PLANTKUNDE
DEEL 1: MORFOLOGIE
morfologie: bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
- vegetatieve organen: stengel, blad, wortel
- generatieve organen: bloem, vrucht
belang: leert ons verwantschappen en hoe deze ontstaan zijn
DEFINITIE
morfologie: morfè = vorm
- logíā = leer
● synoniemen: vormleer, organografie
● bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
- vegetatieve organen: stam, blad, wortel
- generatieve organen: bloem, vrucht
MORFOLOGIE: DE WORTEL
DEFINITIE EN FUNCTIE
- niet geleed (geen knopen)
● wortel: niet geleed
● wortelstok (ondergrondse stengel): wel geleed
- bevat chlorofyl (uitzonderingen)
→ geen stengels of bladeren
- vestigt de plant in de bodem
- neemt uit de bodem water met daarin de opgeloste voedingsstoffen
→ belang van de wortelharen
- transport van plantensap
- de wortel ademt, vandaar de noodzaak dat de grond luchtig is (ademwortels)
- als opslagplaats voor reservevoedsel
- vermenigvuldiging
BOUW EN GROEI
1
,TYPES
Primaire wortelstelsels
- kiemwortel = radicula: primaire wortel aanwezig in het embryo
- hoofdwortel: ondergrondse verlenging van de stengel en verdere ontwikkeling van
de kiemwortel
- zijwortel: vertakking van de hoofdwortel
- wortelhaartjes: bijna niet te zien; halen water en mineralen uit de grond
Bijwortel (= adventiefwortel)
- ontstaan indien oorspronkelijke hoofdwortel verdwijnt of de andere wortels
evenwaardig uitgroeien
- vegetatieve vermenigvuldiging
vb: gras, prei, klimop, maïs
OMGEVORMDE WORTELS
Knolvormige wortels
- penwortel: langwerpig en smalle verdikking van
de hoofdwortel
● epidermis
● schors = cortex
→ opslag van reservevoedsel (glucose, zetmeel)
● centrale cilinder
- radijswortel: verdikking van hoofdwortel + onderste gedeelte van
de stengel (hypocotyl)
Wortelknollen
- verdikte bijwortels
- staan in verbinding met een knop: vegetatieve vermenigvuldiging
Symbiontische wortels
wortels die een symbiotische relatie aangaan met andere organismen in een mutualistische
interactie: betekent dat beide partners voordeel halen uit de samenwerking
Een bekend voorbeeld is de mycorrhiza (schimmelwortels), waarbij de schimmel
voedingsstoffen zoals fosfor levert aan de plant, terwijl de plant suikers produceert voor de
schimmel. Ook bij stikstofbindende bacteriën in de wortels van peulvruchten wordt stikstof
uit de lucht omgezet in een vorm die de plant kan gebruiken, en de plant levert de bacteriën
suikers.
Hechtwortels
bijwortels op stengels die de plant vastankeren
2
,Zuigwortels
dringen de weefsels van een gastplant binnen om water en voedingsstoffen uit de gastplant
te onttrekken, wat resulteert in parasitisme
Bladachtige wortels
wortels die eruitzien als bladeren en meestal functioneren in water- of voedingsopname,
vaak bij planten die in vochtige omgevingen groeien
Luchtwortels
wortels die boven de grond groeien, vaak bij planten die in vochtige of natte omgevingen
leven, en dienen voor ademhaling of het verankeren van de plant (bv: orchidee)
Ademwortels (pneumatoforen)
speciale wortels die boven de grond uitsteekt bij planten die in water- of modderige
omgevingen groeien, zoals mangroven, en dienen voor het opnemen van zuurstof in
zuurstofarme grond
Steunwortels: stelt-/plankwortels
extra wortels die uit de stengel groeien en de plant helpen om zich stevig vast te verankeren
in de bodem
⇒ komen vaak voor bij planten die op onstabiele grond of in waterige omgevingen groeien,
zoals bij mangroven of maïs
Noot: het mangrove ecosysteem
Het mangrove-ecosysteem is een uniek ecosysteem dat zich bevindt in de tropen en
subtropen, vaak langs kusten met veel regenval.
Ecologische waarde:
- biodiversiteit: ondersteunen een rijke biodiversiteit, met talloze plant- en diersoorten
die zich in deze omgeving hebben aangepast
- bescherming tegen predatoren: bieden een veilige haven voor jonge vissen, krabben
en andere zeedieren, die bescherming zoeken in de wortels.
- broed- en voedplaats
- kustbescherming: helpen de kustlijn te beschermen door de impact van cyclonen en
stormen te verminderen, verminderen erosie door stabiliseren van de bodem met
hun wortels
Productie van biomassa:
dragen bij aan de productie van biomassa, wat belangrijk is voor de koolstofcyclus en het
vastleggen van CO₂
3
, Economische waarde:
bieden economische voordelen door bijvoorbeeld visserij, hout en andere natuurlijke
hulpbronnen te leveren
Maatschappelijke waarde:
bron van voedsel en medicijnen voor lokale gemeenschappen, en spelen een cruciale rol in
de levensonderhoud van mensen die in deze gebieden wonen
MORFOLOGIE: DE STENGEL
DEFINITIE
- hoofdorgaan
- draagt/droeg meestal bladeren (ontstaan uit de knopen) en draagt knoppen
- duidelijk gesegmenteerd = geleed
- opmerking: stengel ≠ steel
BOUW
- stengel van een kiemplantje: epicotyl + hypocotyl
- cotyledon = zaadlobben
Onderdelen
- knoop (nodium): plaats op de stengel waar de bladeren ingeplant staan
- blad = Phyllotaxie: schikking vd bladeren op de stengel
● verspreid, tegenoverstaand, kruisgewijs, kransstandig
- bladlitteken: plaats op de stengel waar een blad is afgevallen
- internodium/stengellid: stengeldeel tussen 2 knopen (= tussenknoopstuk)
- stengellid: knoop + bovenliggend tussenknoopstuk
4
DEEL 1: MORFOLOGIE
morfologie: bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
- vegetatieve organen: stengel, blad, wortel
- generatieve organen: bloem, vrucht
belang: leert ons verwantschappen en hoe deze ontstaan zijn
DEFINITIE
morfologie: morfè = vorm
- logíā = leer
● synoniemen: vormleer, organografie
● bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
- vegetatieve organen: stam, blad, wortel
- generatieve organen: bloem, vrucht
MORFOLOGIE: DE WORTEL
DEFINITIE EN FUNCTIE
- niet geleed (geen knopen)
● wortel: niet geleed
● wortelstok (ondergrondse stengel): wel geleed
- bevat chlorofyl (uitzonderingen)
→ geen stengels of bladeren
- vestigt de plant in de bodem
- neemt uit de bodem water met daarin de opgeloste voedingsstoffen
→ belang van de wortelharen
- transport van plantensap
- de wortel ademt, vandaar de noodzaak dat de grond luchtig is (ademwortels)
- als opslagplaats voor reservevoedsel
- vermenigvuldiging
BOUW EN GROEI
1
,TYPES
Primaire wortelstelsels
- kiemwortel = radicula: primaire wortel aanwezig in het embryo
- hoofdwortel: ondergrondse verlenging van de stengel en verdere ontwikkeling van
de kiemwortel
- zijwortel: vertakking van de hoofdwortel
- wortelhaartjes: bijna niet te zien; halen water en mineralen uit de grond
Bijwortel (= adventiefwortel)
- ontstaan indien oorspronkelijke hoofdwortel verdwijnt of de andere wortels
evenwaardig uitgroeien
- vegetatieve vermenigvuldiging
vb: gras, prei, klimop, maïs
OMGEVORMDE WORTELS
Knolvormige wortels
- penwortel: langwerpig en smalle verdikking van
de hoofdwortel
● epidermis
● schors = cortex
→ opslag van reservevoedsel (glucose, zetmeel)
● centrale cilinder
- radijswortel: verdikking van hoofdwortel + onderste gedeelte van
de stengel (hypocotyl)
Wortelknollen
- verdikte bijwortels
- staan in verbinding met een knop: vegetatieve vermenigvuldiging
Symbiontische wortels
wortels die een symbiotische relatie aangaan met andere organismen in een mutualistische
interactie: betekent dat beide partners voordeel halen uit de samenwerking
Een bekend voorbeeld is de mycorrhiza (schimmelwortels), waarbij de schimmel
voedingsstoffen zoals fosfor levert aan de plant, terwijl de plant suikers produceert voor de
schimmel. Ook bij stikstofbindende bacteriën in de wortels van peulvruchten wordt stikstof
uit de lucht omgezet in een vorm die de plant kan gebruiken, en de plant levert de bacteriën
suikers.
