Hoofdstuk 10: Zenuwstelsel
1. Indeling
Morfologisch:
- Centraal zenuwstelsel:
o In de schedelholte (hersenen) en in het wervelkanaal (ruggenmerg).
o Grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam.
- Perifeer zenuwstelsel:
o Buiten de schedelholte en het wervelkanaal.
o Zenuwen (nervus – nervi) en zenuwknopen (ganglion - ganglia).
• Kopzenuwen (I-XII): ontspringen uit de hersenen.
• Ruggenmergzenuwen: vertrekken uit ruggenmerg.
Functioneel:
- Somatisch (willekeurig) zenuwstelsel:
o Regelt de prikkels van en naar de lichaamswand.
o Aangevoerde (afferente) prikkels: vanuit buitenwereld of
lichaamswand.
o Afvoerende (efferente) prikkels: prikkels van centraal naar
perifeer: innerveren skeletspieren.
- Autonoom of vegetatief zenuwstelsel:
o Regelt prikkels van en naar de organen (klieren en gladde
spieren van ingewanden en van de lichaamswand).
• Zweetklieren, spieren in bloedvatwand.
• Speekselklieren, spier in darmwand.
, 2. Bouw zenuwcel of neuron
Dendrieten: Axon:
- Korte vertakte uitlopers - = zenuwvezel.
Cellichaam
- Voeren prikkel naar - Prikkel vanuit
cellichaam cellichaam naar
uiteinde van axon
Endoneurium
Myelineschede of
mergschede -> hoge geleidingssnelheid.
Aanwezig? = gemyeliniseerde zenuwvezels.
Niet aanwezig? = ongemyeliniseerde
zenuwvezels.
Figuur 1: schede van Schwann: cel rond gedraaid
, 3. Signaaloverdracht
Presynaptische membraan
Synaptische spleet
Postsynaptische membraan
Chemische overdracht: elektrisch signaal in axon -> uit vesikels van
presynaptische membraan vrijstelling v/e neurotransmittor in de
synaptische spleet -> neurotransmittor naar receptoren op
postsynaptische membraan -> elektrische veranderingen (prikkel).
Synaps: contactplaats v/h axon v/e zenuwcel met een ander
neuron/spiercel/kliercel.
1. Indeling
Morfologisch:
- Centraal zenuwstelsel:
o In de schedelholte (hersenen) en in het wervelkanaal (ruggenmerg).
o Grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam.
- Perifeer zenuwstelsel:
o Buiten de schedelholte en het wervelkanaal.
o Zenuwen (nervus – nervi) en zenuwknopen (ganglion - ganglia).
• Kopzenuwen (I-XII): ontspringen uit de hersenen.
• Ruggenmergzenuwen: vertrekken uit ruggenmerg.
Functioneel:
- Somatisch (willekeurig) zenuwstelsel:
o Regelt de prikkels van en naar de lichaamswand.
o Aangevoerde (afferente) prikkels: vanuit buitenwereld of
lichaamswand.
o Afvoerende (efferente) prikkels: prikkels van centraal naar
perifeer: innerveren skeletspieren.
- Autonoom of vegetatief zenuwstelsel:
o Regelt prikkels van en naar de organen (klieren en gladde
spieren van ingewanden en van de lichaamswand).
• Zweetklieren, spieren in bloedvatwand.
• Speekselklieren, spier in darmwand.
, 2. Bouw zenuwcel of neuron
Dendrieten: Axon:
- Korte vertakte uitlopers - = zenuwvezel.
Cellichaam
- Voeren prikkel naar - Prikkel vanuit
cellichaam cellichaam naar
uiteinde van axon
Endoneurium
Myelineschede of
mergschede -> hoge geleidingssnelheid.
Aanwezig? = gemyeliniseerde zenuwvezels.
Niet aanwezig? = ongemyeliniseerde
zenuwvezels.
Figuur 1: schede van Schwann: cel rond gedraaid
, 3. Signaaloverdracht
Presynaptische membraan
Synaptische spleet
Postsynaptische membraan
Chemische overdracht: elektrisch signaal in axon -> uit vesikels van
presynaptische membraan vrijstelling v/e neurotransmittor in de
synaptische spleet -> neurotransmittor naar receptoren op
postsynaptische membraan -> elektrische veranderingen (prikkel).
Synaps: contactplaats v/h axon v/e zenuwcel met een ander
neuron/spiercel/kliercel.