H1. FUNDAMENTEN EN STRUCTUUR VAN HET INTERNATIONALE RECHT
1.1. INTRODUCTIE
Kenmerken van het volkenrecht/ internationaal publiekrecht:
▪ als het rechtssysteem dat de onderlinge relaties regelt tussen soevereine staten en hun
rechten en plichten ten opzichte van elkaar, maar daar komen nog een heleboel andere
actoren bij, met name internationale organisaties en individuen die ook rechten en/of
plichten hebben op grond van het internationaal recht.
▪ Geen wetgevende of uitvoerende macht
▪ Rechtscolleges, maar geen super gevestigd systeem, maar als een gedecentraliseerd
juridisch systeem waar het vooral aan het rechtssubject de taak is om te interpreteren,
recht te creëren en af te dwingen
▪ Een weerspiegeling van de maatschappij waarop het van toepassing is
▪ Verbinden staten, individuen en ondernemingen + zijn een bron van globalisering en
globale ontwikkeling
1.2. AMBITIE VH INTERNATIONAAL RECHT
Stabiliteit creëren door samenwerking:
• Europese rechtsorde (Vrede van Westfalen, 1648)
• Post WOI:
▪ League of Nations, 1919
o Taak: handhaven van wereldvrede
• Verbieden geen oorlog, MAAR verplichtte staten om potentieel
destabiliserende geschillen in te dienen één van de vele
verrekeningsmechanismen
• Niet overgaan tot het voeren van oorlog tot na een beslissing van het
verrekeningsmechanisme
▪ Treaty of Paris (Kellogg-Briand pact, 1928):
o Eerste poging tot het verbieden van oorlog
▪ Oprichting Permanent Court of the International Justice (PCIJ) -> ICJ
• Post WOII: D2: art.1(2) & 2(1)
• De Tweede Wereldoorlog leidde tot belangrijke ontwikkelingen in het
internationaal recht, zoals de berechting van nazi-functionarissen in
Neurenberg.
1
, • De Volkenbond (League of Nations) werd vervangen door de Verenigde Naties
(VN), die verantwoordelijk werd voor het handhaven van internationale vrede en
veiligheid.
• De VN is gebaseerd op Westfaalse principes zoals:
o Respect voor gelijke rechten.
o Zelfbeschikking van volkeren.
o Soevereine gelijkheid van alle lidstaten. (D2 Art 2(1))
• Het VN-Handvest verbood het gebruik van geweld en gaf de VN-Veiligheidsraad
de bevoegdheid om internationale vrede te handhaven en indien nodig geweld te
autoriseren.
• De Koude Oorlog belemmerde de VN, waardoor de Veiligheidsraad grotendeels
inactief bleef tot na de val van het communisme.
VN-instituties en internationale samenwerking
• In 1991 toonde de VN haar effectiviteit door de verdrijving van Irak uit Koeweit. D10
• De Algemene Vergadering biedt alle lidstaten een platform om meningen en zorgen te
uiten, ondanks haar adviserende rol.
• De Vergadering speelde een belangrijke rol in:
o Het dekolonisatieproces, met een historische verklaring in 1960 over
onafhankelijkheid voor koloniën.
o De ontwikkeling van internationaal recht, onder andere door de oprichting van de
International Law Commission (ILC) in 1946.
• De VN fungeert als overkoepelende organisatie voor belangrijke internationale
instellingen:
o Bretton Woods-conferentie (1944): oprichting van het Internationaal Monetair
Fonds (IMF), de Wereldbank en het Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en
Handel (GATT).
o IMF: Stabiliseert wisselkoersen en ondersteunt landen met
betalingsbalansproblemen.
o Wereldbank: Verstrekt leningen aan ontwikkelingslanden.
o GATT (in 1995 vervangen door de WTO): Verminderde handelsbarrières en
bevorderde vrijhandel.
• De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd in 1948 opgericht om
volksgezondheidsrisico’s te monitoren en noodsituaties te coördineren.
2
,Regionale samenwerking en organisaties
• Staten richten internationale organisaties op om gezamenlijke doelen te realiseren, met
lidmaatschap afhankelijk van doel en regio.
• NAVO (1949):
o Werd opgericht om de dreiging van de Sovjet-Unie tegen te gaan.
o Lidstaten beloven wederzijdse verdediging bij een aanval van een externe actor.
• Europese samenwerking:
o Europese Gemeenschap (1951): Begon als de Europese Kolen- en
Staalgemeenschap.
o Verdrag van Rome (1957): Creëerde de Europese Economische Gemeenschap
(EEG) en een gemeenschappelijke markt.
o Maastrichtverdrag (1992): Richtte de EU op, verder verdiept door het Verdrag
van Amsterdam (1999).
o Uitbreiding in 2004: EU groeide naar 25 lidstaten (nu 28).
o Belangrijke EU-instellingen: Europese Raad, Europees Parlement, Europese
Commissie en Hof van Justitie van de EU (CJEU).
• Raad van Europa (1949):
o Gericht op intergouvernementele en interparlementaire samenwerking.
o Opgericht Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.
• Andere regionale organisaties:
o Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS, 1948): Stimuleert samenwerking en
verdedigt soevereiniteit in Amerika.
o Afrikaanse Unie (AU, 2001): Voortgekomen uit de Organisatie van Afrikaanse
Eenheid (1963), met 55 lidstaten en instellingen zoals een Parlement en Hof van
Justitie.
1.3. DE STRUCTUUR VAN INTERNATIONAAL RECHT
EEN SAMENLEVING VAN SOEVEREINE NATIESTATEN
• Sinds de Vrede van Westfalen (1648) staat de soevereine staat centraal in het
internationale systeem.
• De internationale samenleving bestaat primair uit individuele nationale staten.
3
, • Het concept van soevereiniteit helpt bij het begrijpen van het primaire doel van
internationaal recht.
• Internationaal recht moet worden gezien als een aanvulling op nationaal recht, om
juridische regels en principes te bieden die in nationale systemen ontbreken.
• Nationaal recht is niet geschikt om conflicten tussen meerdere soevereine staten op te
lossen.
• Wanneer een kwestie meerdere staten raakt, biedt het internationaal recht het
juridische antwoord.
• Internationaal recht is een restrechtelijk systeem, dat alleen relevant wordt wanneer een
probleem grensoverschrijdend is.
• Reikwijdte van internationaal recht wordt bepaald door de ontoereikendheid van
nationaal recht.
• Internationaal recht biedt antwoorden op vragen die nationaal recht niet kan
beantwoorden.
• Twee manieren waarop een kwestie internationaal relevant wordt:
1. Botsende belangen tussen staten → door verschillende belangen van soevereine
staten wordt een kwestie internationaal.
2. Verdragsovereenkomst → staten besluiten gezamenlijk een kwestie als
internationaal te behandelen, ook als die normaal nationaal zou blijven.
• Op basis hiervan kent internationaal recht twee materiële structuren:
o Internationaal recht van co-existentie → regelt conflicten tussen staten met
botsende belangen.
o Internationaal recht van samenwerking → regelt afspraken tussen staten via
verdragen.
4