'Wijsbegeerte of het wetenschappelijke denken'. Dat is de titel van dit opleidingsonderdeel. Het waren de
Griekse filosofen, in het bijzonder de zogenaamde 'presocraten' (filosofen vóór Socrates), die het eerst
nadachten op een manier die we vandaag wetenschappelijk zouden noemen: systematisch op basis van
waarnemingen. De ontwikkeling van de wetenschappen valt dan ook zeer lang samen met de geschiedenis
van de filosofie.
De Westerse filosofen ontwikkelden doorheen de eeuwen technieken om betrouwbare kennis te bekomen; ze
stelden zich trouwens ook de vraag wat precies kennis was. Zoetjesaan evolueerden ze naar de 'moderne
wetenschappelijke aanpak' die het licht zag in de 17de eeuw. Lang ging men op zoek naar 'dé'
wetenschappelijke methode – in de veronderstelling dat je maar op één manier aan wetenschap kan doen.
Naarmate de diverse wetenschappelijke disciplines zich ontwikkelen, komt men erachter dat er geen
enkelvoudige manier bestaat om aan wetenschap te doen. Toch zijn er overeenkomsten: systematisch,
gecontroleerd, feitelijk.
We maken kennis in dit opleidingsonderdeel met heel wat filosofen die denkmethoden ontwikkelden om, zoals
gezegd, te komen tot betrouwbare kennis, maar ook manieren om elkaar te overtuigen: technieken die
wetenschappers gebruiken, maar die natuurlijk iedereen kan toepassen, ook in het dagelijkse leven.
De filosofen worden chronologisch gepresenteerd; vandaar dat de cursus verloopt van oudheid (van de 6de
eeuw voor het begin van onze jaartelling tot de 2de eeuw na), naar middeleeuwen (tot de 14de eeuw), over
renaissance en verlichting (tot de 18de eeuw), tot de 19de en zelfs begin van de 20ste eeuw.
De nadruk ligt op de filosofische methodieken; elk hoofdstuk eindigt dan ook met een toepassing van
daarvan voor argumentatie, onderzoek en criminologie
OUDHEID
, REDUCTIE- THALES (6e-7e EEUW-MILETE)
REDUCTIE
Herleiding van veelheid naar eenheid. Op zoek naar de archè (oorsprong):
Die archè blijft steeds onveranderlijk, overal en altijd aanwezig in de natuur.
Thales: water.
Demokritos (460-370): atomen.
Radicale reductie: fysicalisme : alles herleiden tot fysica.
Gevaar: demystificatie.
ETYMOLOGIE OOK TOEPASSING VAN REDUCTIE
Archeologie, archaïsmee,… arché
Biedt inzicht
Mnemotechniek (geheugenkunst): reeks meethoden van memorisering
THALES
Geen originele teksten meer
Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers, put
Eerste natuurfilosoof: op samenhangende wijze zonder te verwijzene naar goden of magische krachten
de natuur (physis)
Stelling van thales: herleiden van wereld tot wiskunde (soms demystificatie: te ver)
PYTHAGORAS (6e EEUW- SAMOS)
Stelling: a2 +b2 =c2
Relatie tussen intervallen van toonladders en wiskundige verhoudingen.
Indien de rechthoekzijden gelijk zijn, dan kan de schuine zijde niet worden uitgedrukt als een
verhouding van de rechthoekzijden.
De natuur kan door het beoefenen van de wiskunde worden begrepen.
TOEPASSINGEN (REDUCTIE)
Argumentatief: Suggereert een diepere waarheid.
Onderzoekend: Zet aan tot verder verkennen door op te delen en dieper te
graven.
Voor criminologen: Wat is misdadig gedrag? Is het een sociologisch fenomeen?
Is het een psychologisch fenomeen? Moet je het holistisch verklaren (in de zin dat
het een verschijnsel is dat meer is dan de som van de delen)? Wat is de
achterliggende oorzaak?
PRINCIPE VAN VOLDOENDE REDEN - ANAXIMANDER (6 e- 7e EEUW)
ANAXIMANDERS REDENERING
Voor alles wat er gebeurt moet er een reden zijn
“De aarde is onbeweegelojk omdat een beweging in welke richting ook geen verschil zou makenn”
Alle richtingen zijn gelijk
Geen reden om in een bepaalde richting te bewegen (want alle richtingene zijn gelijk), dus beweegt
aarde niet
Er is geen voldoende reden om te bewegen
VERDER UITGEWERKT
Christian Wolff - 1679/1754 : “Niets is zonder reden waarom het veeleer bestaat dan waarom het niet
bestaat.”
Wilhelm von Leibniz – 1646/1716 : “Alhoewel deze redenen ons meestal niet bekend zullen zijn.”
DE ARCHÈ VOLGENS ANAXIMANDER
Apeiron (= onbegrendsde) ; er moet iets zijn dat alle dingen gemeen hebben, daarom is het zelf onbepaald en
onvatbaar
Datgene wat onderliggend is aan alle dingen heeft zelf geen kenmerkenn ; alles en niets tegelijkertijd
Komt neer op het principe ; voldoende oorzaak, alles heeft een oorzaak, maar is niet altijd gekend
Alles heeft een (materiële) oorzaak, maar die (materiële) oorzaak is (uiteindelijk) onkenbaar.
