Porter’s Five Forces analyseren de aantrekkelijkheid en winstgevendheid van een markt door
de krachten van toetreders, leveranciers, kopers, concurrenten en substituten te beoordelen.
1. Threat of new entrants (dreiging van nieuwe toetreders)
Geeft aan hoe makkelijk nieuwe bedrijven de markt kunnen betreden.
Belangrijke toetredingsbarrières:
● Economies of scale – grote spelers hebben kostenvoordelen
● Government policy – wetgeving, vergunningen
● Capital requirements – hoge investeringen nodig
● Proprietary products/technologies – patenten, knowhow, sterke merken
→ Hoe hoger de barrières, hoe lager de dreiging.
2. Bargaining power of suppliers (onderhandelingsmacht van leveranciers)
Geeft aan in hoeverre leveranciers prijzen of voorwaarden kunnen bepalen.
Bepalende factoren:
● Differentiation of inputs – unieke grondstoffen verhogen macht
● Supplier concentration – weinig leveranciers = meer macht
● Threat of forward integration – leveranciers kunnen zelf klant worden
● Switching costs – hoge overstapkosten = meer macht leveranciers
3. Competitive rivalry (concurrentiestrijd)
Geeft aan hoe intens de concurrentie binnen de markt is.
Wordt beïnvloed door:
● Market volumes & market shares – veel gelijkwaardige spelers
● Market sectors/product types – weinig differentiatie = meer strijd
● Market responses – prijsacties, promoties, innovatie
4. Bargaining power of buyers (onderhandelingsmacht van afnemers)
Geeft aan in hoeverre klanten invloed hebben op prijs en kwaliteit.
Belangrijke factoren:
● Price / total purchases – grote afnames = meer macht
● Buyer vs firm concentration – weinig kopers, veel aanbieders
● Ability to backward integrate – kopers kunnen zelf produceren
de krachten van toetreders, leveranciers, kopers, concurrenten en substituten te beoordelen.
1. Threat of new entrants (dreiging van nieuwe toetreders)
Geeft aan hoe makkelijk nieuwe bedrijven de markt kunnen betreden.
Belangrijke toetredingsbarrières:
● Economies of scale – grote spelers hebben kostenvoordelen
● Government policy – wetgeving, vergunningen
● Capital requirements – hoge investeringen nodig
● Proprietary products/technologies – patenten, knowhow, sterke merken
→ Hoe hoger de barrières, hoe lager de dreiging.
2. Bargaining power of suppliers (onderhandelingsmacht van leveranciers)
Geeft aan in hoeverre leveranciers prijzen of voorwaarden kunnen bepalen.
Bepalende factoren:
● Differentiation of inputs – unieke grondstoffen verhogen macht
● Supplier concentration – weinig leveranciers = meer macht
● Threat of forward integration – leveranciers kunnen zelf klant worden
● Switching costs – hoge overstapkosten = meer macht leveranciers
3. Competitive rivalry (concurrentiestrijd)
Geeft aan hoe intens de concurrentie binnen de markt is.
Wordt beïnvloed door:
● Market volumes & market shares – veel gelijkwaardige spelers
● Market sectors/product types – weinig differentiatie = meer strijd
● Market responses – prijsacties, promoties, innovatie
4. Bargaining power of buyers (onderhandelingsmacht van afnemers)
Geeft aan in hoeverre klanten invloed hebben op prijs en kwaliteit.
Belangrijke factoren:
● Price / total purchases – grote afnames = meer macht
● Buyer vs firm concentration – weinig kopers, veel aanbieders
● Ability to backward integrate – kopers kunnen zelf produceren