Hogeschool van Amsterdam - Creative Business – Leerdoelen
Inhoudsopgave
Werkcollege 1 – War of the worlds 2
Werkcollege 2 – Opinieleiders 3
Werkcollege 3 – Babyboom 5
Werkcollege 4 – De gekleurde bril 6
Werkcollege 5 – We leven in een ‘bubbel’ 8
Werkcollege 6 – Er staat niet wat er staat 8
Werkcollege 7 – The medium is the message 10
, Werkcollege 1 – War of the worlds (Van Wijk: H12 (behalve 12.4), H13)
1.1 Kun je uitleggen waarom inzicht in de relatie tussen mens en massamedia belangrijk is voor
HBO-mediaprofessionals.
HBO’ers leren eerst denken en dan doen. Bijvoorbeeld door een mediaproduct te baseren op grondig
doelgroeponderzoek.
Een reclameonderzoeker wil bijvoorbeeld graag weten wat de sterke en zwakke kanten zijn van
massamedia als radio, televisie en publiekstijdschriften. Er zijn al vele onderzoeken gedaan en deze
zijn in verschillende bronnen te vinden. Deze bronnen en onderzoeken helpen de professional om
betere keuzes te maken op het gebied van communicatie, journalistiek en mediaplanning.
Je kunt onderscheid maken tussen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht
onderzoek. Met fundamenteel onderzoek kun je de algemene kennis van de werkelijkheid vergroten.
Bij fundamenteel wetenschappelijk onderzoek wil je ‘weten om te weten’. En bij praktijkgericht
onderzoek wil je ‘weten om te doen’. Je doet dit om een praktisch probleem op te lossen.
Metavragen gaan over het verwoorden van je vooronderstellingen en invalshoeken.
Tegenwoordig stellen interactieve media mensen en organisaties in staat om zowel zender als
ontvanger te zijn. Elk medium heeft zijn eigen specifieke werking en dat stelt ons voor de vraag welk
medium we het beste kunnen inzetten om onze doelgroep te bereiken. Als een bepaald
communicatieproces onderdeel van je onderzoek is geworden, dan zul je als
communicatieonderzoeker hoge eisen moeten stellen aan het verzamelen van gegevens.
Als onderzoeker van mediacommunicatie vraag je je af welk onderzoek je wilt gaan doen, welk kader
je daarvoor nodig hebt en wat je uitgangspunten en bedoelingen zijn. Theorieën zijn systematisch
geordende uitspraken en regels die de werkelijkheid beschrijven en verklaren. Mediatheorieën geven
inzicht in wat media doen met mensen en verklaren het verband tussen de inhoud van media, het
gebruik van media en de effecten daarvan op individu en samenleving.
Er worden vijf fasen in de theorievorming onderscheden. Per fase worden de macht en invloed van
media op mens en samenleving verschillend gewaardeerd.
1.2 Kun je schetsen wanneer en waarom media uitgroeiden tot massamedia.
Een voorwaarde voor massamedia is de aanwezigheid van een massa.
1900: uitvinding van de massa.
Van… Naar…
Landbouw Massaproductie (industriële revolutie)
Handwerk Machines en elektra (stoomrotatiepers, radio,
film)
Platteland Stad (urbanisatie)
Onwetendheid Kennis (schoolplicht, alfabetisering)
Absolute monarchie Democratie (stemrecht, emancipatie)
Oude elite Arbeiders (vakbonden, socialisme) en nieuwe
elite (ondernemers, kapitalisme).
1.3 Begrijp je de relatie tussen mens en massamedia in het tijdperk van de almachtige media.
Toen in Amerika het radiohoorspel ‘The War of the Worlds’ (waarin heel realistisch en suggestief
verslag werd gedaan van een invasie van buitenaardse wezens) werd uitgezonden. Na afloop van de
spectaculaire radio-uitzending raakten de Amerikanen in volslagen paniek.
2