Reduceren maar het ultieme open laten
Principe van reden betekent niet dat er noodzakelijk een oorzaak moet zijn
REDENEN, MAAR GEEN OORZAKEN
,ARTHUR SCHOPPENHAUER (16e / 17e eeuw)
Alles heeft een (materiele) oorzaak, maar die (matereiele) oporzaak is (uiteindelijk) onkenbaar
Waarom een geschenkje? Waarom leef je? ; Heeft een reden, maar niet noodzakelijk een óorzaak
Alles heeft een reden, maar moet daarvoor geen oorzaak hebben
Objecten hebben geen keuze: voor keuze is bewustzijn nodig
Principe neem je aan of niett want valt niet te bewijzen
DAVID HUME (18e eeuw) – geeft kritiek
Hoe strerk het principe ook mag zijn, valt niet te bewijzen
Daarom is het ook een principe dat je aanneemt of niet
Je hebt er geen goede reden voor
Verband tussen reden en noodzakelijkheid aantonen?
Je kan geen oorzaak geven voor de wijze waardoor de wereld is zoals die is
TOEPASSINGEN
Argumentatief: Elk onderzoek is gelegitimeerd. Je leert niets bij door te stellen dat er geen reden is voor iets
te zijn zoals het is.
Onderzoekend : alles wat is, heeft een reden : waarom is iets het geval? Alles moet een verklaring
hebben. Het principe van voldoende reden stimuleert de zoektocht naar kennis.
Criminologen: Daarom is geen antwoord op de vraag waarom
ANALOGIE - ANAXIMENES (6e EEUW)
LUCHT
“Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem en lucht de gehele wereld.”
“De sterren draaien om de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt.”
“Het universum draait als een molensteen.”
“De sterren zitten vast aan de kristallijne sferen zoals met spijkers.”
“De zon is zo plat als een blad.”
Bii een sterke analogie vertonen de vergeleken situaties veel gelijkenissen en weinig relevante verschillen (=
zeer moeilijk te vinden) : zijn zwak (veel verschillen)
EMPEDOKLES(4e-5e EEUW)
Analogie over de vier elementen en hun affectie of afkeer met elkaar (water, aarde, lucht & vuur: deze hebben
elkaar nodig, maar kunnen ook problemen veroorzaken)
“De wisselwerking tussen de dingen houdt nooit op, dan komen ze samen door Liefde, dan worden ze
uit elkaar gedreven door haat of strijd)
XENOPHANES (5e-6e EEUW)
, De eerste die het bestaan van de goden in vraag durfde stellen
Analogie van de ossen en de paarden
“Als ossen en paarden en leeuwen handen hadden en kunstwerken konden scheppen, dan zouden de
paarden de goden afbeelden als paarden, de ossen als ossen en hun lichamen overeenkomstig hun
eigen aard”
Als er toch iemand is die de waarheid kent, zal hij het zelf niet weten. We kunnen alleen maar raden. =
mening
TOEPASSINGEN
Argumentatief: Om complexe dingen uit te leggen. Bewijskracht zit in de mate van gelijkenis. (Galileo zag dat
er rond Jupiter maantjes draaiden en voerde dat aan als bewijs voor het heliocentrisme: als er rond een
planeet manen draaien, dan is het zeer aannemelijk dat de planeten rond de zon draaien (zie verder)
Onderzoekend: Leidt tot inzichten omdat ze nieuwe waarnemningern duidr adhv bestaande kennis door
vergelijking. Of ze leidt tot plausibele hypothesen.
Criminologen: Vergelijk een situatie met een bekende situatie, kan inzicht brengen maar ook bevattelijker
maken voor de anderen. -> De analogie betreft vergelijking met iets uit een ander domein
WET VAN DE NIET-CONTRADICTE – PARMENIDES (ong. 475-ELEA)
“ALLES WAT IS, IS EN KAN NOOIT NIET ZIJN”
Uitgesloten dat iets is en tegelijkertijd niet is
De wet is zelf noodzakelijk waar (tautologie): of iets waar is of niet, het is altijd zo dat het niet kan zijn
dat iets waar is en tegelijkertijd vals
Aantonen dat ze niet het geval is:er zijn uitspraken die waar zijn en vals, zoals de wet in kwestie (in onze
veronderstelling)
Precies wat de wet veronderstelt: er zijn dingen die waar zijn en dingen die vals zijn, maar ze kunnen
niet tegelijkertijd waar & vals zijn
Dus als je de wet als onwaar wilt afdoen, moet je eerst de wet zelf aannemen, dus waar
veronderstellen
Maar als je aanneemt dat ze waar is om ze te kunnen weerleggen dan spreek je jezelf tegen
De wet is het geval
De wet rationeeel weerleggen lukt niet omdat ze zelf de basis vormt van de rationaliteit
WORDING IS UITGESLOTEN
Als alles is dat is het en is er geen wording, dus ook geen verandering. Verandering is een illusie : onze
zintuigen creëren een schijnwereld
Omstandige argumentatie om de onmogelijkheid van verandering aan te tonen
Verandering veronderstelt vernietiging en creatie: iets gaat van bestaan naar niet-bestaan of van niet-bestaan
naar bestaan.
Verandering impliceert dus dat iets is en tegelijkertijd niet is. En dat is uitgesloten.
Maar toch is dat mogelijk: want een zelfde iets kan in het heden niet bestaan, maar wel in het
verleden. En het bestaat
niet in de toekomst, maar dat kan nog veranderen.
Maar als we zeggen dat iets bestaat in het verleden, dan is dat.
En als we zeggen dat iets bestaat in de toekomst, dan is dat.
Maar bestaan is niets anders dan existeren in het heden: dan vallen verleden en heden en toekomst
samen, terwijl we zeggen dat het verleden en de toekomst juist verschillend zijn van het heden. Het
leidt ons dus tot een contradictie.
Om de tegenstelling te vermijden ontkende Parmenides zowel het bestaan van tijd als van verandering