PENITENTIAIR RECHT
Week 1 (p.3): strafdoelen en strafrechtstheorieën; hoofdlijnen van het strafrechtelijk sanctiestelsel,
straffen en maatregelen (tweesporenstelsel), straftheorieën; retributieve theorie, utilistische theorie;
generale en speciale preventie, verenigingstheorie (heersende leer), absolute vergeldingstheorie en
relatieve- of doeltheorie, straf naar de mate van schuld; Jonkers, Bleichrodt en Vegter, Van Kempen,
opdrachten papers, WODC rapport over korte detenties.
Week 2 (p.13): straftoemeting en straftoemetingsvrijheid van de rechter; strafverminderende- en
vermeerderende factoren, beperking vrijheid, niet-wettelijke factoren, strafdoelen, oriëntatiepunten,
taakstrafverbod, argumenten tegen taakstrafverbod, artikel Noyon over taakstrafverbod, artikel Van
Kempen over consistentie en voorzienbaarheid/wettelijk kader (legaliteit, proportionaliteit, straf naar
mate van schuld, gelijkheidsbeginsel), eisen aan motivering straf, wetsvoorstel motivering, artikel
Meijer over bijzondere motiveringsplicht, inhoudelijk rapportage boek 4 Modernisering.
Week 3 (p. 25): sanctiebeleid, promoveren en degraderen in detentie, verlof en detentiefasering;
vrijheidsbenemende straffen, beginselen van tenuitvoerlegging (resocialisatiebeginsel, beginsel van
minimale beperkingen, beginsel van voortvarendheid), legitimatie van resocialisatie, aanvang,
zelfmelder, arrestant, detentie- en re-integratieplan, visie recht doen kansen bieden, kritiek op de
responsabiliseringsgedachte in detentierecht, drie uitgangspunten visie (straf is straf, gedrag telt,
werken aan een veilige terugkeer), toetsingskader promoveren en degraderen, basisprogramma,
plusprogramma, beslissingsschema, hoofdlijnen promoveren en degraderen, wet straffen en
beschermen, verlof, criteria voor het verlenen van re-integratieverlof, algemene weigeringsgronden,
uitgesloten van verlof, kortdurend re-integratieverlof anders dan voor het onderhouden van een
sociaal netwerk, kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk,
langdurend re-integratieverlof, re-integratieverlof voor extramurale arbeid, bevoegdheidsverdeling
directeur – selectiefunctionaris, incidenteel verlof, strafonderbreking, detentiefasering,
Week 4 (p. 39): voorwaardelijke invrijheidstelling; penitentiair programma, nieuwe regeling, v.i.,
oude regeling, overgangsrecht, nieuwe regeling, termijn v.i., verlening v.i. bij afzonderlijke beslissing
OM, criteria verlenen v.i., kennisgeving beslissing, uitstel v.i. niet-verlenen v.i., herroepen,
voorwaarden, bezwaar, proeftijd, verlenging proeftijd, de praktijk van de v.i. in relatie tot speciale
preventie en re-integratie, doelen wetsvoorstel, ad 1 bijdragen aan voorbereiding op terugkeer in de
samenleving, ad 2 v.i. moet recht doen aan het karakter van de vrijheidsstraf, ad 3 de
geloofwaardigheid van het strafrechtelijk stelsel, knelpunten bij de overname van strafvonnissen mbt
v.i., artikel Ouwerkerk.
Week 5 (p. 47): voortgezet crimineel handelen in detentie; veiligheid in detentie,
verantwoordelijkheid, algemene maatregelen in het kader van de veiligheid,
drugsontmoedigingsbeleid en urinecontroles, beveiligingsniveaus, disciplinaire straffen,
ordemaatregelen, strafbaarstelling bepaalde gedragingen (binnenbrengen voorwerpen), nieuwe
technologieën, afdeling intensief toezicht (AIT), wijzigingen wet en regelgeving, ad 1 gronden
plaatsing EBI, ad 2 verlenging toetsmoment verblijf EBI, ad 3 wijziging model huisregels EBI, ad 4
vervallen uitgangspunt regionale plaatsing GVM, RSJ advies wijziging Pbw tegen georganiseerde
criminaliteit tijdens detentie, wijziging Pbw, voorgestelde wijzigingen, ad 1 bevelsbevoegdheid
minister, ad 2 visueel toezicht op contact, ad 3 beperking rechtsbijstandverleners tot twee, AIT, kritiek
voorstel wijziging RSPOG ivm AIT,
,Week 6 (p. 57): beklag en beroep voor gedetineerden; inleiding en historie, belang van het
beklagrecht, beklagrecht op hoofdlijnen, CvT, informele bemiddeling, formele bemiddeling,
beklagprocedure, ontvankelijkheid beklag, beklag en beroep mogelijk tegen (beslissing directeur,
verzuim of weigering te beslissen, manier waarop uitgevoerd, algemene regel of situatie, tekortkoming
verzorgende taak directeur), afdoening klacht, schorsing, termijn van beslissen, summiere
zittingsvoorschriften, toetsing, beroep op hoofdlijnen, beroep, enkelvoudige afdoening, procedurele
voorschriften, termijn indienen, geen schorsende werking, schorsen, toetsing, advies spanning in
detentie, drie hoofdthema’s.
