RADIOCHEMIE
H1: inleiding
Materie moleculen atomen
Atoomkern: + geladen, zwaar
Elektronen: - geladen, licht
Z(atoomnr) = A + E-
A = N0 + P+
Isotopen:
=zelfde chemische element (= protonen) maar ander aantal neutronen
Onstabiele kern:
Aantal protonen en neutronen niet binnen verhouding (hoe kleiner kern, hoe
kleiner verschil)
Desintegratie: uitzending van deeltjes of stralingsenergie (spontaan)
Verhouding protonen/neutronen wijzigt
E wordt vrij gesteld (streven naar zo min mogelijk E)
Natuurlijke straling:
Aardse straling (minder in berglandschap)
Kosmische straling (meer in bergen, vliegtuigen,..)
Radioactieve bijproducten van verval natuurlijke radioactieve kernen (radon,
thoron) verval in eigen lichaam
Kunstmatige stralingsbronnen:
door mens veroorzaakt
Nucleaire industrie (kerncentrales)
Geneeskunde (diagnostisch en therapeutisch)
Allerhande gebruiksvoorwerpen
Dosisbelasting belgische bevolking:
gemiddelde per caput 5,52 mSv
50% natuurlijke achtergrondstraling
48% medische toepassingen
o CT (52%)
o Andere radiologische onderzoeken (41%)
o Nucleair geneeskundige onderzoeken (7%)
Populatiedosis thv medische blootstelling
= aantal onderzoeken * dosis per onderzoek
Industriële toepassingen
Professionele blootstelling
, Ioniserende straling levend weefsel ionisaties
Kleine belangrijke ∆ eigen verschillende processen biologische schade
Noodzaak levende wezens beschermen
Ioniserend vermogen:
Onstabiele isotopen = radio-actieve isotopen
Belangrijke eigenschap van uitgezonden straling = ioniserend vermogen
Andere effecten:
o In stukken breken van moleculen
o Chemische reactie van brokstukken + gevormde ionen met andere
moleculen
Productie ioniserende straling:
Ontbinding van R.A. isotopen
Opgewekt in daartoe ontworpen toestellen
o X- of röntgenstralen buis (versnellen tot onstabiel)
o Versnellers
o Nucleaire reactoren
Soorten straling:
Corpusculaire = deeltjesstraling
o Geladen deeltjes:
Alfa deeltjes = helium kern (2p+, 2 n0, + E)
Protonen (+ kern deeltje)
Β- = hoogenergetische e-
=licht e- met veel E, wordt weggeslingert
Β+ = positron
=anti-elektron = zelfde massa maar + lading
Van zwaar naar lichter
o Niet geladen deeltjes: neutronen
Elektromagnetische golven: γ- en X-stralen
Eigenschappen α-straling:
4
2𝛼
Zwaar
Enkel elementen Z>82
Kleine penetratiediepte (weefsel < 50 µm)
Hoge lokale ionisatiedichteid
Kan niet door huid, wel via ademhaling/eten naar bloed
nestelt in bot + maakt schade
Niet/nauwelijks gebruikt in radiotherapie en nucleaire geneeskunde:
radioprotectieprobleem
α-emitters: metabolische botzoekers na ingestie leukemie/
osteocarcinoom
eigenschappen protonen:
, massa = 1
lading + 1
protonenbundels gegenereerd in cyclotron
externe bestralingsbundel voor radiotherapie
eigenschappen β- straling:
hoog energetische elektronen
elektronenbundels gegenereerd in lineaire versneller externe stralingsbron
bij radioactief verval van aantal radionucliden: neutron binnenin de kern
getransformeerd in proton
Merker in klinische biologie en de medische research
Penetratiediepte: afh van E, dus van radionuclide
Eigenschappen β+ straling:
Positronen
Anti-elektron
massa = massa elektron
+ geladen
Komen vrij uit kern als β+ deeltjes bij R.A. verval van aantal radionucleotide
β+ emitters gebruikt als merker voor Positron Emission Tomography (=PET)
in de nucleaire geneeskunde
in PET gebruik EM straling die ontstaat bij annihilatie van positron met
elektron
e- + e+ 2Y stralen, 180° uit elkaar (elk 512 keV)
mogelijke examenvraag:
o wat wordt gedetecteerd bij PET scan?
o wat wordt er geinjecteerd?
