Verpleegkundige Methodiek & vaardigheden DEEL 3
HOOFDSTUK 2: ZV met Diabetes Mellitus
= chronische aandoening (suikerziekte) waarbij het lichaam de
bloedsuikerspiegel niet goed kan regelen. centrale factor = insuline werkt
als sleutel om de glucose in lichaamscellen te krijgen -> daling
bloedsuikerspiegel
1.1 Diabetes type 1
= auto-immuunreactie waarbij de b-cellen in de
pancreas(insulineproductie) worden afgebroken. abnormale
glucosetolerantie -> tekort insuline
- Oorzaak niet duidelijk maar: jonge leeftijd, kinderen,
jongvolwassenen, erfelijkheid & omgevingsfactoren spelen rol
- 10% vd zv met diabetes
1.2 Diabetes type 2
= wel productie van insuline maar aanwezige insuline kan celdeur niet
langer openen (insulineresistentie gevold door insulinegebrek)
- Oorzaak ivm risicofactoren: erfelijkheid, leeftijd, ongezonde
levensstijl, zwaarlijvigheid. -> belangrijk punt preventie!!
- 90-95% vd zv met diabetes
1.3 Zwangerschapsdiabetes
= tweede helft zwangerschap & verdwijnt meestal na bevalling maar sterk
risico op type 2
1.4 Prediabetes
= goede voorspeller voor ontw type 2
- Glycemiewaarden hoger dan normaal -> aanpassing levensstijl ter
preventie
2. Diagnose en opvolging
2.1 belangrijke symptomen
Veelvuldig plassen (polyurie)
Uitdrogen -> hoog dorstgevoel (polydipsie)
Vermoeidheid, verhoogde eetlust & vermageren
Hoge glycemie
=> bij type 1 vaak uitgesproken sympt -> snelle herkenning bij type 2 niet
, 2.2 Bloedglucosemetingen
2.2.2 Glycemiebepaling op veneus bloed:
o Fasting plasma glucose (FPG): 8 uur niet gegeten
o Glucose challenge test (GCT): zwangervrouw 24-28 week, niet
nuchter
-> indien glycemie >130mg/dl -> orale tolerantietest
o Orale glucose tolerantie test: na drinken 75gr suiker
o De willekeurige plasma glucose test: waarde >200mg/dl =
diabetes
o Hba1c: via veneuze bloedafname, geglycolyseerd eiwit, beeld
lang termijn
2.2.3 Glycemiebepaling op capillair bloed:
Plaatsbepaling: zijkant vinger, oorlel, hiel kind 6weken) NIET:
duim/wijsvinger/oedeem
Wanneer meten?:
- Voor maaltijd/slapen
- ZV niet goed voelt
- Nuchter voor onderzoek: ochtend, hercontrole, na onderzoek
- Na hypo- of hyperglycemie
- Zwangere insulineafh diabetes
- Op het punt stellen van diabtes
Benodigdheden: glucometer, steriele prikker, teststrook, naaldcontainer,
niet steriele-deppers, afvalrecipiënt
2.2.4 sensor
è Continue glucose monitoring (CGM) glucosewaarde in interstitieel
vocht (niet bloed)
4. Preventie van diabetes
Type 1: moeilijk want geen duidelijke oorzaak
Type 2: voldoende bewegen, gezond/gevarieerd eetpatroon, stoppen
met roken & gezond gewicht.
5. Acute verwikkelingen
5.1 Hypoglycemie: <70mg/dl (dreigend hypoglycemisch coma)
Wat?: Te weinig glucose ih bloed -> hypoglycemisch coma gevolg ervan
Symptomen:
HOOFDSTUK 2: ZV met Diabetes Mellitus
= chronische aandoening (suikerziekte) waarbij het lichaam de
bloedsuikerspiegel niet goed kan regelen. centrale factor = insuline werkt
als sleutel om de glucose in lichaamscellen te krijgen -> daling
bloedsuikerspiegel
1.1 Diabetes type 1
= auto-immuunreactie waarbij de b-cellen in de
pancreas(insulineproductie) worden afgebroken. abnormale
glucosetolerantie -> tekort insuline
- Oorzaak niet duidelijk maar: jonge leeftijd, kinderen,
jongvolwassenen, erfelijkheid & omgevingsfactoren spelen rol
- 10% vd zv met diabetes
1.2 Diabetes type 2
= wel productie van insuline maar aanwezige insuline kan celdeur niet
langer openen (insulineresistentie gevold door insulinegebrek)
- Oorzaak ivm risicofactoren: erfelijkheid, leeftijd, ongezonde
levensstijl, zwaarlijvigheid. -> belangrijk punt preventie!!
- 90-95% vd zv met diabetes
1.3 Zwangerschapsdiabetes
= tweede helft zwangerschap & verdwijnt meestal na bevalling maar sterk
risico op type 2
1.4 Prediabetes
= goede voorspeller voor ontw type 2
- Glycemiewaarden hoger dan normaal -> aanpassing levensstijl ter
preventie
2. Diagnose en opvolging
2.1 belangrijke symptomen
Veelvuldig plassen (polyurie)
Uitdrogen -> hoog dorstgevoel (polydipsie)
Vermoeidheid, verhoogde eetlust & vermageren
Hoge glycemie
=> bij type 1 vaak uitgesproken sympt -> snelle herkenning bij type 2 niet
, 2.2 Bloedglucosemetingen
2.2.2 Glycemiebepaling op veneus bloed:
o Fasting plasma glucose (FPG): 8 uur niet gegeten
o Glucose challenge test (GCT): zwangervrouw 24-28 week, niet
nuchter
-> indien glycemie >130mg/dl -> orale tolerantietest
o Orale glucose tolerantie test: na drinken 75gr suiker
o De willekeurige plasma glucose test: waarde >200mg/dl =
diabetes
o Hba1c: via veneuze bloedafname, geglycolyseerd eiwit, beeld
lang termijn
2.2.3 Glycemiebepaling op capillair bloed:
Plaatsbepaling: zijkant vinger, oorlel, hiel kind 6weken) NIET:
duim/wijsvinger/oedeem
Wanneer meten?:
- Voor maaltijd/slapen
- ZV niet goed voelt
- Nuchter voor onderzoek: ochtend, hercontrole, na onderzoek
- Na hypo- of hyperglycemie
- Zwangere insulineafh diabetes
- Op het punt stellen van diabtes
Benodigdheden: glucometer, steriele prikker, teststrook, naaldcontainer,
niet steriele-deppers, afvalrecipiënt
2.2.4 sensor
è Continue glucose monitoring (CGM) glucosewaarde in interstitieel
vocht (niet bloed)
4. Preventie van diabetes
Type 1: moeilijk want geen duidelijke oorzaak
Type 2: voldoende bewegen, gezond/gevarieerd eetpatroon, stoppen
met roken & gezond gewicht.
5. Acute verwikkelingen
5.1 Hypoglycemie: <70mg/dl (dreigend hypoglycemisch coma)
Wat?: Te weinig glucose ih bloed -> hypoglycemisch coma gevolg ervan
Symptomen: