Deel I: Basisbeginselen
Grondwet
Boven de gewone wetten. De regeling hoe de staatsmachten
georganiseerd zijn en werken.
Algemene regels van grondrechten (soms precies, soms abstract en
vaag)
Momentopnames (reactie op gebeurtenissen)
Formeel: vormt een iets meer plechtige tekst en focust op het
bijzonder gezag van grondwettelijke regels. Bepalingen die in de GW
zelf terug te vinden zijn.
Materieel: nadruk op de inhoud en het belang van de regels. Gaat
verder dan de GW.
Levend (rechtspraak)
Ontstaan van de Belgische Grondwet
1815–1830: België was deel van Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
onder absolute beleid van Willem I. In het zuiden groeide het verzet door:
Katholieke ontevredenheid
Franstalige weerstand tegen vernieuwingen
Politieke en economische spanningen.
Katholieken en Franstalige liberalen vormden samen een
monsterverbond.
Belgische Revolutie 1830: Na de opera La muette de Portici brak een
opstand uit in Brussel. De gevechten leidden tot de vorming van een
Voorlopig Bewind, dat op 4 oktober 1830 de Belgische onafhankelijkheid
uitriep.
Grondwet van 1831: Het Nationaal Congres stelde een
grondwetcommissie aan. De Belgische Grondwet werd op 7 februari
1831 aangenomen.
De nieuwe grondwet zorgde voor: Beperkte uitvoerende mach, sterk
parlement, onafhankelijke rechterlijke macht, bescherming van
grondrechten
Een strenge herzieningsprocedure
3 fasen Titel VIII Gw.--> geen herzieningsprocedure bij art 197 en 196 GW
1) Preconstituante
De wetgevende macht beslist welke artikelen voor herziening
vatbaar zijn.
, In 2 gevallen is het opnemen van inhoudelijke voorstellen tot
wijziging van een grondwetsbepaling mogelijk: wanneer de
wetgevende macht van oordeel is dat een artikel moet worden
geschrapt of wanneer hij van oordeel is dat een bepaald artikel moet
worden toegevoegd.
Koning, Kamer en Senaat leggen hun eigen verklaringen naast
elkaar en enkel de bepalingen die in alle 3 identiek voorkomen, zijn
voor herziening vatbaar.
2) Organiseren van verkiezingen
Binnen de 40 dagen verkiezingen om machtsmisbruik te voorkomen.
Wetgevende kamers worden ontbonden, mensen verliezen hun
mandaat en er komen verkiezingen.
3) Constituante (nieuw samengestelde wetgevende macht): senaat,
kamer, koning
Bijzondere meerderheid (2/3) nodig voor grondwetherziening. De
leden zijn gebonden aan de herzieningsverklaring, maar in de
praktijk bestaan er omzeilingsmogelijkheden (interpretatie).
Constituante is niet verplicht om een grondwetswijziging door te
voeren.
Standstill-verplichting: Als men art. 23 wil herschrijven, kan dat niet
wanneer de herzieningsverklaring enkel toelaat om een lid toe te voegen.
Herschrijven of schrappen mag niet. Als men dat toch wil doen moet er
een nieuwe herzieningsverklaring worden aangenomen gevolgd door
verkiezingen. Bescherming van rechten mogen niet worden verlaagd tenzij
er een legitieme reden is.
Met omeizilingsmogelijkheden
Impliciete grondwetswijziging: via ander artikel een wijziging vb.
Art 30 GW art 129
Overgangsbepaling: vlinderakkoord: tijdens de 6e
staatshervorming werd aan art. 195 GW een overdrachtsbepaling
toegevoegd om ook niet-herzienbare artikelen te kunnen wijzigen.
Deconstitutionalisering: regels uit de Grondwet halen en in
bijzondere wetten plaatsen (BWHI), zodat de 3 stappen van
herziening niet nodig zijn.
Coördinatie= structuur herschikken van Grondwet zonder
procedure in art 195 GW te volgen, enkel in overeenstemming met
de koning. (art 198 GW)
Grondwet
Boven de gewone wetten. De regeling hoe de staatsmachten
georganiseerd zijn en werken.
