H1: klauwverzorging en neerhofdieren
1.1 algemeen onderzoek en hanteren schaap
preventie is belangrijker dan genezen
een dagelijkse controle van je dieren is dan ook noodzakelijk
Algemene indruk bekijken:
vacht (glans, bevuiling en verwonding)
bewustzijnsniveau (alert vs suf)
voedingsstoestand
locomotie (mank vs niet mank)
andere opvallende afwijkingen
1.2. five point check
meest voorkomende aandoeningen bij schapen en geiten zijn
maagdarmnematoden
1. neus
2. ogen
3. kaak
4. rug
5. staart
1.3. klauwverzorging schaap en geit
1.3.1. materiaal klauwverzorging
klauwschaar
Voor het verwijderen van grote en harde losse delen van
de klauwen
solingen klauwmesje
dubbelsnijdend klauwmesje
, wondspray en zelfklevend verband
Wondspray zorgt ervoor dat de wonde wordt ontsmet, vrij blijft
van mogelijke bacteriën en infecties n het bloeden tegen gaat.
Zelfklevend verband die rond de klauw gezet wordt om het letsel
af te schermen van de buitenwereld
H2: huisvesting voor pluimvee
2.2.huisvesting leghennen
2.2.1. algemeen
productie van eieren
o 4 productie wijzen
Biologische eieren
Geen snavelkappen
Max bezettingsgraad van 6kippen/m²
4m² buitenloop per hen
Max 3000 kippen per stal
Eieren uit vrije uitloop
4m² buitenloop per hen
Permanente toegang tot buitenloop
Aanwezigheid van een wintertuin
Scharreleieren
Max bezittingsgraad van 9kippen/m²
Max 6000 kippen per stal
Verrijkte kooien
750cm² per leghen waarvan 600cm² beschikbaar
oppervlak
Verrijking met:
o Nesten
o Zitstokken
o Strooiselbad
o Nagelgarnituur
Levensduur legkip
o 18 maand in de industrie (een kip kan tot 10 jaar oud worden)
o Daarna verwerking tot pet-food/kipberreidingen of afoptie
=REFORM-fase
2.2.2. wetgeving
Dierenwelzijnsmaatregelen
o vleeskuikens
Inspectie
1x per dag
Geluid
Het geluidniveau dient zo laag mogelijk te worden
gehouden
Verlichting
, Voldoende licht (elkaar zien, gezien worden, omgeving
verkennen en activiteiten uitvoeren)
Gelijkmatige verdeling van het licht
Na enkele dagen, een 24 uurscyclus met 16 uur licht
Schemerperiodes
Reiniging
Grondige reiniging en ontsmetting van:
o Lokalen, uitrustingen en gereedschap waarmee
de kippen in contact komen (regelmatig)
o Lege lokalen/kooien voordat een nieuwe partij
kippen wordt binnengebracht. Zolang de lokalen
bezet zijn
o Alle oppervlakten en alle installaties
Uitwerpselen moeten zo vaak als nodig is, worden
verwijderd, dode kippen dagelijks
De houderijsystemen
De kippen kunnen niet ontsnappen
De kippen moeten makkelijk geïnspecteerd kunnen
worden
De kippen moeten gemakkelijk verwijderd kunnen
worden
2.2.3. opfoksysteem
Opfokperiode
o Fase 1: 0-14 weken (voorbereiding)
o Fase 2: 4-16 weken
o Fase 3: transfer
Industrieperiode
o Fase 4: 17-28 weken (eerste ei tot legpiek)
o Fase 5: volle productiefase
Momenteel worden d ekippen tot 75-80 weken in de leg
gehouden
=360 eieren
in de toekomst tot 100 weken en 500 eieren
HOE? Aangepaste voeding (Ca)
Genetische selectie
, Reformeperiode
o Fase 6
2.2.2.verrijkte kooien
=ingerichte kooien = uitgeruste kooien
specifiek ontwikkeld om de voordelen van kooisystemen te behouden
Kleine kooien
o 10-tal dieren
Middelgrote kooien
o 30-tal dieren
Grote kooien
o 60 of meer dieren
Zitstokken
’s Nachts moet minstens 2/3 van de hennen een zitstok gebruiken.
Hennen kiezen bijna altijd de hoogste zitstok.
Vorm belangrijker dan materiaal: rechthoekig > rond (betere grip).
Hout geeft beste grip maar meer bloedluis en moeilijker te reinigen.
Metaal is hygiënischer maar minder grip.
Ook belangrijk: zo weinig mogelijk vuil dat via poten op eieren kan komen.
Locatie beïnvloedt bereikbaarheid en mestdoorlaatbaarheid.
Hoogte is altijd een compromis tussen voorkeur van de hen en
toegankelijkheid.
Voederbuis kan soms dienen als zitstok.
Nesten
Niet te diep om te snelle wegrol van eieren te vermijden.
Locatie voorkomt opstapeling van kippen achter het nest.
Richtlijn: 100–125 cm² nest per hen; individueel nest ± 25 × 30 cm.
95% van de eieren moet in het nest gelegd worden → nest moet
aantrekkelijk zijn.
Aantrekkelijke nesten: gesloten, voorgevormd of met vervormbaar
substraat.
Geen voorkeur tussen kunstgrasmatten en echte turf; kunstgras wel
praktischer.
Belangrijk: zo weinig mogelijk vuil en pluimpjes op de mat.
Nest moet voldoen aan wetgeving (geen contact met draadgaas in nest).
Eggsaver/beschermdraad vermindert eierschade.
Eierband moet regelmatig doorlopen → frequentie proefondervindelijk
bepalen.
Flappen aan de ingang zorgen voor meer rust.
Strooisel/stofblad
Laat hennen natuurlijk gedrag uitvoeren (scharrelen, stofbaden).
Strooisel in bakken of op matten; soms bak bovenop legnest.
Bereikbaarheid via bodem of zitstokken, maar stokken kunnen bezet zijn.
Bakken worden soms misbruikt als nest → ongewenst.
Strooisel op mat blijft langer liggen; alternatief: vaker kleine hoeveelheden.
Automatische toevoer kan storingen geven (brugvorming).
Onderzoek: meer stofbaden op matten, maar langere stofbaden in bakken.
Strooisel verdwijnt vooral doordat het wordt opgegeten.
Belangrijk om vuile eieren te vermijden: stokken niet te dicht bij de mat.
Nagelgarnituur