Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 80 páginas
Resumen

Samenvatting - Farmaceutische microbiologie

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 80 páginas

Samenvatting van zowel het deel microbiologie als het deel virologie.

Vista previa del contenido

Farmaceutische microbiologie
1. Geschiedenis van microbiologie
1.1. Historische afkomst
 Anton van Leeuwenhoek: eerste microscoop uitgevonden
o Bestond uit lens en een schroef die de afstand van de lens kon veranderen
o In Nederland  om kwaliteit van textiel te kunnen bekijken
o Zag algen, amoëben in het water van een beek


1.2. Ziektekiemtheorie
1.2.1. Lazzaro Spallanzi
 Toonde aan dat spontane generatie (= uit helder water kan spontaan leven ontstaan)
niet kan
o Kookte soort bouillon in de fles en zette dan een stop erop à water werd niet
troebel, dus geen groei van organismen
 Slecht experiment: O2 gaat weg bij koken en kan geen O2 bij door de
stop


1.2.2. Louis Pasteur
 Toonde ook aan dat spontane generatie niet kan
o Kookte bouillon in een zwanenhalsfles  lucht
kan binnenkomen, maar micro-organismen bleven
buiten
o Stoom komt via de hals buiten
o Laat fles voor 1 jaar staan  bouillon bleef steriel
en stof aan hals, maar geraakt niet aan de vloeistof
door de vorm
o Kantelde de fles zodat stof wordt opgenomen 
kiemen beginnen te groeien
 Kiemen komen uit de lucht, ze hangen aan stof en kunnen in bouillon groeien.

 Fermentatie: sommige wijnen zuurder dan andere  zag in wijn kleine en grote
kiemen  4 experimenten:
o Probeert wijn te maken van spontane fermentatie zonder kiemen toe te voegen
 werkt niet
o Probeert hetzelfde maar met de zwanenhals  werkt niet
o Voegt kleine kiemen toe  gist wordt melkzuur
o Voegt grote kiemen toe  gist wordt ethanol
 Pasteurisatie: koken zonder de kwaliteit en de smaak van het product te beschadigen,
terwijl alle micro-organismen gedood worden
 Vaccin tegen Rabiës/hondsdolheid: aandoening van het CZS
o Patiënt kan niet meer slikken  schuimmond


1.2.3. Robert Koch
 Ontwikkelde als eerste cultuurplaten  gebruikte agarplaten om bacteriën te kweken
en bestuderen
o Legde link tussen kiem en ziektes  ‘kiemen kunnen ziektes veroorzaken’
bewijzen via postulaten:

1

,  Deed tests met proefdieren die Mycobacterium tuberculosis hadden
1. Micro-organismen moeten aanwezig zijn in elke ziekte, maar niet in gezonde
personen  getest door kleuringsmethode te gebruiken om bacterie in weefsel
aan te kleuren
2. Kiemen moeten isoleerbaar zijn  liet de bacterie op een cultuurmedium (= een
schuine agarplaat) groeien
3. Kiemen moeten die ziekte veroorzaken  injecteert in gezond proefdier die
kiemen, wat voor dezelfde symptomen moet zorgen
4. Neemt staal bloed van het nieuwe dode proefdier en isoleert opnieuw de kiemen
 moet overeenkomen met proefdier van postulaat 1

o Ontdekte dat miltvuur/anthrax veroorzaakt werd door Bacillus anthracis (=
produceert anthrax, een soort poeder die endosporen van het kiem kan
bevatten en bij inhalatie een toxine produceert)  90% kans overlijden
 Cutane Antrax (= huid): kleinere risico om te overlijden  10% kan
systematisch worden
 Werken op een boerderij verhoogt een kans, want daar veel anthrax
aanwezig  gaat op wonde  niet behandelen  komt in bloed  naar
organen  dood

1.2.4. Edward jenner
 In die tijd waren pokken aanwezig door het Variola virus  10% overleed eraan
o Meisjes en jongens die koeien melken kunnen ook pokken krijgen, maar
overleven het  als zij eerst besmet zijn geraakt met koepokken/Vaccinia
virus, dan zijn ze immuun tegen humane pokken

