ORGANISATIEMANGEMENT
Organisatie = Een systeem van gecoördineerde activiteiten van 2 of meerdere
personen- Chester Bernard
3 onderdelen:
o De medewerker (micro)
o De groep (meso)
o De organisatie (macro)
Organsiatiemanagement= interdisciplinair
Organizational Behaviour (OB), Sociologie, Psychologie, Economie, Human
Resource Management (HRM) etc.
Managers
“There is only one thing that keeps your company alive, that is: the people you work
with. All the rest is secondary. You have to motivate people and attract the best.
Every single employee can make a difference (…) People are the essence of an
organization and nothing else.” -Ricard Branson
Gaat over motivatie ; maar is niet de enige belangrijke antecedent voor
performantie
,HOOFSTUK 1: EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS
KLASSIEKE BENADERING
Vanaf de 1900, wetenschappelijke benadering (rationeel) van organisaties. De
context veranderde enorm die tijd: er waren grotere fabrieken, meer technologie en
meer mechanisatie. Nieuwe producten + nieuwe consumenten
Karl Marx: “de working class”
Drukheim: de analyse van het verlies van solidariteit in een nieuwe
samenleving
Weber: bureaucratie (werking van de organisatie)
RATIONELE BENADERING
Taylor was de grondlegger van organisatiegedrag en scinetific management
“A scientific approach to management in which all tasks in organisations are in-depth
analysed, routinised, divided and standardized, instead of using rules-of-thumb”
Via time- and motion studies zocht naar hoe het optimaal rendement binnen ene
organsiatie kan bereiekt worden.
hij verdeelde de organisatie in in sub-taken om zo tot ene meest efficiente manier
van werken te komen (→ one best way)
,Taylor gebruikte deze kennis en ervaring om bij Ford et werken. Hij paste zijn
standaardisatie toe op de ‘Ford Model T’, waardoor er een auto werd ontworpen die
betaalbaar was en zo nieuwe consumenten aantrok.
Ford assembly line (lopende band) zorgde voor:
o Hoger rendement
o Standardisatie
o Controle en voorspelbaarheid
o Routine
o Workers work, managers think
o Optimalisatie gereedschappen
→ Daartegenover groeide een grote weerstand tegen het Taylorisme dat heeft
geleid tot enkele protesten.
o Het werk werd door velen als mensonterend beschouwd: mensen werden
uitgebuit in functie van hogere winsten
o Met de mensfactor had Taylor geen rekening gehouden, zo negeerde hij
het belang van beroepsfierheid en werktevredenheid en het belang van
andere beloningen dan zuivere financiële
o Te ver doorgedreven splitsing en routinesering van taken wat leidde tot
een mindere kwaliteit of deskillling
Wordt Taylorisme nog steeds nu toegepast? Ja, bv. Autosector maar er heeft ene
enorme evolutie plaatsgevonden, alle producten zijn vele complexer geworden.
→ Bovendien blijft er nog steeds kritiek: bij een te hoog tempo haken mensen af, is
er verzuim, zijn er meer fouten, … Maar bij een te laag niveau is er een gebrek aan
uitdaging
, Fayol was de eerste om de taak va het management als een afzonderlijk en
belangrijke taka te verkennen.
Hij stelde vast dta managers altijd opgeleide ingenieurs waren
Hij omschreef 5 basistaken van het lanagement en 14 principes
o Plannen
▪ Het algemeen organisatie-/ondernemingsdoel nastreven
▪ LT en KT-plannen aan elkaar aanpassen en elkaar beïnvloeden
▪ Een plan is flexibel en past zich aan volgens de omstandigheden
▪ Elk plan is specifiek (welomschreven) en voldoende operationeel
uitgedrukt
o Organiseren
▪ Organisatie is gebaseerd op de regel van eenheid, leiding
▪ De verantwoordelijkheden van iedereen liggen vast
▪ Organisatie verloopt volgens gekende procedures
▪ Alle regels zijn vast in een organogram
▪ Strikt hierarchische lijnorganisatie
o Leidinggeven
▪ Sturen: richtlijnen en opdrachten geven aan de medewerkers
▪ Motiveren van de medewerkers
o Coördineren
▪ Taken afstemmen op algemeen organisatiedoel
o Controleren: het beheersen en het onder controle hebben
Taylor Fayol
Taylor vindt dat het logisch is Het loon moet in verhouding staan tot de inbreng
mensen, die zich willen aanpassen om van het individu om de organisatiedoelen te halen.
te werken in een systeem van Fayol is wel de eerste om te zeggen dat er geen
opgelegde taken, een hoger loon perfect beloningssysteem bestaat.
krijgen .
“Managers think, workers work” Denken is niet los te koppelen van handelen.
Initiatief moet op elke niveau gestimuleerd worden
(natuurlijk binnen de spelregels van de organisatie).
Taylor stelde voor dat arbeiders Hoewel Fayol ook een plaats gaf aan ‘functioneel’
meerdere functionele (verdeling van management omwille van de vereiste kennis en
de taken, kwaliteit en tempo) chefs specialisatie (planning, methode- en tijdstudie) en
konden hebben; dit was duidelijk een dagelijkse begeleiding aanvaardde, stond hij steevast
reactie op de zgn.‘soldiering’ die hij voor een eenheid van leiding bij de uitvoering.
vaststelde.
