Bouw en werking van de huid exclusief adnexen
De huid is het grootse orgaan van het menselijk lichaam. De huid bestaat uit 3
lagen:
1. Epidermis (opperhuid, buitenste laag) (afkomstig van ectoderm)
2. Dermis (cutis, middelste laag)
3. Subcutis (onderhuidse vetweefsel, binnenste laag)
Opbouw epidermis
De epidermis bestaat voornamelijk uit keratinocyten (hoorncellen), dit
zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor de productie van keratine (eiwit
dat de huid sterk maakt en schermt tegen schade en uitdroging. De
epidermis heeft geen vascularisatie (geen bloedvaten aanwezig) en
bestaat uit meerlagig plaveiselcelepitheel. De keratinocyten schuiven
geleidelijk omhoog. De epidermis is opgebouwd uit 5 lagen van binnen
naar buiten:
1. Stratum Basale: de binnenste laag, hier worden keratinocytcellen
gemaakt (gekopieerd) en vind de celdeling plaats (30% doet mee).
Bestaat uit eenlagig cilindrische keratinocyten. In het cytoplasma
van de cellen in de stratum basale zijn tonofilamenten aanwezig
(deels gebundeld in tonofibrillen). De tonofibrillen zitten voor een
deel vast aan desmosomen en hemidesmosomen.
Hemidesmosomen zijn ook verbindingsstructuren, alleen deze
verbinden de cellen niet met andere cellen maar met de basale
keratinocyten en de basaalmembraan. Hierdoor is de epidermis
stevig verbonden aan de basaalmembraan en de dermis.
2. Stratum Spinosum: de keratinocyten maken keratine
(proteïnevezels) aan en krijgen een stekelvorm. De cellen zijn
onderling verbonden met desmosomen. Door de desmosomen
hebben de cellen een ‘stekelig’ aspect.
3. Stratum Granulosum: 2-3 lagen van afgeplatte cellen. De
keratinisatie begint hier, de cellen maken harde korrels
(keratohyaliene granulae) deze zijn in het cytoplasma aanwezig.
Deze korrels bewegen naar boven en veranderen in keratine en
opperhuidlipiden. En zorgen voor het ontstaan van filaggrine
(belangrijk voor het stratum corneum).
4. Stratum Lucidum: de cellen zitten dicht op elkaar, zijn plat en niet
van elkaar te onderscheiden. (Te vinden in handpalmen en
voetzolen)
, 5. Stratum Corneum: de buitenste laag, met 10 tot 20 lagen van
platte dode cellen (soms meer lagen, afhankelijk van plek op het
lichaam). Deze zijn dood omdat deze het verst liggen van de bron
van voedingsstoffen en zuurstof. Deze dode cellen (corneocyten)
bevatten geen kernen en celorganellen en zijn net dakpannetjes, dit
helpt bij het lastig binnenlaten van lichaamsvreemde deeltjes en
ziekteverwekkers. Ook heeft deze laag als belangrijke functie een
barrière vormen tegen vochtverlies. De cellen bevatten wel veel
bundels keratine, filaggrine en natural moisturizing factors. De
corneocyten zijn met elkaar verbonden door desmosomen
(corneodesmosomen). Ook zitten in de stratum corneum poriën van
zweetklieren en openingen van talgklieren.
De corneocyten worden regelmatig afgestoten, dit proces heet
desquamatie (afschilfering). Het proces van celdeling in de basale
laag tot afschilfering duurt ongeveer 28 tot 30 dagen. De huid wordt
dus elke vier weken vernieuwd.
De huid is het grootse orgaan van het menselijk lichaam. De huid bestaat uit 3
lagen:
1. Epidermis (opperhuid, buitenste laag) (afkomstig van ectoderm)
2. Dermis (cutis, middelste laag)
3. Subcutis (onderhuidse vetweefsel, binnenste laag)
Opbouw epidermis
De epidermis bestaat voornamelijk uit keratinocyten (hoorncellen), dit
zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor de productie van keratine (eiwit
dat de huid sterk maakt en schermt tegen schade en uitdroging. De
epidermis heeft geen vascularisatie (geen bloedvaten aanwezig) en
bestaat uit meerlagig plaveiselcelepitheel. De keratinocyten schuiven
geleidelijk omhoog. De epidermis is opgebouwd uit 5 lagen van binnen
naar buiten:
1. Stratum Basale: de binnenste laag, hier worden keratinocytcellen
gemaakt (gekopieerd) en vind de celdeling plaats (30% doet mee).
Bestaat uit eenlagig cilindrische keratinocyten. In het cytoplasma
van de cellen in de stratum basale zijn tonofilamenten aanwezig
(deels gebundeld in tonofibrillen). De tonofibrillen zitten voor een
deel vast aan desmosomen en hemidesmosomen.
Hemidesmosomen zijn ook verbindingsstructuren, alleen deze
verbinden de cellen niet met andere cellen maar met de basale
keratinocyten en de basaalmembraan. Hierdoor is de epidermis
stevig verbonden aan de basaalmembraan en de dermis.
2. Stratum Spinosum: de keratinocyten maken keratine
(proteïnevezels) aan en krijgen een stekelvorm. De cellen zijn
onderling verbonden met desmosomen. Door de desmosomen
hebben de cellen een ‘stekelig’ aspect.
3. Stratum Granulosum: 2-3 lagen van afgeplatte cellen. De
keratinisatie begint hier, de cellen maken harde korrels
(keratohyaliene granulae) deze zijn in het cytoplasma aanwezig.
Deze korrels bewegen naar boven en veranderen in keratine en
opperhuidlipiden. En zorgen voor het ontstaan van filaggrine
(belangrijk voor het stratum corneum).
4. Stratum Lucidum: de cellen zitten dicht op elkaar, zijn plat en niet
van elkaar te onderscheiden. (Te vinden in handpalmen en
voetzolen)
, 5. Stratum Corneum: de buitenste laag, met 10 tot 20 lagen van
platte dode cellen (soms meer lagen, afhankelijk van plek op het
lichaam). Deze zijn dood omdat deze het verst liggen van de bron
van voedingsstoffen en zuurstof. Deze dode cellen (corneocyten)
bevatten geen kernen en celorganellen en zijn net dakpannetjes, dit
helpt bij het lastig binnenlaten van lichaamsvreemde deeltjes en
ziekteverwekkers. Ook heeft deze laag als belangrijke functie een
barrière vormen tegen vochtverlies. De cellen bevatten wel veel
bundels keratine, filaggrine en natural moisturizing factors. De
corneocyten zijn met elkaar verbonden door desmosomen
(corneodesmosomen). Ook zitten in de stratum corneum poriën van
zweetklieren en openingen van talgklieren.
De corneocyten worden regelmatig afgestoten, dit proces heet
desquamatie (afschilfering). Het proces van celdeling in de basale
laag tot afschilfering duurt ongeveer 28 tot 30 dagen. De huid wordt
dus elke vier weken vernieuwd.