 Vaccinatie ontstaat: dode/verzwakte versie van een levende kiem om het
immuunsysteem te boosten

1.2.5. Ignaz Semmelweis
 Zwanger zijn was een risico  25% stierven aan kraamvrouwenkoorts door
Streptococcus bacterie
o Artsen gingen eerst werken in de ene kamer voor autopsie/lijken en dan naar
andere kamer voor zwangere vrouwen zonder handen te wassen  arts had
dezelfde symptomen als vrouwen met kraamvrouwenkoorts
o Handen wassen/ontsmetten met hyperchloorzuur/javel 
overlijdenspercentage daalde naar 1%
o Directeur vond dit onzin

1.2.6. Joseph Lister
 Introductie van aseptische technieken voor en na de bevalling/operatie
o Antiseptica/ontsmetting werd vanaf dan wel geloofd

1.2.7. Paul Ehrlich
 WO I veel syfilis, veroorzaakt door Treponema pallidum  Compound 606 was
actief tegen die bacterie
o Introduceerde chemotherapie en de term ‘Magic Bullet’ (= antibiotica die
de bacterie doodt, maar de menselijke cellen niet)
o Compound 606 ≠ magic bullet, want molecule bevat arseen  dodelijk


2

, 1.2.8. Alexander Fleming
 Ontdekte penicilline (= komt van een schimmel dat een inhibitiezone, een plek waar
de bacterie niet kan groeien, bezit)

 Start van eerste antibioticum en chemotherapie

1.3. Moderne microbiologie
 SARS, virus die een virale luchtinfectie kan geven en waaraan je kan overlijden 
kwam in China uit
 Vogelgriep/Avian flu, vogels die virussen doorgeven waar we niet tegen bestand zijn
 Covid-19, veroorzaakt door SARS-CoV-2  is verwant aan virus die SARS
veroorzaakte
 Bioterrorisme. Bv. Antharax  slechte bacteriën
 Antiretrovirale therapie. Therapie tegen retrovirussen, zoals HIV.
 Probiotica, kiemen die aanwezig zijn in onze darmen en goede eigenschappen
hebben, bv. Yakult



2. Kenmerken van prokaryotische cellen
2.1. Prokaryoten vs. Eukaryoten

Prokaryoten Eukaryoten
Geen celkern Wel celkern
Geen mitochondriën Wel mitochondriën
Hebben een celwand* Hebben een plasmamembraan (dierlijke)


*Celwand bevat een peptidoglycaanlaag, wat een belangrijke rol speelt bij therapie.

2.2. Grootte van prokaryoten cellen
 Meeste bacteriën: 0,5 – 2,0µm
 Meeste virussen: 30 – 300 nm
o Kleinste: o.a. poliovirus (30nm)  Grootste: o.a. pokkenvirus (300nm)
 Rode bloedcel: 10µm

2.3. Vorm en rangschikking


Coccus

Neisseria meningtidis
Diplococcus =
meningitis/hersenvliesontst
eking




3

, Streptococcus pyogenes
Streptococcus =
Keelontsteking


Staphylococcus aureus
=
Wondinfecties
Staphylococcus




Vibrio cholerae
Vibrio =
Cholera (diarree)

 Bacillus anthracis
Bacillus  Eschericia coli
=
Urineweginfecties bij
vrouwen of
Diarree bij mannen
Streptobacillus Lactobacillus bulgaricus
=
Terug te vinden in yoghurt
Spirocheet Borrelia burgdorferi
=
Ziekte van Lyme



2.4. Overzicht van de structuur

3 domeinen:
 Celmembraan met de celwand
 Cytoplasma (ribosomen, kern, …)
 Externe structuren (capsule, flagellen, pili,
…)




2.4.1. Celwand
 Buiten de celmembraan
 Vorm van de bacterie behouden, anders celmembraan kapot

 Eukaryoten: fosfolipide laag met cholesterol ertussen  membraanstevigheid en
fluïditeit

 Geen cholesterol in prokaryoten: celmembraan gaat makkelijk kapot  celwand nodig



4

Información del documento

Estudio
Subido en
5 de marzo de 2026
Número de páginas
80
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$12.87

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
6
Última venta
-


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes