Embryonale ontwikkeling deel 1
Spermacel= kop (hierin zit kern met DNA, chromosomen: 23, 22 autosomen en 1 seks
chromosoom) en staart (motoreiwitten → zorgt ervoor dat het kan zwemmen),
tussen: mitochondriën → maken energie zodat de zaadcel kan zwemmen.
Bovenop de kop heb je de: acrosoom (=veel enzymen) → om de eicel goed binnen
de komen
Eicel= celkern met DNA (23 chromosomen), zwarte lijn (=membraan), zona pellucida
(donkerrode kleur, harde laag, ZP 1 tot en met 4, 3 is belangrijk bij de bevruchting), corona
radiata (licht roze, stralenkrans), wit gebied/cytoplasma (organellen)
Eicel-zaadcel interactie:
- Zaadcel komt vrij → door de vagina → baarmoedermond (cervix) →
baarmoederholte → eileider → uiteinde eileider → in de buikholte
(acutatiseconceptie) → eicel
- Zaadcel contact met slijm vagina= 1. capacitatie → op de kop zaadcel receptor
actief, ZP3 onderdeel zonna pellucida.
Daarna door de cel van corona radiata, binding van sperma met zona pellucida.
Vervolgens 2. acrosomale reactie (=receptor binden aan eiwit ZP 3 zona pellucida,
acrosoom open, enzymen eruit → gaatje maken in zona pellucida → zaadcel erin).
En daarna 3. corticale reactie (=kop zaadcel fuseert met membraan → binnenzijde
eicel (blauwe cellen= corticale granulae, hierin zitten enzymen) → enzymproduct
komt eruit → komt terecht in het membraan en zona pellucida → alle andere
zaadcellen gestopt worden, dit heet= polyspermie voorkomen (meerdere
eicellen bevruchten).
Tot slot: sperm nucleus gaat in eicel cytoplasma.
4. Zona reactie= proces zorgt voor andere zaadcellen → vallen ervan af
5. Poollichaampjes= afvalbakje voor genetisch materiaal bij meiose 1 en 2 bij
oögenese. Meiose 2 afgemaakt als de bevruchting plaatsvindt. Als beide kernen
met elkaar fuseren.
Blastocyste:
- Groen cellen= trofoblasten, bijdragen aan extra embryonale delen (3.)
- Rode cellen= embryoblasten (1.) → differentieert tot 2 lagen) gele= hypoblast,
blauw=epiblast. Deze zijn 2-lagige kiemschijf
- Blastulaholte= witte deel (4.)
- Grijze rand= zona pellucida, als bij elkaar houden (2.)
Hatching:
- Zonna pellucida uitkruipen
Enzymen uit bolletjes= coricale reactie
ZP3= zona reactie
Spermacel= kop (hierin zit kern met DNA, chromosomen: 23, 22 autosomen en 1 seks
chromosoom) en staart (motoreiwitten → zorgt ervoor dat het kan zwemmen),
tussen: mitochondriën → maken energie zodat de zaadcel kan zwemmen.
Bovenop de kop heb je de: acrosoom (=veel enzymen) → om de eicel goed binnen
de komen
Eicel= celkern met DNA (23 chromosomen), zwarte lijn (=membraan), zona pellucida
(donkerrode kleur, harde laag, ZP 1 tot en met 4, 3 is belangrijk bij de bevruchting), corona
radiata (licht roze, stralenkrans), wit gebied/cytoplasma (organellen)
Eicel-zaadcel interactie:
- Zaadcel komt vrij → door de vagina → baarmoedermond (cervix) →
baarmoederholte → eileider → uiteinde eileider → in de buikholte
(acutatiseconceptie) → eicel
- Zaadcel contact met slijm vagina= 1. capacitatie → op de kop zaadcel receptor
actief, ZP3 onderdeel zonna pellucida.
Daarna door de cel van corona radiata, binding van sperma met zona pellucida.
Vervolgens 2. acrosomale reactie (=receptor binden aan eiwit ZP 3 zona pellucida,
acrosoom open, enzymen eruit → gaatje maken in zona pellucida → zaadcel erin).
En daarna 3. corticale reactie (=kop zaadcel fuseert met membraan → binnenzijde
eicel (blauwe cellen= corticale granulae, hierin zitten enzymen) → enzymproduct
komt eruit → komt terecht in het membraan en zona pellucida → alle andere
zaadcellen gestopt worden, dit heet= polyspermie voorkomen (meerdere
eicellen bevruchten).
Tot slot: sperm nucleus gaat in eicel cytoplasma.
4. Zona reactie= proces zorgt voor andere zaadcellen → vallen ervan af
5. Poollichaampjes= afvalbakje voor genetisch materiaal bij meiose 1 en 2 bij
oögenese. Meiose 2 afgemaakt als de bevruchting plaatsvindt. Als beide kernen
met elkaar fuseren.
Blastocyste:
- Groen cellen= trofoblasten, bijdragen aan extra embryonale delen (3.)
- Rode cellen= embryoblasten (1.) → differentieert tot 2 lagen) gele= hypoblast,
blauw=epiblast. Deze zijn 2-lagige kiemschijf
- Blastulaholte= witte deel (4.)
- Grijze rand= zona pellucida, als bij elkaar houden (2.)
Hatching:
- Zonna pellucida uitkruipen
Enzymen uit bolletjes= coricale reactie
ZP3= zona reactie