Week 7 (p. 67): vrijheidsbeperkende sancties; Boone paradoxen van toezicht, Wet langdurig
toezicht, artikel Klooster, gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38z Sr, GVM);
doel, doelgroep, criterium voor oplegging, tenuitvoerlegging maatregel, bijzondere voorwaarden,
elektronisch toezicht, duur maatregel, verlenging maatregel, vervangende hechtenis, meerwaarde tov
en in aanvulling op andere juridische kaders, Burgerinitiatiefvoorstel Claessen e.a., vrijheidsbeperking
of vrijheidsbeneming; EHRM, artikel Klooster.
Week 8 (p. 76): de levenslange gevangenisstraf; rechtsvergelijking, EVRM, vereisten art. 3 EVRM,
waarom vooruitzicht op invrijheidstelling (penologische doelen, uitboeten straf, menselijke
waardigheid), de wet (de iure), kan een levenslage GS worden verkort, gratie, civielrechtelijk kort
geding, de praktijk (de facto), HR 2016, wetswijziging: besluit ACL (oud), HR 2017, Cevdet Y., welke
ruimte om af te wijken van advies rechter, welke ruimte heeft de burgerlijke rechter de staat te bevelen
zijn beslissing te heroverzien, rechter of administratie, invoering v.i. procedure, vragen bij invoering,
huidige beoordelingsprocedure, toekomstige ontwikkelingen.
Week 9 (p. 85): de terbeschikkingstelling; relevante wetgeving, tweesporenstelsel, historische
ontwikkeling en doel tbs-maatregel, vereisten voor oplegging, materiële vereisten, formele vereisten,
voorbeeld casussen (kan tbs opgelegd worden?), vormen van tbs, stoornisvereiste, wat betekent
loslaten stoornisvereiste, tenuitvoerlegging, verlenging tbs, combinatievonnissen (opdracht),
capaciteitstekorten, verlof en proefverlof, beëindiging tbs.
Week 10 (p. 93): herstel en herstelgerichte detentie; geëmancipeerde misdaadaanpak,
misdaadrecht, strafrechtelijk paradigma, strafrechtelijke lens, herstelrechtelijk paradigma,
herstelrechtelijke lens, definities herstelrecht, strafrecht vs. Herstelrecht, wedergoedmaking (letterlijk
en symbolisch herstel), waarom is straf omstreden en herstel niet (Gulden regel), kenmerken
herstelprocessen, mogelijke behoeften partijen, integratie art. 51h Sv, modernisering en innovatiewet
Sv, RJ-voorzieningen, vormen herstel, voor welke partijen, maximalistisch herstelrecht, herstelgerichte
opsluiting, mensbeeld Hobbes en Bentham, wolf, slang en duif, gouden regels, opdrachten papers,
voorgeschreven literatuur.
2
, WEEK 1 – STRAFDOELEN EN STRAFRECHTSTHEORIEËN
Hoorcollege:
HOOFDLIJNEN VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIESTELSEL
• Penitentiair recht: het rechtsgebied dat ziet op het opleggen en ten uitvoer leggen van
strafrechtelijke straffen en maatregelen (ook wel sanctierecht genoemd)
- Jonkers: strafrechtelijk sanctierecht = het geheel aan straffen en maatregelen in het
strafrecht in Nederland
• Detentierecht: het recht van gedetineerden
• Penologie: criminologisch, bestudeert de effectiviteit van (formele) straffen.
HOOFDLIJNEN VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIESTELSEL
Strafrechtelijk sanctiestelsel is ingevoerd onder invloed van het WvSr 1886 onder invloed van
Klassieke Richting.
Kenmerken:
• Relatieve mildheid;
- max. gevangenisstraf was bv. 20 jaar, nu 30.
• Overzichtelijkheid/eenvoud;
- Er was alleen gevangenisstraf en hechtenis.
• Centrale rol voor de vrijheidsstraf;
• Nadruk op straffen en niet op maatregelen;
- Maatregelen later onder invloed van de moderne richting tot stand gekomen, rond
1915, bij de invoering van de vw gevangenisstraf.
- Later zie je pas de opkomst van de maatregelen.
• Belangrijke rol voor de strafrechter.
- Moest de straf toekennen.
- Ruime straftoemetingsvrijheid. Tegenwoordig nog veel vrijheid, maar wordt soms wel
begrenst door bv een taakstrafverbod bij bepaalde misdrijven.
• Onder invloed van de Moderne Richting zijn onder meer maatregelen (Psychopatenwetten uit
1928) en de voorwaardelijke modaliteit (1915) geïntroduceerd.
In onderstaand schema zie je de verschillende straffen en maatregelen en wanneer ze zijn ingevoerd:
3
, • Dierenhoudverbod is vorig jaar ingevoerd en houdt in dat de rechter iemand kan verbieden om
nog verder dieren te houden, bv wanneer deze dieren heeft mishandeld. Is nu een
zelfstandige straf.
Het verschil tussen straffen en maatregelen noemen we het tweesporenstelsel.
• Sancties = straffen en maatregelen (‘tweesporenstelsel’)
• Knigge: straffen is (in wezen) vergelden. In beide gevallen.
• Er mogen geen punitieve elementen worden toegevoegd aan maatregelen.
• De duur van de maatregel is afhankelijk van het doel. Bv beveiliging van de maatschappij dmv
tbs. De tbs kan zo een langdurige maatregel zijn.
• Proportionaliteit zit ook wel bij de maatregel
Kritiek op het tweesporenstelsel:
• Het maakt voor de veroordeelde gevoelsmatig weinig verschil of een sanctie wordt
aangemerkt als straf of maatregel.
• In het kader van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf is ook behandeling mogelijk in
een tbs-inrichting (art. 6:2:9 Sv).
• Kan gelet op recente wijzigingen in het sanctiestelsel het onderscheid worden volgehouden
(bv. regeling voorwaardelijke invrijheidstelling)?
- Hierdoor is VI niet meer alleen het resterende gedeelte. Eerst kon iemand na 2/3e van
de straf voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld, tegenwoordig slechts de laatste 2
jaar van de straf.
- Het resterende gedeelte is dan de VI periode en die kan nu steeds verlengd worden
met twee jaar. Hierdoor kan de VI, die als onderdeel van de straf wordt gezien,
worden verlengd, terwijl de straf altijd een einde had.
STRAFTHEORIEËN
Retributieve straftheorieën (ook wel: absolute vergeldingstheorieën)
• In meervoud, want er zijn in de loop der tijd meerdere denkers geweest en die hebben hun
eigen interpretatie gegeven, maar vallen allemaal hieronder.
• De rechtvaardiging (of grondslag) voor de straf is gelegen in het begane misdrijf. Anders
gezegd: de rechtvaardiging van de straf is gelegen in het vergelden van schuld. Het te
verwachten nut van de straf is daaraan ondergeschikt.
- Nut bv optreden gedragsverandering, beveiligen maatschappij; staat allemaal
ondergeschikt.
• Met de rechtvaardiging van de straf is tevens het doel gegeven, namelijk vergelding. Anders
gezegd: er wordt gestraft om te vergelden.
• Rechtsgrond = doel = vergelding.
- De straf als repressieve reactie op begaan onrecht is een doel in zich.
- Er is geen sprake van een écht strafdoel; strafgrond en strafdoel vallen samen.
• Straf wordt hierbij gezien als een morele of noodzakelijke reactie op hetgeen is misdaan, los
van een mogelijk toekomstig effect van de straf.
• Door te straffen wordt ook tegemoet gekomen aan de door het onrecht ontstane gevoelens
van ongenoegen en wraakgevoelens van slo en samenleving.
4
Week 1 (p.3): strafdoelen en strafrechtstheorieën; hoofdlijnen van het strafrechtelijk sanctiestelsel,
straffen en maatregelen (tweesporenstelsel), straftheorieën; retributieve theorie, utilistische theorie;
generale en speciale preventie, verenigingstheorie (heersende leer), absolute vergeldingstheorie en
relatieve- of doeltheorie, straf naar de mate van schuld; Jonkers, Bleichrodt en Vegter, Van Kempen,
opdrachten papers, WODC rapport over korte detenties.
Week 2 (p.13): straftoemeting en straftoemetingsvrijheid van de rechter; strafverminderende- en
vermeerderende factoren, beperking vrijheid, niet-wettelijke factoren, strafdoelen, oriëntatiepunten,
taakstrafverbod, argumenten tegen taakstrafverbod, artikel Noyon over taakstrafverbod, artikel Van
Kempen over consistentie en voorzienbaarheid/wettelijk kader (legaliteit, proportionaliteit, straf naar
mate van schuld, gelijkheidsbeginsel), eisen aan motivering straf, wetsvoorstel motivering, artikel
Meijer over bijzondere motiveringsplicht, inhoudelijk rapportage boek 4 Modernisering.
Week 3 (p. 25): sanctiebeleid, promoveren en degraderen in detentie, verlof en detentiefasering;
vrijheidsbenemende straffen, beginselen van tenuitvoerlegging (resocialisatiebeginsel, beginsel van
minimale beperkingen, beginsel van voortvarendheid), legitimatie van resocialisatie, aanvang,
zelfmelder, arrestant, detentie- en re-integratieplan, visie recht doen kansen bieden, kritiek op de
responsabiliseringsgedachte in detentierecht, drie uitgangspunten visie (straf is straf, gedrag telt,
werken aan een veilige terugkeer), toetsingskader promoveren en degraderen, basisprogramma,
plusprogramma, beslissingsschema, hoofdlijnen promoveren en degraderen, wet straffen en
beschermen, verlof, criteria voor het verlenen van re-integratieverlof, algemene weigeringsgronden,
uitgesloten van verlof, kortdurend re-integratieverlof anders dan voor het onderhouden van een
sociaal netwerk, kortdurend re-integratieverlof voor het onderhouden van een sociaal netwerk,
langdurend re-integratieverlof, re-integratieverlof voor extramurale arbeid, bevoegdheidsverdeling
directeur – selectiefunctionaris, incidenteel verlof, strafonderbreking, detentiefasering,
Week 4 (p. 39): voorwaardelijke invrijheidstelling; penitentiair programma, nieuwe regeling, v.i.,
oude regeling, overgangsrecht, nieuwe regeling, termijn v.i., verlening v.i. bij afzonderlijke beslissing
OM, criteria verlenen v.i., kennisgeving beslissing, uitstel v.i. niet-verlenen v.i., herroepen,
voorwaarden, bezwaar, proeftijd, verlenging proeftijd, de praktijk van de v.i. in relatie tot speciale
preventie en re-integratie, doelen wetsvoorstel, ad 1 bijdragen aan voorbereiding op terugkeer in de
samenleving, ad 2 v.i. moet recht doen aan het karakter van de vrijheidsstraf, ad 3 de
geloofwaardigheid van het strafrechtelijk stelsel, knelpunten bij de overname van strafvonnissen mbt
v.i., artikel Ouwerkerk.
Week 5 (p. 47): voortgezet crimineel handelen in detentie; veiligheid in detentie,
verantwoordelijkheid, algemene maatregelen in het kader van de veiligheid,
drugsontmoedigingsbeleid en urinecontroles, beveiligingsniveaus, disciplinaire straffen,
ordemaatregelen, strafbaarstelling bepaalde gedragingen (binnenbrengen voorwerpen), nieuwe
technologieën, afdeling intensief toezicht (AIT), wijzigingen wet en regelgeving, ad 1 gronden
plaatsing EBI, ad 2 verlenging toetsmoment verblijf EBI, ad 3 wijziging model huisregels EBI, ad 4
vervallen uitgangspunt regionale plaatsing GVM, RSJ advies wijziging Pbw tegen georganiseerde
criminaliteit tijdens detentie, wijziging Pbw, voorgestelde wijzigingen, ad 1 bevelsbevoegdheid
minister, ad 2 visueel toezicht op contact, ad 3 beperking rechtsbijstandverleners tot twee, AIT, kritiek
voorstel wijziging RSPOG ivm AIT,
,Week 6 (p. 57): beklag en beroep voor gedetineerden; inleiding en historie, belang van het
beklagrecht, beklagrecht op hoofdlijnen, CvT, informele bemiddeling, formele bemiddeling,
beklagprocedure, ontvankelijkheid beklag, beklag en beroep mogelijk tegen (beslissing directeur,
verzuim of weigering te beslissen, manier waarop uitgevoerd, algemene regel of situatie, tekortkoming
verzorgende taak directeur), afdoening klacht, schorsing, termijn van beslissen, summiere
zittingsvoorschriften, toetsing, beroep op hoofdlijnen, beroep, enkelvoudige afdoening, procedurele
voorschriften, termijn indienen, geen schorsende werking, schorsen, toetsing, advies spanning in
detentie, drie hoofdthema’s.
Week 7 (p. 67): vrijheidsbeperkende sancties; Boone paradoxen van toezicht, Wet langdurig
toezicht, artikel Klooster, gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38z Sr, GVM);
doel, doelgroep, criterium voor oplegging, tenuitvoerlegging maatregel, bijzondere voorwaarden,
elektronisch toezicht, duur maatregel, verlenging maatregel, vervangende hechtenis, meerwaarde tov
en in aanvulling op andere juridische kaders, Burgerinitiatiefvoorstel Claessen e.a., vrijheidsbeperking
of vrijheidsbeneming; EHRM, artikel Klooster.
Week 8 (p. 76): de levenslange gevangenisstraf; rechtsvergelijking, EVRM, vereisten art. 3 EVRM,
waarom vooruitzicht op invrijheidstelling (penologische doelen, uitboeten straf, menselijke
waardigheid), de wet (de iure), kan een levenslage GS worden verkort, gratie, civielrechtelijk kort
geding, de praktijk (de facto), HR 2016, wetswijziging: besluit ACL (oud), HR 2017, Cevdet Y., welke
ruimte om af te wijken van advies rechter, welke ruimte heeft de burgerlijke rechter de staat te bevelen
zijn beslissing te heroverzien, rechter of administratie, invoering v.i. procedure, vragen bij invoering,
huidige beoordelingsprocedure, toekomstige ontwikkelingen.
Week 9 (p. 85): de terbeschikkingstelling; relevante wetgeving, tweesporenstelsel, historische
ontwikkeling en doel tbs-maatregel, vereisten voor oplegging, materiële vereisten, formele vereisten,
voorbeeld casussen (kan tbs opgelegd worden?), vormen van tbs, stoornisvereiste, wat betekent
loslaten stoornisvereiste, tenuitvoerlegging, verlenging tbs, combinatievonnissen (opdracht),
capaciteitstekorten, verlof en proefverlof, beëindiging tbs.
Week 10 (p. 93): herstel en herstelgerichte detentie; geëmancipeerde misdaadaanpak,
misdaadrecht, strafrechtelijk paradigma, strafrechtelijke lens, herstelrechtelijk paradigma,
herstelrechtelijke lens, definities herstelrecht, strafrecht vs. Herstelrecht, wedergoedmaking (letterlijk
en symbolisch herstel), waarom is straf omstreden en herstel niet (Gulden regel), kenmerken
herstelprocessen, mogelijke behoeften partijen, integratie art. 51h Sv, modernisering en innovatiewet
Sv, RJ-voorzieningen, vormen herstel, voor welke partijen, maximalistisch herstelrecht, herstelgerichte
opsluiting, mensbeeld Hobbes en Bentham, wolf, slang en duif, gouden regels, opdrachten papers,
voorgeschreven literatuur.
2
, WEEK 1 – STRAFDOELEN EN STRAFRECHTSTHEORIEËN
Hoorcollege:
HOOFDLIJNEN VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIESTELSEL
• Penitentiair recht: het rechtsgebied dat ziet op het opleggen en ten uitvoer leggen van
strafrechtelijke straffen en maatregelen (ook wel sanctierecht genoemd)
- Jonkers: strafrechtelijk sanctierecht = het geheel aan straffen en maatregelen in het
strafrecht in Nederland
• Detentierecht: het recht van gedetineerden
• Penologie: criminologisch, bestudeert de effectiviteit van (formele) straffen.
HOOFDLIJNEN VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIESTELSEL
Strafrechtelijk sanctiestelsel is ingevoerd onder invloed van het WvSr 1886 onder invloed van
Klassieke Richting.
Kenmerken:
• Relatieve mildheid;
- max. gevangenisstraf was bv. 20 jaar, nu 30.
• Overzichtelijkheid/eenvoud;
- Er was alleen gevangenisstraf en hechtenis.
• Centrale rol voor de vrijheidsstraf;
• Nadruk op straffen en niet op maatregelen;
- Maatregelen later onder invloed van de moderne richting tot stand gekomen, rond
1915, bij de invoering van de vw gevangenisstraf.
- Later zie je pas de opkomst van de maatregelen.
• Belangrijke rol voor de strafrechter.
- Moest de straf toekennen.
- Ruime straftoemetingsvrijheid. Tegenwoordig nog veel vrijheid, maar wordt soms wel
begrenst door bv een taakstrafverbod bij bepaalde misdrijven.
• Onder invloed van de Moderne Richting zijn onder meer maatregelen (Psychopatenwetten uit
1928) en de voorwaardelijke modaliteit (1915) geïntroduceerd.
In onderstaand schema zie je de verschillende straffen en maatregelen en wanneer ze zijn ingevoerd:
3
, • Dierenhoudverbod is vorig jaar ingevoerd en houdt in dat de rechter iemand kan verbieden om
nog verder dieren te houden, bv wanneer deze dieren heeft mishandeld. Is nu een
zelfstandige straf.
Het verschil tussen straffen en maatregelen noemen we het tweesporenstelsel.
• Sancties = straffen en maatregelen (‘tweesporenstelsel’)
• Knigge: straffen is (in wezen) vergelden. In beide gevallen.
• Er mogen geen punitieve elementen worden toegevoegd aan maatregelen.
• De duur van de maatregel is afhankelijk van het doel. Bv beveiliging van de maatschappij dmv
tbs. De tbs kan zo een langdurige maatregel zijn.
• Proportionaliteit zit ook wel bij de maatregel
Kritiek op het tweesporenstelsel:
• Het maakt voor de veroordeelde gevoelsmatig weinig verschil of een sanctie wordt
aangemerkt als straf of maatregel.
• In het kader van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf is ook behandeling mogelijk in
een tbs-inrichting (art. 6:2:9 Sv).
• Kan gelet op recente wijzigingen in het sanctiestelsel het onderscheid worden volgehouden
(bv. regeling voorwaardelijke invrijheidstelling)?
- Hierdoor is VI niet meer alleen het resterende gedeelte. Eerst kon iemand na 2/3e van
de straf voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld, tegenwoordig slechts de laatste 2
jaar van de straf.
- Het resterende gedeelte is dan de VI periode en die kan nu steeds verlengd worden
met twee jaar. Hierdoor kan de VI, die als onderdeel van de straf wordt gezien,
worden verlengd, terwijl de straf altijd een einde had.
STRAFTHEORIEËN
Retributieve straftheorieën (ook wel: absolute vergeldingstheorieën)
• In meervoud, want er zijn in de loop der tijd meerdere denkers geweest en die hebben hun
eigen interpretatie gegeven, maar vallen allemaal hieronder.
• De rechtvaardiging (of grondslag) voor de straf is gelegen in het begane misdrijf. Anders
gezegd: de rechtvaardiging van de straf is gelegen in het vergelden van schuld. Het te
verwachten nut van de straf is daaraan ondergeschikt.
- Nut bv optreden gedragsverandering, beveiligen maatschappij; staat allemaal
ondergeschikt.
• Met de rechtvaardiging van de straf is tevens het doel gegeven, namelijk vergelding. Anders
gezegd: er wordt gestraft om te vergelden.
• Rechtsgrond = doel = vergelding.
- De straf als repressieve reactie op begaan onrecht is een doel in zich.
- Er is geen sprake van een écht strafdoel; strafgrond en strafdoel vallen samen.
• Straf wordt hierbij gezien als een morele of noodzakelijke reactie op hetgeen is misdaan, los
van een mogelijk toekomstig effect van de straf.
• Door te straffen wordt ook tegemoet gekomen aan de door het onrecht ontstane gevoelens
van ongenoegen en wraakgevoelens van slo en samenleving.
4