Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 60 páginas
Resumen

Samenvatting - Fysiologie en pathofysiologie van gastrointestinaal en ademhalingsstelsel (partim 3)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 60 páginas

Samenvatting van heel het vak. Gebaseerd op de powerpoint.

Vista previa del contenido

Fysiologie en pathofysiologie van gastro-intestinaal en
ademhalingsstelsel
Partim 1: Fysiologie van het respiratoir stelsel
1. Mechanica van de ademhaling
1.1. Het respiratoir systeem
• Eencelligen en platwormen: diffusie
o Diffusie is gelimiteerd door afstand: 1 mm
• Zoogdieren: ademhalingssysteem

• Doel: interne gasuitwisseling aan de weefsels
• Cardiovasculaire systeem staat ten dienste van het ademhalingssysteem
o Vervoert meer dan alleen zuurstof (vetten, eiwitten, suikers, …)
o Hoge aantal RBC vooral voor O2-transport
▪ Als enkel voor O2 was, dan was er lager volume en debiet
o Grootte en capaciteit van hart, bloedvaten en bloedvolume zijn
afgestemd op zuurstofbehoefte
• Conditie bepaald door:
o O2-opname door longen
o Efficiëntie van het hart

• Respiratoir systeem: 4 takken
1. Longen: externe ventilatie
2. Longen – Bloed: externe gasuitwisseling
3. Bloed: transport van gassen
4. Bloed – Cellen: interne gasuitwisseling

Functies van het respiratoir systeem
• Gasuitwisseling tussen atmosfeer en bloed
• pH-regeling
o Meer ademen → CO2 daalt → pH stijgt
o Minder ademen → CO2 stijgt → pH daalt
• Bescherming tegen ingeademde pathogenen
o Immuunsysteem is hier beter uitgebouwd
o Luchtwegen: nat oppervlak → bacteriën kunnen meteen binnendringen
• Stemvorming



• O2 en CO2 bewegen via diffusie: van plek met hoge partiële druk naar lage partiële druk → groot
oppervlak nodig

 Longen: 70 m² groot, 1 µm dik
o Dun en kwetsbaar diffusieoppervlak, daarom intern diffusieoppervlak nodig



1

,• Benodigdheden voor internalisatie:
o Ventilatie – lucht moet bewegen in en uit de longen
o Luchtwegen – buizen die lucht naar het diffusieoppervlak brengen
o Musculaire pomp – ademhalingsspieren voor luchtstroom




1.1.1. De ademhalingsspieren

• Longen zijn zelf geen spieren om niet te interfereren met
diffusie
• Wel spieren rond de longen, in de borstkas

 Passieve structuur: longen worden uitgezet en samengedrukt door
spieren in de borstkas




• Spieren voor inspiratie (inademing):
o Diafragma/middenrif – belangrijkste spier bij rustige inademing
▪ Trekt naar beneden → vergroot borstholte → lucht stroomt naar binnen
o Intercostale spieren/tussenribspieren
▪ Externe intercostalen helpen bij het optillen van de ribben (omhoog en naar buiten)
▪ Houden de borstwand stevig en flexibel
o Scalenes – trekken de bovenste ribben omhoog
▪ Actief bij zware inspanning of ademnood
o Sternocleidomastoideus – trekt borstbeen/cleido, sleutelbeen/clavicula en uitstekend bot
achter het oor/mastoïd omhoog
▪ Ook actief bij krachtige ademhaling
• Spieren voor expiratie (uitademing):
o Normaal passief: organen en borstkas veren gewoon terug
o Interne intercostalen helpen bij het naar beneden trekken van de ribben (omlaag en naar
binnen)
o Actief bij geforceerde uitademing:
▪ Buikspieren → duwen buikorganen tegen het middenrif → middenrif omhoog →
lucht eruit
▪ Belangrijk bij hoesten en sporten


1.1.2. Structuur van het ademhalingssysteem
• Pharynx: slokdarmhoofd
• Boven de trachea: bovenluchtwegen
• Onder de trachea: onderluchtwegen
• Larynx: strottenhoofd
• Bronchi: luchtpijpvertakkingen

