Beco: hoofdstuk 19
Paragraaf 1
Financiële structuur bestaat uit kapitaalstructuur (samenstelling van
activa) en vermogensstructuur (samenstelling van vermogen).
Zie 1e afbeelding paragraaf 1!
Onderneming stelt eerst vast hoe kapitaalstructuur moet zijn en daaruit
wordt de totale vermogensbehoefte afgeleid. Dan bepaalt onderneming
welke soorten vermogen beschikbaar zijn om in vermogensbehoeften te
voorzien. Dit leidt tot de financieringsbegroting en ook tot een
vermogensstructuur.
Looptijd van het aan te trekken vermogen moet goed aansluiten bij de
levensduur van het in de activa te investeren vermogen. Regels
financiering:
In permanente vermogensbehoeften moet worden voorzien in
permanent vermogen.
In langdurig tijdelijke behoeften kan worden voorzien met langdurig
tijdelijk of permanent vermogen.
In kortstondig tijdelijke behoeften kan worden voorzien met
kortstondig tijdelijk, langdurig tijdelijk of permanent vermogen.
Ook wordt gekeken naar interestkosten, want lang vermogen is
voordeliger.
Paragraaf 2
Liquidatiewaarde = investeringsproject is niet meer nodig, omdat alles
moet worden verkocht als onderneming wordt geliquideerd.
Rentabiliteitswaarde = je berekent de waarde van een onderneming door
de contante waarde te bepalen van alle voor de toekomst verwachte
resultaten (na belasting). Je moet eerst de jaarlijkse cashflows omrekenen
naar de nettoresultaten per jaar (voorbeeld 18.1). In het voorbeeld
bereken je de contante waarde.
Marktwaarde = waarde die de markt bereid is te betalen. Een
veelbelovend investeringsproject heeft meestal een positief effect op de
marktwaarde.
Paragraaf 3
Paragraaf 1
Financiële structuur bestaat uit kapitaalstructuur (samenstelling van
activa) en vermogensstructuur (samenstelling van vermogen).
Zie 1e afbeelding paragraaf 1!
Onderneming stelt eerst vast hoe kapitaalstructuur moet zijn en daaruit
wordt de totale vermogensbehoefte afgeleid. Dan bepaalt onderneming
welke soorten vermogen beschikbaar zijn om in vermogensbehoeften te
voorzien. Dit leidt tot de financieringsbegroting en ook tot een
vermogensstructuur.
Looptijd van het aan te trekken vermogen moet goed aansluiten bij de
levensduur van het in de activa te investeren vermogen. Regels
financiering:
In permanente vermogensbehoeften moet worden voorzien in
permanent vermogen.
In langdurig tijdelijke behoeften kan worden voorzien met langdurig
tijdelijk of permanent vermogen.
In kortstondig tijdelijke behoeften kan worden voorzien met
kortstondig tijdelijk, langdurig tijdelijk of permanent vermogen.
Ook wordt gekeken naar interestkosten, want lang vermogen is
voordeliger.
Paragraaf 2
Liquidatiewaarde = investeringsproject is niet meer nodig, omdat alles
moet worden verkocht als onderneming wordt geliquideerd.
Rentabiliteitswaarde = je berekent de waarde van een onderneming door
de contante waarde te bepalen van alle voor de toekomst verwachte
resultaten (na belasting). Je moet eerst de jaarlijkse cashflows omrekenen
naar de nettoresultaten per jaar (voorbeeld 18.1). In het voorbeeld
bereken je de contante waarde.
Marktwaarde = waarde die de markt bereid is te betalen. Een
veelbelovend investeringsproject heeft meestal een positief effect op de
marktwaarde.
Paragraaf 3