken maken over de aanlevering en afdoening van
zaken.
1.1 Globaal procesverloop
● Opsporing en bewijs
○ Politie spoort verdachten op en vergaart bewijs.
○ Een OvJ stuurt het opsporingsonderzoek aan.
○ Bij ingrijpende bevoegdheden vraagt de OvJ toestemming aan de
rechter-commissaris (RC).
● Van politie naar OM
○ Als er genoeg bewijs is, draagt de politie (op aanvraag van de OvJ) de zaak
over aan het OM.
● Keuze OvJ
○ De OvJ kan de zaak:
■ seponeren
■ een transactie aanbieden
■ de verdachte dagvaarden
● Bij de rechter
○ OvJ presenteert het bewijs en eist als vertegenwoordiger van de samenleving
een straf.
○ Verdachte kan zich laten bijstaan door een advocaat.
○ Rechter komt tot het uiteindelijke oordeel op basis van eigen waarnemingen.
● Na het vonnis (tenuitvoerlegging)
○ Nadat het vonnis onherroepelijk is geworden, volgt de uitvoering van de
straf/maatregel.
○ Afhankelijk van de sanctie zijn hierbij betrokken:
■ CJIB (geldboetes)
■ DJI / gevangeniswezen (vrijheidsbenemende straffen)
■ Reclassering (taakstraffen)
, ○ De OvJ houdt toezicht op de tenuitvoerlegging (bijv. bij niet-uitvoering kan
omzetting naar vervangende hechtenis volgen).
Kernidee: dit proces werkt als een trechter. Bij iedere schakel worden beslissingen
genomen over de zaak, waardoor zaken doorgaan of juist afvallen. Dat noem je selectie in
de keten. Die selectie is niet willekeurig, maar gebeurt bijvoorbeeld op basis van ernst van
het delict, maatschappelijke ophef, prioriteiten van het OM of de kansrijkheid van de zaak.
● Pakkans = N verdachten / N delicten
● Vervolgingskans = N bij OM / N delicten
● Veroordelingskans = N veroordelingen / N delicten
● Kans op gevangenisstraf = N gevangenisstraffen / N delicten
→ De strafrechtsketen bestaat dus niet alleen uit opeenvolgende fasen, maar ook uit
opeenvolgende selectiemomenten.
1.2 Rollen van de belangrijkste actoren
● Politie: spoort verdachten op en vergaart bewijs, zodat vervolging mogelijk is.
● Officier van Justitie (OvJ) / OM
○ Stuurt het opsporingsonderzoek aan.
○ Vraagt bij ingrijpende bevoegdheden toestemming aan de RC.
○ Beslist na overdracht of de zaak wordt geseponeerd, via transactie wordt
afgedaan, of via dagvaarding naar de rechter gaat.
○ Presenteert bij de rechter het bewijs en eist een straf namens de
samenleving.
● Rechter-commissaris (RC): geeft toestemming wanneer ingrijpende bevoegdheden
nodig zijn (op verzoek van de OvJ).
● Advocaat
○ Behartigt expliciet de belangen van de verdachte, ook als dat kan ingaan
tegen maatschappelijke belangen.
○ Kan in de rechtszaal o.a.:
■ bewijs in twijfel trekken
■ contrabewijs leveren
■ zich richten op de strafeis en vragen om strafverlaging of een andere
afdoening
● Rechter: geeft het uiteindelijke oordeel op basis van eigen waarnemingen.
● Reclassering: kan door de rechter worden gevraagd onderzoek te doen naar:
○ achtergrond van de verdachte
○ recidiverisico
● Deskundigen: in zwaardere zaken kan de rechtbank (eventueel op verzoek van OvJ
of advocaat) een deskundige oproepen, bijvoorbeeld:
○ deskundige op bewijsgebied (bv. doodsoorzaak)
○ deskundige op persoonlijkheidsonderzoek (bv. toerekeningsvatbaarheid)
● Slachtoffer
De rol van het slachtoffer was lange tijd beperkt, maar is de afgelopen jaren
uitgebreid. Het slachtoffer kan nu drie rollen vervullen:
● Belangstellende: strafproces bijwonen
● Procesdeelnemer: gebruikmaken van spreekrecht of optreden als getuige
● Procespartij: vergoeding van geleden schade eisen
, 1.3 Strafdoelen en strafrechtsklimaat
Het strafrecht heeft twee doelen:
● Repressie (beveiliging van de samenleving en vergelding)
● Resocialisatie (gericht op resocialisatie dan wel de situatie van de dader)
Het strafrecht en het maatschappelijk debat staan afwisselend in het teken van deze
accenten. Momenteel wordt een verharding van het strafrechtsklimaat genoemd. Daarnaast
is er sprake van verdere versobering van de strafrechtspleging (bijv. door bezuinigingen).
Daarnaast kan de strafrechtsketen worden bekeken vanuit het idee van “McDonaldisering”.
George Ritzer beschrijft daarmee het proces waarbij principes van fastfoodrestaurants
steeds meer sectoren van de samenleving gaan domineren. Die gedachte wordt ook op
justitie toegepast: de strafrechtsketen gaat dan lijken op een soort productiesysteem of
“McJustitie”, waarin snelheid, efficiëntie en standaardisering centraal staan.
Vier dimensies van McDonaldisering:
● Efficiëntie
= zoveel mogelijk zaken afdoen door doorlooptijden te beperken en werkprocessen
te stroomlijnen en te standaardiseren
○ vb. standaardtekstblokken in vonnissen, ZSM-procedures
● Berekenbaarheid
= nadruk op meetbare output en kwaliteitsnormen
○ een vonnis kan worden gezien als “output”
● Voorspelbaarheid
= streven naar vaste en herkenbare uitkomsten en werkprocessen
○ vb. LOVS-oriëntatiepunten voor veelvoorkomende delicten
● Controle
= werken met regels, handleidingen, protocollen en verantwoordingsmechanismen
Voordelen: snel, efficiënt en tijdbesparend
Nadelen
● irrationaliteit van de rationaliteit
= hoe rationeler en gestandaardiseerder een systeem wordt ingericht, hoe groter de
kans dat het in de praktijk juist onhandig, rigide of bureaucratisch uitpakt
○ maatwerk kan moeilijker worden
○ gestandaardiseerde processen kunnen juist méér tijd kosten
● dehumanisering
= het risico dat mensen in de strafrechtsketen steeds meer als “zaken” of
“producten” worden behandeld in plaats van als personen
○ dit roept juist in het strafrecht de vraag op of maximale efficiëntie wel altijd
wenselijk is
Juist doordat de strafrechtsketen steeds meer is ingericht als een gestandaardiseerd en
efficiënt systeem, wordt zichtbaar hoe belangrijk selectieprocessen binnen die keten zijn. In
elke schakel worden namelijk keuzes gemaakt over welke zaken doorgaan en welke
afvallen. Die selectie is niet willekeurig: ze kan berusten op
● legitieme factoren (zoals ernst van het delict)
● maatschappelijke impact
● juridische haalbaarheid