Algemene regels van grondrechten (soms precies, soms abstract en
vaag)
Momentopnames (reactie op gebeurtenissen)
Formeel: vormt een iets meer plechtige tekst en focust op het
bijzonder gezag van grondwettelijke regels. Bepalingen die in de GW
zelf terug te vinden zijn.
Materieel: nadruk op de inhoud en het belang van de regels. Gaat
verder dan de GW.
Levend (rechtspraak)
Ontstaan van de Belgische Grondwet
1815–1830: België was deel van Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
onder absolute beleid van Willem I. In het zuiden groeide het verzet door:
Katholieke ontevredenheid
Franstalige weerstand tegen vernieuwingen
Politieke en economische spanningen.
Katholieken en Franstalige liberalen vormden samen een
monsterverbond.
Belgische Revolutie 1830: Na de opera La muette de Portici brak een
opstand uit in Brussel. De gevechten leidden tot de vorming van een
Voorlopig Bewind, dat op 4 oktober 1830 de Belgische onafhankelijkheid
uitriep.
Grondwet van 1831: Het Nationaal Congres stelde een
grondwetcommissie aan. De Belgische Grondwet werd op 7 februari
1831 aangenomen.
De nieuwe grondwet zorgde voor: Beperkte uitvoerende mach, sterk
parlement, onafhankelijke rechterlijke macht, bescherming van
grondrechten
Een strenge herzieningsprocedure
3 fasen Titel VIII Gw.--> geen herzieningsprocedure bij art 197 en 196 GW
1) Preconstituante
De wetgevende macht beslist welke artikelen voor herziening
vatbaar zijn.
, In 2 gevallen is het opnemen van inhoudelijke voorstellen tot
wijziging van een grondwetsbepaling mogelijk: wanneer de
wetgevende macht van oordeel is dat een artikel moet worden
geschrapt of wanneer hij van oordeel is dat een bepaald artikel moet
worden toegevoegd.
Koning, Kamer en Senaat leggen hun eigen verklaringen naast
elkaar en enkel de bepalingen die in alle 3 identiek voorkomen, zijn
voor herziening vatbaar.
2) Organiseren van verkiezingen
Binnen de 40 dagen verkiezingen om machtsmisbruik te voorkomen.
Wetgevende kamers worden ontbonden, mensen verliezen hun
mandaat en er komen verkiezingen.
3) Constituante (nieuw samengestelde wetgevende macht): senaat,
kamer, koning
Bijzondere meerderheid (2/3) nodig voor grondwetherziening. De
leden zijn gebonden aan de herzieningsverklaring, maar in de
praktijk bestaan er omzeilingsmogelijkheden (interpretatie).
Constituante is niet verplicht om een grondwetswijziging door te
voeren.
Standstill-verplichting: Als men art. 23 wil herschrijven, kan dat niet
wanneer de herzieningsverklaring enkel toelaat om een lid toe te voegen.
Herschrijven of schrappen mag niet. Als men dat toch wil doen moet er
een nieuwe herzieningsverklaring worden aangenomen gevolgd door
verkiezingen. Bescherming van rechten mogen niet worden verlaagd tenzij
er een legitieme reden is.
Met omeizilingsmogelijkheden
Impliciete grondwetswijziging: via ander artikel een wijziging vb.
Art 30 GW art 129
Overgangsbepaling: vlinderakkoord: tijdens de 6e
staatshervorming werd aan art. 195 GW een overdrachtsbepaling
toegevoegd om ook niet-herzienbare artikelen te kunnen wijzigen.
Deconstitutionalisering: regels uit de Grondwet halen en in
bijzondere wetten plaatsen (BWHI), zodat de 3 stappen van
herziening niet nodig zijn.
Coördinatie= structuur herschikken van Grondwet zonder
procedure in art 195 GW te volgen, enkel in overeenstemming met
de koning. (art 198 GW)