1. STUDENTEN DEFINIËREN KLASMANAGEMENT .
“Klasmanagement is het treffen van maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn om een
omgeving in het leven te roepen en te handhaven waarin onderwijzen en leren kunnen
plaatsvinden.”
• Ofwel: het optimaal begeleiden van leer- en ontwikkelingsprocessen bij leerlingen.
• KM wil voor de klassetting gewenst gedrag of taakgerichtheid bij leerlingen uitlokken
• Taakgerichtheid = tijd dat leerlingen effectief op hun werk gericht zijn.
2. STUDENTEN LIJSTEN BOUWSTENEN VAN GOED KLASBEHEER OP + LICHTEN TOE.
Redant onderscheidt vier basiselementen die aspecten van KM bundelen
die gerelateerd worden aan positieve uitkomsten bij leerlingen.
• Controle: leraar weet altijd wat er in de klas gebeurt, houdt toezicht,
voorkomt ordeverstoringen en pakt probleemgedrag effectief aan.
• Tempo: leraar zorgt voor vlotte overgangen van lesfasen, een hoog werktempo en houdt
rekening met tempoverschillen door een goede voorbereiding en duidelijke procedures.
• Motivatie: leraar neemt maatregelen om blijvend de aandacht van leerlingen te trekken
en houdt rekening met wat hun motivatie beïnvloedt.
• Duidelijkheid: leraar zorgt voor duidelijke leerdoelen, instructies, gedragsregels en
verwachtingen, zodat leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt.
3. STUDENTEN DUIDEN DE RELATIE TUSSEN KM EN GOED LESGEVEN.
Een eerste belangrijke regel is goed lesgeven. Een goede lesvoorbereiding waarbij de leraar
niet enkel de lesinhoud overdenkt, maar de hele leeromgeving vormt de start.
• Lesdoelen en leerinhoud: formuleer duidelijke lesdoelen, benadruk het nut van de
leerstof, verbindt deze met de leefwereld en voorkennis van de leerlingen en zorg voor
een samenhang tussen lesonderdelen en het grotere geheel.
• Keuze en uitvoering van werkvormen: gebruik activerende werkvormen, pas
activiteiten aan het niveau van de leerlingen aan, organiseer groepswerk en differentiatie
en geef duidelijke instructies en gerichte vragen.
• Begeleiding door en de stijl van de leraar: stel hoge verwachtingen, creëer
succeservaringen, geef effectieve feedback, bouw een positief klasklimaat op, investeer
in goede relaties en gebruik humor en enthousiasme in je lessen.
Pagina | 1
, 4. STUDENTEN HERKENNEN EN BENOEMEN KENMERKEN VAN SCHOLEN IN EEN
GROOTSTEDELIJKE CONTEXT. STUDENTEN BESCHRIJVEN EN VERKLAREN DEZE.
Scholen in een grootstedelijke context worden gekenmerkt door een aantal complexe
uitdagingen die het klassenmanagement verzwaren:
• Grote demografische diversiteit: de populatie kenmerkt zich door aanzienlijke
verschillen in sociaaleconomische klasse (meer kansarme gezinnen), etnische
achtergrond en thuistaal.
• Culturele en linguïstische kloven: leraren ervaren vaak een culturele kloof met
leerlingen, wat leidt tot misverstanden over gedrag, normen en communicatie. Er zijn
meer leerlingen met een taalbarrière en verminderde beheersing van de schooltaal.
• Lage ouderbetrokkenheid: vaak sprake van een verminderde actieve betrokkenheid van
ouders bij het schoolgebeuren en een lager gemiddeld opleidingsniveau bij ouders.
• Hoge schooluitval en mobiliteit: er is een hogere frequentie van problematische
afwezigheden, spijbelgedrag en mobiliteit (veranderen van school). Dit resulteert in
hogere cijfers voor drop-out, schorsing en een lagere doorstroom naar hoger onderwijs.
Conclusie: Deze factoren maken de klasgroep moeilijker en zwaarder om te sturen, wat een
grote uitdaging vormt voor effectief klassenmanagement.
HOOFDSTUK 5: KENMERKEN VAN DE KLAS
5. STUDENTEN LIJSTEN DE KENMERKEN VAN DE KLAS OP EN OMSCHRIJVEN DEZE.
Klassen verschillen van elkaar, toch heeft Doyle een aantal gemeenschappelijke kenmerken
van de klas als groep of als organisatievorm achterhaald.
• Multidimesnionaliteit: een klas bestaat uit leerlingen met verschillende doelen,
motivaties en capaciteiten, wat lesgeven en beslissingen nemen complex maakt.
• Gelijktijdigheid: alles gebeurt tegelijk in de klas, waardoor de leraar meerdere zaken
tegelijk moet managen. De leraar heeft steeds handen te kort en moet multitasken.
• Onmiddellijkheid: beslissingen moeten snel worden genomen zonder veel tijd om na te
denken, dus routines en voorbereiding zijn cruciaal.
• Onvoorspelbaarheid: wat er in de klas gebeurt, is vaak onverwacht en kan niet volledig
gecontroleerd worden, maar nadenken over mogelijke reacties helpt.
• Openbaarheid: alles wat er in de klas gebeurt is zichtbaar voor iedereen en elke actie
van de leraar heeft invloed op de dynamiek van de groep en op ander leerlingen.
• Geschiedenis: een klas heeft een gedeelde geschiedenis en ongeschreven regels die
invloed hebben op nieuwe activiteiten en maatregelen.
Pagina | 2