Hechtwortels
bijwortels op stengels die de plant vastankeren
2
,Zuigwortels
dringen de weefsels van een gastplant binnen om water en voedingsstoffen uit de gastplant
te onttrekken, wat resulteert in parasitisme
Bladachtige wortels
wortels die eruitzien als bladeren en meestal functioneren in water- of voedingsopname,
vaak bij planten die in vochtige omgevingen groeien
Luchtwortels
wortels die boven de grond groeien, vaak bij planten die in vochtige of natte omgevingen
leven, en dienen voor ademhaling of het verankeren van de plant (bv: orchidee)
Ademwortels (pneumatoforen)
speciale wortels die boven de grond uitsteekt bij planten die in water- of modderige
omgevingen groeien, zoals mangroven, en dienen voor het opnemen van zuurstof in
zuurstofarme grond
Steunwortels: stelt-/plankwortels
extra wortels die uit de stengel groeien en de plant helpen om zich stevig vast te verankeren
in de bodem
⇒ komen vaak voor bij planten die op onstabiele grond of in waterige omgevingen groeien,
zoals bij mangroven of maïs
Noot: het mangrove ecosysteem
Het mangrove-ecosysteem is een uniek ecosysteem dat zich bevindt in de tropen en
subtropen, vaak langs kusten met veel regenval.
Ecologische waarde:
- biodiversiteit: ondersteunen een rijke biodiversiteit, met talloze plant- en diersoorten
die zich in deze omgeving hebben aangepast
- bescherming tegen predatoren: bieden een veilige haven voor jonge vissen, krabben
en andere zeedieren, die bescherming zoeken in de wortels.
- broed- en voedplaats
- kustbescherming: helpen de kustlijn te beschermen door de impact van cyclonen en
stormen te verminderen, verminderen erosie door stabiliseren van de bodem met
hun wortels
Productie van biomassa:
dragen bij aan de productie van biomassa, wat belangrijk is voor de koolstofcyclus en het
vastleggen van CO₂
3
, Economische waarde:
bieden economische voordelen door bijvoorbeeld visserij, hout en andere natuurlijke
hulpbronnen te leveren
Maatschappelijke waarde:
bron van voedsel en medicijnen voor lokale gemeenschappen, en spelen een cruciale rol in
de levensonderhoud van mensen die in deze gebieden wonen
MORFOLOGIE: DE STENGEL
DEFINITIE
- hoofdorgaan
- draagt/droeg meestal bladeren (ontstaan uit de knopen) en draagt knoppen
- duidelijk gesegmenteerd = geleed
- opmerking: stengel ≠ steel
BOUW
- stengel van een kiemplantje: epicotyl + hypocotyl
- cotyledon = zaadlobben
Onderdelen
- knoop (nodium): plaats op de stengel waar de bladeren ingeplant staan
- blad = Phyllotaxie: schikking vd bladeren op de stengel
● verspreid, tegenoverstaand, kruisgewijs, kransstandig
- bladlitteken: plaats op de stengel waar een blad is afgevallen
- internodium/stengellid: stengeldeel tussen 2 knopen (= tussenknoopstuk)
- stengellid: knoop + bovenliggend tussenknoopstuk
4