Methodologie alles
MODULE 1 – inleiding
Doelstellingen
- Kritisch omgaan met resultaten stimuleren
- Leren basisprocedures wetenschappelijk onderzoek: zelf aan de slag gaan als
onderzoeker
- Aanreiken woordenschat (wetenschappelijk jargon)
Boomstructuur
- Deel 1: basisconcepten
- Deel 2: planning en voorbereiding
- Deel 3: kwantitatieve methoden (experimenten, survey onderzoek, niet-reactieve
databronnen)
- Deel 4: kwalitatieve methoden (etnografisch onderzoek, diepte-interview, historisch
vergelijkend onderzoek)
MODULE 2 – bouwstenen en soorten wetenschappelijk onderzoek
Clip 1 – inleiding
Onderzoek = de bron van kennis die we hebben over de wereld rondom ons
Info over het sociale
- Theorie: denken als bron van kennis
o Diep reflecteren om tot verhaal te komen over hoe wereld in elkaar zit
- Empirie: observeren
o Mbv zintuigen vaststellen hoe wereld in elkaar zit
o Empirische observatie
Tegenstelling tussen theorie & empirie is vals goede kennis gebaseerd op zowel nadenken
als observeren
- Denken zonder observeren = wereldvreemde kennis die losstaat van realiteit
- Observeren zonder denken = niet in staat te begrijpen wat hij/zij ziet
- Oz combineert beide om goede kennis te produceren = empirische cyclus van
onderzoek
Alternatieve bronnen van kennis Wetenschappelijke kennis superieur
- Persoonlijke ervaring - Observeerbare fenomenen
- Media - Methodologische spelregels
- Ideologie/religie - Waarheid als criterium om kennis
te evalueren
1
,Clip 2 – theorie & empirie
Theorie
- = verhaal dat verklaart hoe de wereld rondom ons in elkaar zit
- = geheel van samenhangende uitspraken (proposities) die bepaalde fenomenen
beschrijven of verklaren
- Bv big bang theory: verklaart hoe heelal geworden is wat het nu is
- Bv darwins evoluatietheorie: verklaart diversiteit aan levensvormen
Job demand control model
- Ontwikkeld door Karasek
- Theorie verklaart waarom sommige jobs tot meer stress leiden dan anderen
- Jobs verschillen op vlak van 2 cruciale elementen: autonomie en werkdruk
o Autonomie: mate waarin wn zelf beslissingen kan nemen
o Werkdruk: hoe hard iemand moet werken
- 4 types jobs
o Slopend: hoge werkdruk, weinig autonomie
(bandwerk)
o Zinloos: lage werkdruk, hoge autonomie
o Actief: hoge werkdruk, hoge autonomie
o Passief: lage werkdruk, lage autonomie
Theorie bestaat uit concepten & proposities
- Concept = label om waarneembare fenomenen te categoriseren, abstracte ideeën
- Propositie = veronderstelde relatie tussen concepten (hoe concepten met elkaar
gerelateerd zijn)
Wetenschappelijke theorie: kenmerken
- Logisch consistent (proposities mogen elkaar niet tegenspreken)
- Veralgemeenbaar
- Verklaringskracht (ruimer toepassingsgebied)
- Spaarzaam (hoe minder concepten en proposities nodig om te verklaren, hoe beter)
- Empirisch toetsbaar: verifieerbaar & falsificeerbaar (weerlegbaarheid)
Mate van veralgemeenbaarheid hangt af van soort theorie
- Formele theorieën: enkel vorm, geen inhoud, beschrijving van een mechanisme
/proces dat niet over 1 ding specifiek gaat maar toepasbaar is op meerdere dingen
o Bv rational choice theory: kosten-baten
2
, o Geen specifiek domein
- Grand theories
- Middle range theories
Empirie
- = het ervaren van de wereld rondom ons door waarneming
- Door middel van onze zintuigen ervaren we de wereld
- In welke mate is het mogelijk objectieve observaties te doen die los staan van de
waarnemer (verwachtingen en veronderstellingen)
- Wat met niet makkelijk observeerbare fenomenen (bv attitudes, waarden, deviant
gedrag)
Clip 3 – inductie & deductie
- Deductie = afleiden: gevolgtrekking van algemeen naar
specifiek
o Theorie empirie
o Afleiden en toetsen van hypothese
- Inductie: van specifieke naar het algemene
o Empirie theorie
o Afleiden en toetsen van hypothese
Inductie
Le suicide – Durkheim
- Patroon in oorzaak zelfdoding observeren
- Mannen > vrouwen
- Singles, mensen zonder kinderen, protestanten meer kans
- Theorie die oorzaak van zelfdoding zoekt in het sociale
Achtergrond : ontdekking van Semmelweis
- Veel vrouwen stierven vroeger tijdens de bevalling
- Ene deel van ziekenhuis: autopsies uitvoeren
- Andere deel: geboortes
- Zonder handen wassen tussen beide
- Death rate van 18% 1% toen handhygiëne werd ingevoerd
- Washing hands saves lives
3
, Clip 4 – geldigheid & betrouwbaarheid
Doel oz: goede kennis produceren
2 criteria om kwaliteit van onderzoek te beoordelen:
geldigheid & betrouwbaarheid
- Geldigheid: afwezigheid van systematische fouten
o Sys fout: patroon
- Betrouwbaarheid: afwezigheid van toevallige fouten
o Geen patroon
- Afwezigheid van (fundamenteel andere) fouten
- Onderscheid systematische toevallige fout
- Schietschijf
o Zwake schutter mist roos, schoten ver uiteen, veel ruis/toevalsfouten
Lage betrouwbaarheid
Lage geldigheid
o Schoten dichter bij elkaar, consistenter,
systematische afwijking
Hoge mate betrouwbaarheid
Lage geldigheid
o Schoten dichter bij elkaar, geen
systematische afwijking
Hoge betrouwbaarheid
Hoge geldigheid
Logica toegepast op vb: peilingen stemintenties
- Peilingen voor stemmingen: voorspellen wie zou winnen
- Veel ruis
o Trump stemmers ene keer hoger, andere keer lager ingeschat
=> toevallige fouten, wijzen op onbetrouwbaarheid
- Werkelijk resultaat Trump
o Zwaar onderschat
o Systematische fout
o Peilingen onbetrouwbaar & ongeldig
Vormen van geldigheid
1. Meetgeldigheid
o Zijn theoretische concepten wel goed gemeten?
4
MODULE 1 – inleiding
Doelstellingen
- Kritisch omgaan met resultaten stimuleren
- Leren basisprocedures wetenschappelijk onderzoek: zelf aan de slag gaan als
onderzoeker
- Aanreiken woordenschat (wetenschappelijk jargon)
Boomstructuur
- Deel 1: basisconcepten
- Deel 2: planning en voorbereiding
- Deel 3: kwantitatieve methoden (experimenten, survey onderzoek, niet-reactieve
databronnen)
- Deel 4: kwalitatieve methoden (etnografisch onderzoek, diepte-interview, historisch
vergelijkend onderzoek)
MODULE 2 – bouwstenen en soorten wetenschappelijk onderzoek
Clip 1 – inleiding
Onderzoek = de bron van kennis die we hebben over de wereld rondom ons
Info over het sociale
- Theorie: denken als bron van kennis
o Diep reflecteren om tot verhaal te komen over hoe wereld in elkaar zit
- Empirie: observeren
o Mbv zintuigen vaststellen hoe wereld in elkaar zit
o Empirische observatie
Tegenstelling tussen theorie & empirie is vals goede kennis gebaseerd op zowel nadenken
als observeren
- Denken zonder observeren = wereldvreemde kennis die losstaat van realiteit
- Observeren zonder denken = niet in staat te begrijpen wat hij/zij ziet
- Oz combineert beide om goede kennis te produceren = empirische cyclus van
onderzoek
Alternatieve bronnen van kennis Wetenschappelijke kennis superieur
- Persoonlijke ervaring - Observeerbare fenomenen
- Media - Methodologische spelregels
- Ideologie/religie - Waarheid als criterium om kennis
te evalueren
1
,Clip 2 – theorie & empirie
Theorie
- = verhaal dat verklaart hoe de wereld rondom ons in elkaar zit
- = geheel van samenhangende uitspraken (proposities) die bepaalde fenomenen
beschrijven of verklaren
- Bv big bang theory: verklaart hoe heelal geworden is wat het nu is
- Bv darwins evoluatietheorie: verklaart diversiteit aan levensvormen
Job demand control model
- Ontwikkeld door Karasek
- Theorie verklaart waarom sommige jobs tot meer stress leiden dan anderen
- Jobs verschillen op vlak van 2 cruciale elementen: autonomie en werkdruk
o Autonomie: mate waarin wn zelf beslissingen kan nemen
o Werkdruk: hoe hard iemand moet werken
- 4 types jobs
o Slopend: hoge werkdruk, weinig autonomie
(bandwerk)
o Zinloos: lage werkdruk, hoge autonomie
o Actief: hoge werkdruk, hoge autonomie
o Passief: lage werkdruk, lage autonomie
Theorie bestaat uit concepten & proposities
- Concept = label om waarneembare fenomenen te categoriseren, abstracte ideeën
- Propositie = veronderstelde relatie tussen concepten (hoe concepten met elkaar
gerelateerd zijn)
Wetenschappelijke theorie: kenmerken
- Logisch consistent (proposities mogen elkaar niet tegenspreken)
- Veralgemeenbaar
- Verklaringskracht (ruimer toepassingsgebied)
- Spaarzaam (hoe minder concepten en proposities nodig om te verklaren, hoe beter)
- Empirisch toetsbaar: verifieerbaar & falsificeerbaar (weerlegbaarheid)
Mate van veralgemeenbaarheid hangt af van soort theorie
- Formele theorieën: enkel vorm, geen inhoud, beschrijving van een mechanisme
/proces dat niet over 1 ding specifiek gaat maar toepasbaar is op meerdere dingen
o Bv rational choice theory: kosten-baten
2
, o Geen specifiek domein
- Grand theories
- Middle range theories
Empirie
- = het ervaren van de wereld rondom ons door waarneming
- Door middel van onze zintuigen ervaren we de wereld
- In welke mate is het mogelijk objectieve observaties te doen die los staan van de
waarnemer (verwachtingen en veronderstellingen)
- Wat met niet makkelijk observeerbare fenomenen (bv attitudes, waarden, deviant
gedrag)
Clip 3 – inductie & deductie
- Deductie = afleiden: gevolgtrekking van algemeen naar
specifiek
o Theorie empirie
o Afleiden en toetsen van hypothese
- Inductie: van specifieke naar het algemene
o Empirie theorie
o Afleiden en toetsen van hypothese
Inductie
Le suicide – Durkheim
- Patroon in oorzaak zelfdoding observeren
- Mannen > vrouwen
- Singles, mensen zonder kinderen, protestanten meer kans
- Theorie die oorzaak van zelfdoding zoekt in het sociale
Achtergrond : ontdekking van Semmelweis
- Veel vrouwen stierven vroeger tijdens de bevalling
- Ene deel van ziekenhuis: autopsies uitvoeren
- Andere deel: geboortes
- Zonder handen wassen tussen beide
- Death rate van 18% 1% toen handhygiëne werd ingevoerd
- Washing hands saves lives
3
, Clip 4 – geldigheid & betrouwbaarheid
Doel oz: goede kennis produceren
2 criteria om kwaliteit van onderzoek te beoordelen:
geldigheid & betrouwbaarheid
- Geldigheid: afwezigheid van systematische fouten
o Sys fout: patroon
- Betrouwbaarheid: afwezigheid van toevallige fouten
o Geen patroon
- Afwezigheid van (fundamenteel andere) fouten
- Onderscheid systematische toevallige fout
- Schietschijf
o Zwake schutter mist roos, schoten ver uiteen, veel ruis/toevalsfouten
Lage betrouwbaarheid
Lage geldigheid
o Schoten dichter bij elkaar, consistenter,
systematische afwijking
Hoge mate betrouwbaarheid
Lage geldigheid
o Schoten dichter bij elkaar, geen
systematische afwijking
Hoge betrouwbaarheid
Hoge geldigheid
Logica toegepast op vb: peilingen stemintenties
- Peilingen voor stemmingen: voorspellen wie zou winnen
- Veel ruis
o Trump stemmers ene keer hoger, andere keer lager ingeschat
=> toevallige fouten, wijzen op onbetrouwbaarheid
- Werkelijk resultaat Trump
o Zwaar onderschat
o Systematische fout
o Peilingen onbetrouwbaar & ongeldig
Vormen van geldigheid
1. Meetgeldigheid
o Zijn theoretische concepten wel goed gemeten?
4