VP-TH: ZSO 4: Patroon 6: Cognitie en waarneming.DEEL 2: Waarneming
Cognitie: kennisneming.
Cognitieve functies: Bewustzijn, Aandacht en oriëntatie, Intellectuele functie (vb
Oordeelsvermogen,Taal,Rekenen),Voorstelling,Waarneming,Zelfbeleving,Lichaamsbelevin
g,Denken,Problemen oplossen,Taalvermogen,Geheugen,
Wat is het belang van de cognitieve functies.
De cognitieve functies zijn van groot belang voor de oriëntatie op jezelf en de omgeving.
Door de cognitieve functies ben je in staat je bewust te zijn van wat er om je heen
gebeurt. Ook ben je in staat te oordelen, te abstraheren, te denken, te rekenen en een
taal te spreken.
Je kunt informatie opslaan en verwerken met behulp van het geheugen. Je kunt zaken
voorstellen en waarnemen.
Waarneming: refereert aan de zintuiglijke functies aan de zintuiglijke functies zoals:
Horen,zien,proeven,voelen,ruiken
pijnzin en de omgang met pijn vormen eveneens een onderdeel van de zintuiglijke
waarneming.
De mens ziet, ruikt en hoort niet alles.
De mens laat ook vaak alleen de signalen toe die hij geselecteerd heeft en die voor hem
een bepaalde betekenis hebben. We kunnen dat onbewust doen. Dit gebeurt vooral bij
niet veranderende signalen (gewoontegetrouw).
We kunnen dat heel doelbewust doen door:
- naar iets of iemand te kijken, te luisteren
- iets of iemand te betasten
- te proeven
- te lezen
- te ruiken
Belangrijk bij het doelgericht gebruiken van de zintuigen zijn de interessesfeer van de
persoon in kwestie, zijn behoeften, de situatie en het functioneren van zijn zintuigen.
We kunnen de volgende zintuigen en zinnen onderscheiden:
- zintuigen die informatie uit de omgeving kunnen opvangen:
ogen (gezicht)
oren (gehoor)
neus (reuk)
tong (smaak) huid (tast/warmte- en koudezin)
- zintuigen die informatie uit de omgeving kunnen opvangen:
oor (evenwicht)
huid (warmte-en koudezin)
zenuw (pijnzin)
De relatie met het neurologisch systeem.
Cognitie en waarnemingspatroon ook met het neurologische systeem te maken heeft.
Aangezien het zenuwstelsel autonoom werkt en de mens er dus geen rechtstreekse
controle over heeft, zullen verpleegproblemen niet op het zenuwstelsel zelf gericht zijn,
maar op het daaruit voortvloeiend gezondheidsproblemen.
Als vpk kunnen we in diverse settings regelmatig geconfronteerd worden met
beperkingen in het cognitie en waarnemingspatroon.
Cognitie: kennisneming.
Cognitieve functies: Bewustzijn, Aandacht en oriëntatie, Intellectuele functie (vb
Oordeelsvermogen,Taal,Rekenen),Voorstelling,Waarneming,Zelfbeleving,Lichaamsbelevin
g,Denken,Problemen oplossen,Taalvermogen,Geheugen,
Wat is het belang van de cognitieve functies.
De cognitieve functies zijn van groot belang voor de oriëntatie op jezelf en de omgeving.
Door de cognitieve functies ben je in staat je bewust te zijn van wat er om je heen
gebeurt. Ook ben je in staat te oordelen, te abstraheren, te denken, te rekenen en een
taal te spreken.
Je kunt informatie opslaan en verwerken met behulp van het geheugen. Je kunt zaken
voorstellen en waarnemen.
Waarneming: refereert aan de zintuiglijke functies aan de zintuiglijke functies zoals:
Horen,zien,proeven,voelen,ruiken
pijnzin en de omgang met pijn vormen eveneens een onderdeel van de zintuiglijke
waarneming.
De mens ziet, ruikt en hoort niet alles.
De mens laat ook vaak alleen de signalen toe die hij geselecteerd heeft en die voor hem
een bepaalde betekenis hebben. We kunnen dat onbewust doen. Dit gebeurt vooral bij
niet veranderende signalen (gewoontegetrouw).
We kunnen dat heel doelbewust doen door:
- naar iets of iemand te kijken, te luisteren
- iets of iemand te betasten
- te proeven
- te lezen
- te ruiken
Belangrijk bij het doelgericht gebruiken van de zintuigen zijn de interessesfeer van de
persoon in kwestie, zijn behoeften, de situatie en het functioneren van zijn zintuigen.
We kunnen de volgende zintuigen en zinnen onderscheiden:
- zintuigen die informatie uit de omgeving kunnen opvangen:
ogen (gezicht)
oren (gehoor)
neus (reuk)
tong (smaak) huid (tast/warmte- en koudezin)
- zintuigen die informatie uit de omgeving kunnen opvangen:
oor (evenwicht)
huid (warmte-en koudezin)
zenuw (pijnzin)
De relatie met het neurologisch systeem.
Cognitie en waarnemingspatroon ook met het neurologische systeem te maken heeft.
Aangezien het zenuwstelsel autonoom werkt en de mens er dus geen rechtstreekse
controle over heeft, zullen verpleegproblemen niet op het zenuwstelsel zelf gericht zijn,
maar op het daaruit voortvloeiend gezondheidsproblemen.
Als vpk kunnen we in diverse settings regelmatig geconfronteerd worden met
beperkingen in het cognitie en waarnemingspatroon.