Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
Deel 1: Biomechanica
Hoofdstuk 1: krachten
Wat is biomechanica?
= het toepassen van de natuurkundige mechanica bij het bestuderen van bewegingen
van levende wezens (bio)
Waarom in ergotherapie
= begrijpen hoe lichaam beweegt en functioneert tijdens dagelijkse activiteiten
We zien bv welke bewegingen afwijken
Wat is een kracht
= elke oorzaak die beweging veroorzaakt
- Dynamische kracht = kracht die beweging veroorzaakt
- Statische kracht = kracht die vervorming veroorzaakt
Voorstelling kracht
Kracht = vectoriële grootheid
Kenmerken:
- Aangrijpingspunt: punt waarop kracht inwerkt
- Richting: werklijn waarlangs de kracht werkt (lijn)
- Zin: richting waarin kracht werkt (pijl)
- Grootte: hoe langer het lijntje -> hoe groter kracht
- Eenheid: newton N
- Op een massa van 1kg op aarde (zeeniveau) werkt een zwaartekracht van 9,81
newton in (afgerond 10N)
Soorten:
- Voortstuwende kracht: spieren, mee-wind, berg naar beneden
- Remmende kracht = wrijvingskrachten: wrijving van wegdek, tegenwind,
remmen van fiets
➔ Wrijving tussen voorwerp en omgeving
➔ Tegengesteld aan bewegingsrichting
- Veerkracht (FV): kracht waarmee een spiraalveer aan een voorwerp trekt (of
duwt)
- Zwaartekracht (FZ): kracht waarmee de aarde (of planeet) aan voorwerp trekt
1
,Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
Kracht berekenen
met stelling van pythagoras -> F² = Fx² +Fy²
➔ hoe hoog gaat de vlieger
= 41² = 40² + x²
= 1681 – 1600 = vierkantswortel 81 = 9 + 1?5= 10,5m
Hoofdstuk 2: krachten optellen
Krachten hebben dezelfde zin = krachten
optellen
Krachten optellen -> resulterende kracht =
resultante
Krachten hebben tegengestelde zin = krachten aftrekken
zin gaat altijd naar de grootste
= evenwijdige krachten
2
,Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
1 Grafisch optellen van vectoren
a) niet evenwijdige vectoren
= kop-staart methode
➔ laat 1 vector staan
verschuif beginpunt van 2e vector naar eindpunt 1e
vector - blijf parallel aan oorspronkelijke 2e vector
verschuif beginpunt van 3e vector naar eindpunt 2e
vector ‘ - blijf parallel aan oorspronkelijke 3e vector
teken RESULTANTE = van beginpunt van 1e vector naar
eindpunt laatst verschoven vector
benaming met ‘
b) evenwijdige gelijkgezinde factoren
methode 1
3
, Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
Methode 2
Controleer aan de hand van kenmerken:
- aangrijpingspunt = ligt tussen 2 vectoren + dichtst bij grootste vector
- zin = dezelfde als die van beide vectoren
- grootte = som van 2 vectoren
c) evenwijdige tegengestelde vectoren
zelfde methodes
kenmerken:
- aangrijpingspunt = buiten 2 vectoren + langs zijde van grootste vector
- zin = die van grootste vector
- grootte = verschil van 2 krachten
4
Bewegingsleer
Deel 1: Biomechanica
Hoofdstuk 1: krachten
Wat is biomechanica?
= het toepassen van de natuurkundige mechanica bij het bestuderen van bewegingen
van levende wezens (bio)
Waarom in ergotherapie
= begrijpen hoe lichaam beweegt en functioneert tijdens dagelijkse activiteiten
We zien bv welke bewegingen afwijken
Wat is een kracht
= elke oorzaak die beweging veroorzaakt
- Dynamische kracht = kracht die beweging veroorzaakt
- Statische kracht = kracht die vervorming veroorzaakt
Voorstelling kracht
Kracht = vectoriële grootheid
Kenmerken:
- Aangrijpingspunt: punt waarop kracht inwerkt
- Richting: werklijn waarlangs de kracht werkt (lijn)
- Zin: richting waarin kracht werkt (pijl)
- Grootte: hoe langer het lijntje -> hoe groter kracht
- Eenheid: newton N
- Op een massa van 1kg op aarde (zeeniveau) werkt een zwaartekracht van 9,81
newton in (afgerond 10N)
Soorten:
- Voortstuwende kracht: spieren, mee-wind, berg naar beneden
- Remmende kracht = wrijvingskrachten: wrijving van wegdek, tegenwind,
remmen van fiets
➔ Wrijving tussen voorwerp en omgeving
➔ Tegengesteld aan bewegingsrichting
- Veerkracht (FV): kracht waarmee een spiraalveer aan een voorwerp trekt (of
duwt)
- Zwaartekracht (FZ): kracht waarmee de aarde (of planeet) aan voorwerp trekt
1
,Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
Kracht berekenen
met stelling van pythagoras -> F² = Fx² +Fy²
➔ hoe hoog gaat de vlieger
= 41² = 40² + x²
= 1681 – 1600 = vierkantswortel 81 = 9 + 1?5= 10,5m
Hoofdstuk 2: krachten optellen
Krachten hebben dezelfde zin = krachten
optellen
Krachten optellen -> resulterende kracht =
resultante
Krachten hebben tegengestelde zin = krachten aftrekken
zin gaat altijd naar de grootste
= evenwijdige krachten
2
,Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
1 Grafisch optellen van vectoren
a) niet evenwijdige vectoren
= kop-staart methode
➔ laat 1 vector staan
verschuif beginpunt van 2e vector naar eindpunt 1e
vector - blijf parallel aan oorspronkelijke 2e vector
verschuif beginpunt van 3e vector naar eindpunt 2e
vector ‘ - blijf parallel aan oorspronkelijke 3e vector
teken RESULTANTE = van beginpunt van 1e vector naar
eindpunt laatst verschoven vector
benaming met ‘
b) evenwijdige gelijkgezinde factoren
methode 1
3
, Biomedische basiskennis
Bewegingsleer
Methode 2
Controleer aan de hand van kenmerken:
- aangrijpingspunt = ligt tussen 2 vectoren + dichtst bij grootste vector
- zin = dezelfde als die van beide vectoren
- grootte = som van 2 vectoren
c) evenwijdige tegengestelde vectoren
zelfde methodes
kenmerken:
- aangrijpingspunt = buiten 2 vectoren + langs zijde van grootste vector
- zin = die van grootste vector
- grootte = verschil van 2 krachten
4