 -itis: infectie aanduiding

2

,1.1.3. Structuur van de longen en hun
omgeving


• Rechterlong: 3 kwabben
• Linkerlong: 2 kwabben




• Pericardiale ruimte – rond hart een dubbele membraan met daartussen een dun laagje vocht
• Pleurale ruimte – rond elke long dubbele membraan met daartussen een dun laagje vocht
o Verbindt de longen met de borstkas en ademhalingsspieren
o Maakt beweging mogelijk: membranen glijden soepel over elkaar
▪ Moeilijk van elkaar los te trekken
o Zorgt voor:
▪ Flexibiliteit bij ademhaling (bij inspanning)
▪ Efficiënte krachtsoverdracht van spieren naar longen

 Als longen vastzaten aan de borstwand, dan:
o Geen glijbeweging mogelijk
o Minder flexibiliteit – minder luchtvolume bij inspanning


1.1.4. Structuur van de bronchi en alveoli – in zijn geheel
• Blauwe structuur (foto e) = kraakbeen
o Houdt de luchtwegen open
o Beschermt tegen externe druk
o Voorkomt dat de luchtwegen instorten bij
uitademing (want luchtdruk daalt)

 Belangrijk vr trachea/luchtpijp
 Loopt tot aan de kleinere bronchi

• Longlobje/alveoli (foto f)
o Niet alleen lucht moet goed verdeeld worden
o Ook bloed moet op de juiste plaatsen komen

 Waar lucht komt, moet ook bloed zijn → voor efficiënte gasuitwisseling

• Bronchus/luchtpijpvertakking bevat wand met cellen die:
o Bloedvaten nodig hebben → voor voeding en zuurstof
o Zenuwen nodig hebben → om de tonus (spanning) van de luchtwegen te regelen

 Vergelijkbaar met de aorta, die ook bloedvaten heeft om zijn eigen wand te voeden


3

, • Pulmonaire arterie voert zuurstof armbloed naar de longen → gasuitwisseling: O2 erin, CO2 eruit

Functies van de luchtwegen
• Geleiden lucht
• Conditioneren van lucht:
o Opwarmen ingeademde lucht
o Bevochtigen ingeademde lucht
o Wegfilteren van vreemd materiaal




1.1.5. Generaties van luchtwegvertakkingen
• Luchtwegen vertakken zich in ± 24 generaties:
o Start: trachea
o Splitst in linker en rechter primaire
bronchi
o Daarna steeds in smallere bronchi en
bronchiolen
o Eindigt bij de alveoli/longblaasjes
• Exponentiële groei in aantal luchtwegen door
het splitsen van elke vertakking
• Gasuitwisseling (diffusie van O2 en CO2) in
laatste 2 à 3 generaties:
o Respiratoire bronchiolen
o Alveolaire kanalen
o Alveoli
• Hoe verder je gaat, hoe meer vertakkingen, maar hoe kleiner de diameter
o Trachea: ± 20 mm
o Alveoli: ±0.3 mm → klein, maar tezamen groot
▪ Door grote doorsnede-oppervlak: luchtstroom vertraagt


1.1.6. Epitheel van de trachea
• Pseudomeerlagig cilindrisch epitheel
o Cilindrische epitheelcellen
o Slijmbekercellen (goblet cells): produceren
slijm
o Cilia (trilhaartjes): bewegen het slijm richting de
keel door een dunne waterige laag bovenop
• Epitheel = binnenkleding van de trachea en bronchi
o Slijmt vangt stof, micro-organismen en
schadelijke deeltjes op



 Bij rokers neemt het aantal slijmbekercellen toe en het aantal trilharen daalt. Hierdoor hoopt het slijm
zich op, raken de luchtwegen verstopt en blijven de schadelijke stoffen zitten.
o Zwarte longen: geen afbraak van anorganische stoffen


4

Información del documento

Estudio
Subido en
5 de marzo de 2026
Número de páginas
60
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$11.11

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
6
Última venta
-


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes