uitscheiding/urineren en mogelijke problemen:
LEGENDE:
1. Het normaal functioneren van de nieren en de urinewegen
1.1. De nierfunctie
1.2. Het mictieproces
1.3. Het begrip diurese
1.4. Het begrip mictiepatroon
2. Urine
2.1. Urine
2.2. Normale en abnormale bestanddelen van urine
3. Veel voorkomende klachten
3.1. Plaatselijke stoornissen
3.2. Algemene stoornis
4. Vaststellen van problemen bij het urineren
4.1. Algemeen: inzicht in de urine-uitscheiding
4.2. Subjectieve observatie (signs)
4.3. Objectieve observaties (symptoms)
4.4. Diagnostische- en labo-onderzoeken
5. Verpleegkundige doelstellingen en interventies
5.1. Doelstellingen
5.2. Specifieke verpleegkundige interventies
6. Incontinentie
6.1. Definitie
6.2. Indeling op basis van de hoeveelheid urineverlies
6.3. Classificatie op basis van het niet-functionerend anatomisch
gedeelte
6.4. Hulpmiddelen bij incontinentie
6.5. Algemene richtlijnen bij gebruik van incontinentieverbanden
6.6. Niet-somatische aspecten van incontinentie
6.7. Aspecten van verpleegkundige begeleiding bij incontinentie
1. Het normaal functioneren van de nieren en de urinewegen:
,Het filtermechanisme speelt een cruciale rol in de vocht- en
elektrolytenhuishouding van het lichaam. Dit proces is essentieel voor het
handhaven van de osmotische druk, die verantwoordelijk is voor de interne
balans en de optimale uitwisseling van elektrolyten tussen cellen.
De (on)afhankelijkheid van patiënten, vooral in verband met mobiliteit en
hygiëne, kan leiden tot verlies van eigenwaarde. Dit gevoel van afhankelijkheid
kan soms worden verergerd door taboes rondom deze onderwerpen.
Veel patiënten kunnen zelfstandig urineren, maar er zijn gevallen waarin een
katheter geplaatst moet worden om de urinelozing te ondersteunen.
1.1. De nierfunctie:
Het urinair stelsel, en in het bijzonder de nieren, hebben meerdere functies:
- Het handhaven van de vochtbalans (waterhuishouding)
- Het handhaven van de elektrolytenbalans (Na, K, Cl, …)
- Het verwijderen van afvalstoffen van het eiwitmetabolisme (ureum,
creatinine, … )
o Ureum = eindproduct eiwitmetabolisme -> afbraakmiddel van
eiwitten
o Creatine = tussenproduct in metabolisme
o Creatinine = eindproduct spiermetabolisme
- De regeling van de Ph (zuur/base- evenwicht)
- Hormoonproductie (renine, erythropoïetine)
o Renine = bloeddrukverhogend
o Erythropoïetine = productie rode bloedcellen
1.2. Het mictieproces:
, Urine wordt in de nieren gevormd en via de ureters naar de blaas geleid, waar
het tijdelijk wordt opgeslagen in de vesica urinae (= blaas), die een capaciteit
heeft van 300-500 ml. De mictiedrang ontstaat meestal bij een vulniveau van
250-300 ml. De blaas heeft een dubbel sfinctermechanisme ter hoogte van de
blaashals (= musculus detrusor/ 3 spierlagen): een interne sfincter op de
blaashals, en een externe sfincter bij de vrouw in het midden van de urethra en
bij de man nabij het distale gedeelte van de prostaat. Bekkenbodemspieren
spelen ook een cruciale rol in het behoud van continentie.
Bij volwassenen verstuurt de blaas bij het vullen een signaal naar het sacrale
blaascentrum in het ruggenmerg, dat vervolgens via afferente zenuwbanen
naar het centrale blaascentrum in de hersenen gaat. Dit centrale gedeelte kan
blaaslediging uitstellen. Wanneer urineren mogelijk is, ontspant de externe
sfincter en de bekkenbodemspieren, waardoor de blaas samengetrokken wordt
en urine kan ontsnappen.
Bij baby’s is het blaascentrum in de hersenen nog niet volledig ontwikkeld, wat
resulteert in reflexmatige blaaslediging zonder bewuste controle. Wanneer de
blaas gevuld raakt, triggeren rekreceptoren een signaal naar het sacrale
blaascentrum, wat leidt tot een automatische samentrekking van de blaas en
reflexmatig urineren.
Incontinentie is ongewild urineverlies, dat kan worden beïnvloed door de
werking van de interne en externe sfincters. Kinderen leren zindelijkheid
doordat hun sacrale blaascentrum zich ontwikkelt, terwijl het centrale
blaascentrum nog niet volledig functioneel is, waardoor zij reflexmatig plassen.
Het is belangrijk om te weten dat het plassen opzich een passief proces is door
het ontspannen van de externe sfincter en de bekkenbodemspieren. Hierbij
mag er geen gebruik worden gemaakt van een buikpers waarbij er druk op
gezet wordt.
1.3. Het begrip diurese:
Diurese is de urinehoeveelheid die een volwassene in 24 uur uitscheidt,
gemiddeld 1-1,5 liter, variërend afhankelijk van verschillende factoren. Dit