Eigenschappen neutronen:
snelle neutronen:
o worden geproduceerd aan een cyclotron
o de deuteronbundel 21𝐻 valt in op Be-trefplaat
H1: inleiding
Materie moleculen atomen
Atoomkern: + geladen, zwaar
Elektronen: - geladen, licht
Z(atoomnr) = A + E-
A = N0 + P+
Isotopen:
=zelfde chemische element (= protonen) maar ander aantal neutronen
Onstabiele kern:
Aantal protonen en neutronen niet binnen verhouding (hoe kleiner kern, hoe
kleiner verschil)
Desintegratie: uitzending van deeltjes of stralingsenergie (spontaan)
Verhouding protonen/neutronen wijzigt
E wordt vrij gesteld (streven naar zo min mogelijk E)
Natuurlijke straling:
Aardse straling (minder in berglandschap)
Kosmische straling (meer in bergen, vliegtuigen,..)
Radioactieve bijproducten van verval natuurlijke radioactieve kernen (radon,
thoron) verval in eigen lichaam
Kunstmatige stralingsbronnen:
door mens veroorzaakt
Nucleaire industrie (kerncentrales)
Geneeskunde (diagnostisch en therapeutisch)
Allerhande gebruiksvoorwerpen
Dosisbelasting belgische bevolking:
gemiddelde per caput 5,52 mSv
50% natuurlijke achtergrondstraling
48% medische toepassingen
o CT (52%)
o Andere radiologische onderzoeken (41%)
o Nucleair geneeskundige onderzoeken (7%)
Populatiedosis thv medische blootstelling
= aantal onderzoeken * dosis per onderzoek
Industriële toepassingen
Professionele blootstelling
, Ioniserende straling levend weefsel ionisaties
Kleine belangrijke ∆ eigen verschillende processen biologische schade
Noodzaak levende wezens beschermen
Ioniserend vermogen:
Onstabiele isotopen = radio-actieve isotopen
Belangrijke eigenschap van uitgezonden straling = ioniserend vermogen
Andere effecten:
o In stukken breken van moleculen
o Chemische reactie van brokstukken + gevormde ionen met andere
moleculen
Productie ioniserende straling:
Ontbinding van R.A. isotopen
Opgewekt in daartoe ontworpen toestellen
o X- of röntgenstralen buis (versnellen tot onstabiel)
o Versnellers
o Nucleaire reactoren
Soorten straling:
Corpusculaire = deeltjesstraling
o Geladen deeltjes:
Alfa deeltjes = helium kern (2p+, 2 n0, + E)
Protonen (+ kern deeltje)
Β- = hoogenergetische e-
=licht e- met veel E, wordt weggeslingert
Β+ = positron
=anti-elektron = zelfde massa maar + lading
Van zwaar naar lichter
o Niet geladen deeltjes: neutronen
Elektromagnetische golven: γ- en X-stralen
Eigenschappen α-straling:
4
2𝛼
Zwaar
Enkel elementen Z>82
Kleine penetratiediepte (weefsel < 50 µm)
Hoge lokale ionisatiedichteid
Kan niet door huid, wel via ademhaling/eten naar bloed
nestelt in bot + maakt schade
Niet/nauwelijks gebruikt in radiotherapie en nucleaire geneeskunde:
radioprotectieprobleem
α-emitters: metabolische botzoekers na ingestie leukemie/
osteocarcinoom
eigenschappen protonen:
, massa = 1
lading + 1
protonenbundels gegenereerd in cyclotron
externe bestralingsbundel voor radiotherapie
eigenschappen β- straling:
hoog energetische elektronen
elektronenbundels gegenereerd in lineaire versneller externe stralingsbron
bij radioactief verval van aantal radionucliden: neutron binnenin de kern
getransformeerd in proton
Merker in klinische biologie en de medische research
Penetratiediepte: afh van E, dus van radionuclide
Eigenschappen β+ straling:
Positronen
Anti-elektron
massa = massa elektron
+ geladen
Komen vrij uit kern als β+ deeltjes bij R.A. verval van aantal radionucleotide
β+ emitters gebruikt als merker voor Positron Emission Tomography (=PET)
in de nucleaire geneeskunde
in PET gebruik EM straling die ontstaat bij annihilatie van positron met
elektron
e- + e+ 2Y stralen, 180° uit elkaar (elk 512 keV)
mogelijke examenvraag:
o wat wordt gedetecteerd bij PET scan?
o wat wordt er geinjecteerd?
Eigenschappen neutronen:
snelle neutronen:
o worden geproduceerd aan een cyclotron
o de deuteronbundel 21𝐻 valt in op Be-trefplaat