Organisatie = Een systeem van gecoördineerde activiteiten van 2 of meerdere
personen- Chester Bernard
3 onderdelen:
o De medewerker (micro)
o De groep (meso)
o De organisatie (macro)
Organsiatiemanagement= interdisciplinair
Organizational Behaviour (OB), Sociologie, Psychologie, Economie, Human
Resource Management (HRM) etc.
Managers
“There is only one thing that keeps your company alive, that is: the people you work
with. All the rest is secondary. You have to motivate people and attract the best.
Every single employee can make a difference (…) People are the essence of an
organization and nothing else.” -Ricard Branson
Gaat over motivatie ; maar is niet de enige belangrijke antecedent voor
performantie
,HOOFSTUK 1: EEN BLIK OP DE GESCHIEDENIS
KLASSIEKE BENADERING
Vanaf de 1900, wetenschappelijke benadering (rationeel) van organisaties. De
context veranderde enorm die tijd: er waren grotere fabrieken, meer technologie en
meer mechanisatie. Nieuwe producten + nieuwe consumenten
Karl Marx: “de working class”
Drukheim: de analyse van het verlies van solidariteit in een nieuwe
samenleving
Weber: bureaucratie (werking van de organisatie)
RATIONELE BENADERING
Taylor was de grondlegger van organisatiegedrag en scinetific management
“A scientific approach to management in which all tasks in organisations are in-depth
analysed, routinised, divided and standardized, instead of using rules-of-thumb”
Via time- and motion studies zocht naar hoe het optimaal rendement binnen ene
organsiatie kan bereiekt worden.
hij verdeelde de organisatie in in sub-taken om zo tot ene meest efficiente manier
van werken te komen (→ one best way)
,Taylor gebruikte deze kennis en ervaring om bij Ford et werken. Hij paste zijn
standaardisatie toe op de ‘Ford Model T’, waardoor er een auto werd ontworpen die
betaalbaar was en zo nieuwe consumenten aantrok.
Ford assembly line (lopende band) zorgde voor:
o Hoger rendement
o Standardisatie
o Controle en voorspelbaarheid
o Routine
o Workers work, managers think
o Optimalisatie gereedschappen
→ Daartegenover groeide een grote weerstand tegen het Taylorisme dat heeft
geleid tot enkele protesten.
o Het werk werd door velen als mensonterend beschouwd: mensen werden
uitgebuit in functie van hogere winsten
o Met de mensfactor had Taylor geen rekening gehouden, zo negeerde hij
het belang van beroepsfierheid en werktevredenheid en het belang van
andere beloningen dan zuivere financiële
o Te ver doorgedreven splitsing en routinesering van taken wat leidde tot
een mindere kwaliteit of deskillling
Wordt Taylorisme nog steeds nu toegepast? Ja, bv. Autosector maar er heeft ene
enorme evolutie plaatsgevonden, alle producten zijn vele complexer geworden.
→ Bovendien blijft er nog steeds kritiek: bij een te hoog tempo haken mensen af, is
er verzuim, zijn er meer fouten, … Maar bij een te laag niveau is er een gebrek aan
uitdaging
, Fayol was de eerste om de taak va het management als een afzonderlijk en
belangrijke taka te verkennen.
Hij stelde vast dta managers altijd opgeleide ingenieurs waren
Hij omschreef 5 basistaken van het lanagement en 14 principes
o Plannen
▪ Het algemeen organisatie-/ondernemingsdoel nastreven
▪ LT en KT-plannen aan elkaar aanpassen en elkaar beïnvloeden
▪ Een plan is flexibel en past zich aan volgens de omstandigheden
▪ Elk plan is specifiek (welomschreven) en voldoende operationeel
uitgedrukt
o Organiseren
▪ Organisatie is gebaseerd op de regel van eenheid, leiding
▪ De verantwoordelijkheden van iedereen liggen vast
▪ Organisatie verloopt volgens gekende procedures
▪ Alle regels zijn vast in een organogram
▪ Strikt hierarchische lijnorganisatie
o Leidinggeven
▪ Sturen: richtlijnen en opdrachten geven aan de medewerkers
▪ Motiveren van de medewerkers
o Coördineren
▪ Taken afstemmen op algemeen organisatiedoel
o Controleren: het beheersen en het onder controle hebben
Taylor Fayol
Taylor vindt dat het logisch is Het loon moet in verhouding staan tot de inbreng
mensen, die zich willen aanpassen om van het individu om de organisatiedoelen te halen.
te werken in een systeem van Fayol is wel de eerste om te zeggen dat er geen
opgelegde taken, een hoger loon perfect beloningssysteem bestaat.
krijgen .
“Managers think, workers work” Denken is niet los te koppelen van handelen.
Initiatief moet op elke niveau gestimuleerd worden
(natuurlijk binnen de spelregels van de organisatie).
Taylor stelde voor dat arbeiders Hoewel Fayol ook een plaats gaf aan ‘functioneel’
meerdere functionele (verdeling van management omwille van de vereiste kennis en
de taken, kwaliteit en tempo) chefs specialisatie (planning, methode- en tijdstudie) en
konden hebben; dit was duidelijk een dagelijkse begeleiding aanvaardde, stond hij steevast
reactie op de zgn.‘soldiering’ die hij voor een eenheid van leiding bij de uitvoering.
vaststelde.