Master Notarieel recht
2025-2026
Douwe Jacobs
,Inhoudsopgave
Week 1 ........................................................................................................................................ 3
Week 2 ...................................................................................................................................... 28
Week 3 ...................................................................................................................................... 68
Week 4 ...................................................................................................................................... 82
Week 6 ..................................................................................................................................... 107
Week 7 ..................................................................................................................................... 142
Week 8 ..................................................................................................................................... 153
Week 9 ..................................................................................................................................... 189
,Week 1
Inleiding
Deze (inleidende) week gaat over de oprichting en inrichting van rechtspersonen, in
het bijzonder de BV en de NV (die in dit vak het meest aan bod zullen komen). Onder
meer de opzet en algemene bepalingen van Boek 2 BW, oprichtingsvereisten van
een rechtspersoon en gevolgen van oprichtingsgebreken.
Algemene informatie vennootschappen
Bij oprichting van een vennootschap verklaart de oprichter vier dingen:
- dat hij een vennootschap wil oprichten;
- dat de vennootschap beheerst zal worden door de ‘statuten’, die in de akte
worden opgenomen;
- dat een of meer personen voor een bepaald bedrag deelnemen in het kapitaal
van de vennootschap; en
- wie tot bestuurder van de vennootschap wordt benoemd.
Het voorgaande biedt inzicht in wat een vennootschap is: het is een rechtspersoon –
en dus een zelfstandige drager van rechten en plichten – die voor oprichting nog niet
bestond. Deze rechtspersoon wordt ‘geregeerd’ door ‘statuten’: een set regels die de
vennootschap, in wisselwerking met de wet, tot een zelfstandig juridisch systeem
maakt, ook wel aangeduid als een deelrechtsorde. De deelrechtsorde wordt naast
het voornoemde ook beheerst door besluiten van organen, soms ook door
reglementen, bepalingen uit de Corporate Governance Code (zie later) en op grond
van art. 2:8 BW door de redelijkheid en billijkheid. De personen die deelnemen in het
kapitaal van de vennootschap (de aandeelhouders) treden met het nemen van
aandelen toe tot de deelrechtsorde. Naast dat hij deel van de rechtsorde gaat
uitmaken vervult hij ook een rol als ‘derde’ jegens de vennootschap: hij staat tot haar
in een bepaalde (verbintenisrechtelijke) rechtsbetrekking. Het aandeelhouderschap is
dus tweeledig. Datzelfde geldt voor bestuurders en commissarissen: enerzijds
hebben zij bevoegdheden die de deelrechtsorde aan hen heeft toegekend,
anderzijds zijn zij een ‘derde’ jegens de vennootschap, op grond waarvan zij de
vennootschap bijvoorbeeld kunnen aanspreken tot betaling van hun salaris.
- Vennootschap en onderneming
De begrippen ‘vennootschap’ en ‘onderneming’ worden vaak door elkaar
gebruikt, in sommige situaties ten onrechte. Hoewel de definitie van
‘onderneming’ sterk versnipperd is in wetgeving, is de meest gangbare
opvatting voor het vennootschapsrecht de volgende: een organisatorisch
verband, gericht op duurzame deelneming aan het economisch verkeer. De
vennootschap lijkt een organisatorisch verband: het is immers een
deelrechtsorde. Ook is zij gericht op duurzame deelneming aan het
economisch verkeer. Het parallel is dus duidelijk, maar houdt niet altijd stand.
Dat heeft te maken met de definitie van ‘organisatorisch verband’ Er zijn drie
benaderingen: een (i) reële, (ii) instrumentele en (iii) institutionele benadering.
Bij een reële benadering is het organisatorisch verband een verband van
goederen die voorwerp zijn van een rechtshandeling, bijvoorbeeld koop of
verkoop. De eigenaar van die goederen (bijvoorbeeld een vennootschap)
, heeft de onderneming. De eigenaar is zelf dus niet de onderneming. De
moeilijkheid aan deze benadering is dat de status van goederen een
onderneming niet per definitie tot onderneming maakt: ook wat met de
goederen wordt gedaan, (meestal) door menselijk ingrijpen. Het gebruik van
de organisatie voor een daarvoor gesteld doel is de kern van de instrumentele
benadering. De onderneming wordt dan gezien als instrument dat ten dienste
staat van het economisch streven van de eigenaar. Deze eigenaar (dat kan
een vennootschap zijn) drijft de onderneming. Tot slot bestaat de institutionele
benadering, waarbij uitgangspunt is dat de onderneming een organisatie van
mensen is die deelneemt aan het economisch verkeer. Daarbij wordt veel
nadruk gelegd op het recht van een ruime kring van (die) mensen om deel te
nemen aan totstandkoming van beslissingen binnen de vennootschap. Ieders
belang wordt betrokken: niet alleen dat van aandeelhouders. Met die
gedachtegang is een onderneming een organisatorisch verband met een
zekere zelfstandigheid in de maatschappij, dat soms zelfs tegen de eigenaar-
ondernemer optreedt ter bescherming van andere stakeholders. Er kan dan
gesproken worden van de onderneming als zelfstandig instituut.
- Organisatie en doelstelling
De (interne) organisatie van een vennootschap bestaat uit verschillende
organen. Met orgaan wordt bedoeld: een uit een of meer personen bestaande
functionele eenheid die door de wet of de statuten met
beslissingsbevoegdheid in vennootschappelijke aangelegenheden is bekleed.
Bestuur en AVA
De belangrijkste organen van een vennootschap zijn (i) het bestuur en (ii) de
algemene vergadering (AVA). Op het bestuur rust de verplichting de
vennootschap te leiden. De AVA vertegenwoordigt het kapitaal van de
vennootschap (of wel, het ‘eigenaarsbelang’). Beslissingen die de AVA neemt
gaan vaak over de structuur van de vennootschap (bijvoorbeeld bij een
statutenwijziging).
Het bestuur en de AVA mogen elkaars terrein niet betreden. Zij worden ieder
gezien als autonoom. Dit is een van de belangrijkste structurele kenmerken
van een NV en BV. Wel maakt de wet inbreuk op deze hoofdregel,
bijvoorbeeld door een bestuur verplicht te stellen zich te gedragen naar
aanwijzingen van een ander orgaan (art. 2:239 lid 4 BW voor een BV).
Andere organen
Naast een bestuur en AVA kan een vennootschap andere organen hebben.
Voorbeelden zijn (i) een raad van commissarissen (RvC), (ii) de vergadering
van houders van aandelen met een bepaalde soort of aanduiding, (iii) de
aandeelhouderscommissie en (iv) de gemeenschappelijke vergadering van
het bestuur en de RvC.
In de literatuur verschilt men van mening over de vraag of de
ondernemingsraad van een vennootschap (OR) als orgaan dient te worden
aangemerkt. Voorstanders zijn van mening dat aan de OR belangrijke
vennootschapsrechtelijke bevoegdheden toekomen. Tegenstanders menen